1580-09-22 | Koedijk

R.A.H. O.R.A. 6218 fol 1, 4, 5
Jaartallenindex

schout en schepenen te Coedyck oorkonden dat Reyer Gerytsz en Jan Gerijtsz, buyrluyden tot Coedyck, erkennen verkocht te hebben aan Pieter Bicker Pietersz, nu ter tyt poorter tot Alckmaer, een jaarlijkse losrente van 30 Kar gld, losbaar met 500 gld. Onderpand: 1 morgen 110 roeden land in de ban van Coedyck, int zuytwest in den Daelmeer, genaemd Alijt Pieter Comens weydt, belend noord: Reijer en Jan Gerritsz voors, noord: de Co. Maj, west: Pieter Bartholomeusz, zuid: die Daelmeer, die comparanten van de voors. Pieter Bicker gecoft hebben. Op 1630-03-09 afgelost bij Mathys Jansz. Zonder datum: Cornelis Dircsz Gues erkent schuldig te zijn aan Aerjan Symon Heijnsz van Huysweert, 12 gld jaarlijkse losrente, houdende op Grietgen, die huysfrou van heer Jan Aeriaensz van Alckmaer, verschenen 1581-12-27, verzekerd op ½ huys en erf staande op t zuytendt van Coedyck, zuid: Cornelis Garbrantsz Croon, noord: Maerten Doevisz (fol 4). Zonder datum: Frans Pieter Hofkis en Pieter Pouwelsz van Bergen scelden quyt een huis en erf op t zuytendt van Coedyck, by haar luyden vercoften enen Jan Frerycxz sa., belent nu ter tyt zuid: Cornelis Dircsz en Bouwen Claesz, noord: Jan Cornelisz Baes. Volgt een akte van 1581-01-10: schout: Jan Gerritsz, schepen Matheus Arysz (fol 5)

Jan Gerytsz, schout, Theeus Arijsz en Symon Jansz, schepenen