1538-02-01 (1537) |
R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. fol 51-54
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat voor mr Joost Sasbout, als daartoe gesubstitueerd bij onse Raad, en voor onse leenmannen gecompareert is heer Gerrit heer van Assendelft, van Heemskerk etc en heeft ons doen vertonen alsulk transport, overgifte en cessie van actie als hij vercregen hadde van juffrou Juliana Boeckelaers, Dirck van Soucken [Soncken ?] weduwe, en van haar curateurs, resp. gepasseerd voor schepenen van Haarlem en van Delft van een acte van condempnatie gepasseerd voor onsen Hove van Holland bij Jan van Outheusden Jansz, tot eeuwigen dagen tot synre laste genomen en geanvaart heeft onder andere percelen een jaarlijkse losrente van 93£ 14 schell bij de voors. juffr. Juliana daartoe voorn. geconstitueerd vrouwe Alyt van Kyfhoeck, vrouwe douagiere van Assendelft, des voors. toonders vrouwe moeder, ter losse met 1429£ 6 schell, ende dat in recompense van het recht tot die goeden van Alblas en Alblasserdam met den tienden van Musenburch bij de voors. jvr Juliana den voors. Jan van Outheusden opgedragen en getransporteert, belovende de voors Jan van Outhuesden de voors juffr. Juliana hierof cost- en schadeloos te houden onder verbant van alle syne goeden, verclarende de ambachtsheerlijkheid van Alblasserdam met allen synen toebehoren ende ambachtsgevolge ende oock die huysinge aldaar genoemt Subburg met noch 32 morgen lands daaromtrent liggende en daartoe behorende, ende noch ⅔ van 27 morgen lands liggende an die Dussen ende voort alle syne andere goeden executabel, omme bij de voors. juffr. Juliana ende de rentiers daeraen verhaalt te worden. Ende want juffr Juliana versumelyck ofte negligent geweest hadde t inhouden van dese acte binnen sjaars bij ons te laten confirmeren. Soo heeft de heere van Assendelft ons tselfde in t lange doen aenthonen en heeft van ons op 25 mei l.l. geobtineert brieven van relief confirmerende wij t voors. contract van belastinge, bevelende de voorsc. heer van Assendelft te doen verlij van de voors. rente van 93£ 14 sch jaarlijks te ontvangen uyt de geypothequeerde leengoeden in de voors. acte ende hier verclaart. Vervolgens beleent de keizer de heer van Assendelft met deze rente uit de ambachtsheerlijkheid van Alblasserdam en uyt de huysinge aldaar, genoemd Subburch met 32 morgen lants, en noch uyt ⅔ deel van 27 morgen liggende an die Dussen. Te houden door de here van Assendelft tot sulker recht en leen als Jan van Outhuesden hield. Behoudelyck dat dese verlydinge niet en sal wesen tot achterdeel van ons als grave van Holland in t recht dat ons competeren mach totten leenen en goeden van Alblasserdam, daarvan in t verly van de voors. Jan van Outhuesden gementioneert wordt. De heer van Assendelft doet ons hulde, eed en manschap
present: heer Jan van Duvenvoorde, heer van Warmont, ridder, mr Willem Pynsz, onse Rade ord. in onsen Hove van Holland, Cornelis Barthouts