1545-06-18 |
R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 371v
Jaartallenindex
Karel beleent, op grond van zekere brieve van decrete van het Hof van Holland, gedaan van der goeden van den Made, binnen en buiten onser stede van Delft gelegen, Floris van Dam met de navolgende percelen: 1) een block corenthienden uiten goeden van den Made, streckende van den Delfgauschen wech oostwaart tot 's Graven thiende, 2) die smaltiende van der Made, gelegen binnen en buiten Delft, streckende also verre als beyde de prochie kerken hem streckende zijn, als van vlas-, raap- en alle andere gelyke smaltienden van de goeden van den Made. Te houden tot een onversterfelijk erfleen, gelijk wijlen jhr Heinrick van Hoerne de jonge, heer van Gaasbeek, in zijn leven stadhouder van onse lenen in Brabant, die te leen hield (vgl 1545-04-17)
leenmannen: Cornelis Barthouts, Willem van Criep