1538-08-12 |
R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 92v-94v
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat voor zijn stadhouder van lenen Jehan van der Eynden als gemachtigde (dd7 augustus j.l. te Brussel) van heer Heyndrik van Hoorne, jonge heere van Gaasbeeek, burchgrave van St Winoxberge, bij consent van zijn broeder jhr Maarten van Hoorne heer van Heese, overdraagt een eeuwige jaarlijkse rente van 400 gouden Kar gld te lossen den penninck 20, aan zijn neve joncker Robbrecht jonge grave van der Mercke, Arenberge, heer van Egremont. Gevestigd op de overtocht tot Voorburg, de molen tot Voswyk, de landen, coren- en smaltienden van der Made in onsen lande van Holland, zoals heer Hendrik die van de grafelijkheid in leen houdt. Karel beleent vervolgens joncker Robbrecht met deze rente. Daar deze onmondig is, doet Fop Willemsz, rentmeester van zijn vader de graaf van Arenberg, de leeneed voor hem. Op 1538-09-10 geeft het Hof van Holland willige condempnatie op deze rente
heer Zegelyn van Alveringen, heer tot Hofwegen, ridder, mr Barthoud van Assendelft, secretaris ord. in den camer van onsen Rade in den Hage, Cornelis Barthouds, leenmannen