1523-06-08 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Zeeland fol 109v
Jaartallenindex

alsoe Willem Gysbertsz [Willem Gysbrechtsz van Bronchorst, in opschrift] der Keyzerl. Maj. te kennen heeft gegeven, hoe dat hij als man en voocht van jvr Eewout wijlen Lauwereys Claesz de lyndrayersdochter, bij transport van enen Mathys Doe Dircsz vercregen hadde 18 schell en 28 schell per jaar uyten lantschote ende haymansscote van den lande van West Voorne, daer vooren wijlen deselve Lauweris voor ende die suppliant nae toten jare toe 1510 ontfangen heeft uyt den domeinen van Voorne 2£ 6sc. Ende is daer na deselve rente bij de luyden van den reeckeninge in den Hage geroyeerd, mits dat deselve Willem Gysbrechtsz niet dede blycken van eenich transport of verlij dat hier voortyts dieselve Lauwerys uijt versuymenisse gelaten heeft. Ende is nochtans tselve leen altydt versocht ende lest verlijt in den jare 1502 eenen Harman Gillisz. Ende is de Keyz. Majest. altyt schuldich deselve renten den eenen of den anderen te betalen. Ende alsoe hij te vreden is deselve renten te verheffen. Versocht daerom deselve rente in twee partyen te verheffen. Advies verzocht aan de rekenkamer, die op 8 maart l.l. beslist. Deze beslist dat deselve 18 schell en 28 schell per jaar een erfleen is binnen aftersusterkind niet te versterven. Overeengekomen wordt dat Willem Gysbrechtsz beleend zal worden met deze twee partijen. Men zal hem van de achterstallige betaling sedert 1510 nog 6 jaar betalen (vgl 1523-08-11)