1536-06-14 |
R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 413, 417v
Jaartallenindex
leenmannen van Holland oorkonden dat Aelbrecht van Raephorst, schildknape, erkende verkocht te hebben aan Adriaen Jansz, brouwer tot Leyden, een vrije rente van 72 Kar gld ter losse elck £ met 100 Kar gld of 1200 Kar gld in eens. Onderpand: 1) een wooninge ende lande gelegen in den ban van Wassenaer, die nu ter tyt bewoont en gebruyckt wordt bij Jacob Jansz, oost: die Horselaan [Horstlaan ?], west: Neel wordt niet die goet [!], noord: Raephorster duijn, zuid: die banwateringe. Geldende nu ter tyt 72 Kar gld en zekere capoenen per jaar, 2) noch een croft seecker ende oost uyt niet dat zuydervelt [!], 3) 4 morgen lants genaamd de Koecamp gelegen aan de westzijde van de voors. Aelbrechts huysinge, ende nu ter tijt bruict Boyen Jansz, schout van Wassenaer, om 8 Kar gld. Adriaen Jansz zal zelf uit de pacht jaarlijks de 72 Kar gld mogen innnen. Zijn zoon Herpert van Raephorst consenteert in alles als naeste leenvolger. Tot meerder zekerheid zal er acte van condempnatie voor den Hove van Holland gepasseerd moeten worden, waarvoor Aelbrecht als porcureurs stelt Willem Pietersz [Criep] en Jan Paets. Op 1636-08-21 confirmeert de keizer deze akte en beleent Adriaen Jansz, brouwer, met deze rente
Adam van der Duyn, Cornelis Barthout Jansz, Willem Pietersz Criep, Bartoud van Outenae, leenmannen