1535-04-16 |

R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Sticht fol 74v, 76
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat joncker Joest heer van Montfoert, Lynschoten etc opdroeg: 1) ½ van twee thienden gelegen in den lande van Woerden, die eene genoemt Bulwijcker thiende ende die andere Cromwycker thiende, ende die wederhelfte van den voorn. twee thienden, ende 2) een corentiende ende smaltiende in Baerwoutswaerde in den lande van Woerden, en dat tbv Heynrick Gerritsz, poorter der stede van Oudewater, biddende zijn broeder heer van Montfoort om te verzoeken aan de grafelijkheid om Heynrick Gerritsz hiermede te willen belenen. In kennis der waerheyt so heb ick Henrick broeder tot Montfoert om gebreck mynre sequte gebeden Johan van Leefdale, drost tot Montfoort, deze brief over mij te bezegelen. Huych Henricksz en Ryck Goossensz verzoeken Sweer Jansz en Dirck Zas om voor hen te zegelen. Op 1535-07-22 beleent Karel Heynrick Gerritsz met deze beide lenen, no 1) tot een onversterfelijk erfleen. De helft mag door de grafelijkheid gelost worden met 180 Engelse nobelen. De wederhelft hiervan desgelyks. No 2) nl die corentiende en smaltiende in Barwoutsweerde in het land van Woerden, belend aen die ene zyde: wy selve, aen die ander zyde: die erfgenamenvan Thomas uyten Broeck. Te houden tot een onversterfelijk erfleen

Heynrick broeder tot Montfoort, heer van Abbenbroek en van Velgersdyck, Huych Henricksz, Ryck Goesesen, leenmannen van Holland; 1535-07-22: mr Barthout van Assendelft, onse secr. ord. v.d. Hove v. Holland, Cornelis Barthoud Jansz, Willem Pietersz Criep, Vranc van den Hove