1536-08-28 |
R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 440v, 434
Jaartallenindex
leenmannen van Holland oorkonden dat Claes Simonsz, wonende te Wateringen, erkende schuldig te zijn aan heer Zeger van Alveringen heer van Hofwegen, ridder, een losrente van 20 gouden Kar gld per jaar, losbaar den penn 16, verzekerd op 7 morgen 3 hont lants metter huysinge daerop staende, en met een smaltiende, in de ban van Wateringen. Streckende de 5 morgen 1 hont voor aan de gemene wech, ende de 2 morgen 2 hont oost van de 5 mergen, een hont westwaert de Quawateringe placht te wesen die nu gestopt is, nu de erfgenamen of actie van Claes Jansz in den Hage hebbende, aen t zuyteinde Jan van den Weere nu Jan de Heuyter als man van zijn huisvrouw, en aen de noordzijde: de banwech. Zulks als hem die bij mr Cornelis Barthout overgegeven waren. Op 1536-12-19 [er staat 1530] wordt heer Zeger voors. met deze losrente beleend
Arent van Duyvenvoorde, schiltknape, Willem Pietersz Criep, Anthonie le Bucq, leenmannen van Holland, Willem Pietersz Criep verzoekt mr Nicasius Hanneman, advocaat voor den Hove van Holland, voor hem te zegelen; 1536-12-19: Cornelis Barthout Jansz, Barthout van Outenae