1460-03-17 (1459) |

A.R.A. Copie Leenkamer 39 fol 17/Reg Charolais fol 10
Jaartallenindex

Anthonis Michielsz oorkondt: dat jvr Margryet van Leeuwenburch, op dese tijt Adryaen Jacob Claesz geechte wyf was, van wijlen de jonkheer van Gaesbeek als heer van Putten onversterfelijk leen hield, een tyende gelegen in Schadecamp in het land van Putten, die haar van haar vader Gheryt Oom aanbestorven was, zoals men dat claerlijk bevonden heeft in de registers van de jonker van Gaesbeek. Anthonis beleent nu namens de heer van Charolais, heer van Putten, Adryaen voors. uit naam van zijn vrouw met dit leen tot een onversterfelijk erfleen. Haar man doet hulde voor haar

present: Gerrit van Poelgeest, Jacob Penne, leenmannen van Charolais