1528-03-03 |

R.A.H. Coll Aanw 118 Caput Z.H. fol 30-32
Jaartallenindex

Pieter heer van Pendrecht en van Roden oorkondt dat hij op verzoek van Jan van Barry ende om sonderlinge dienste die hij lange jaren gedaen heeft, denselve ngetransporteert heeft "t gedeelte van mijne Pendrechtse en Rodensche gront", in te noorden ter helfte van de sluysvliet van t Nieuwlant, dan voortsstreckende van de sluyse ter helfte van den Nieulantse dyxsloot en Karnisse toe in t oost ende zuytoost aen Karnisse, streckende van de Nieuwlantse dijksloot tot dat kerchof van Pendrecht toe. Exeluyd [!] in t west beginnende ter helfte van de sluisvliet op te reede hier voortyts gethogen by en myn vader als tussen Pendrecht ende Carnisse rayende op de kercktoren van Heynitersoort lynrecht de lengte van 275 Puttense roeden, sonder meer op t zuyteynde van welke 200 te welck onder houden sullen ende in t zuyden ook lynrecht streckende van den voors. steenen pael tot het kerkhof van Pendrecht toe, om deselve gront met syn aencleven boven de voors. reede van Henneoort gelegen binnen de voors. .... nae ende tot Carnisse toe als vooren te ontfangen en te leen te houden van de Kon. Maj. Ten eeuwigen dage heb ik aen mij gereserveert het kerkhof van Pendrecht als wesende myn ... met t myne gront ende aenwassen soo die nu is en werden mach besuyden t selfde kerkhof ende besuyden de stenen pael, staende op raye van den toren van Henytersoort ende voort besuyden de reeden beginnende aen die stenen pael ende gaende aen de kerkhof van Pendrecht als wesene myn limite met myn gront en aenwassen als vooren (vgl 1528-09-28)

Adriaen van Dorp en Aernt Adriaensz van Diemen, leenmannen

[zeer corrupt]