1553-09-18 |

Bijdr Bisdom Haarlem dl 16 no 245/Arch Zijlklooster Haarlem
Jaartallenindex

Aeriaen Jacobsz te Dordrecht schrijft aan zijn zuster Maerry Jacobsdochter, non in het Zijlklooster te Haarlem, dat hij het aan Maerry toekomende aandeel in de erfenis van hun moeder door een vrouw genaamd Ghelbich in het Zijlklooster heeft laten brengen om dat erfelijk te bezitten, hoewel hij daartoe niet verplicht was, aangezien het klooster volgens recht slechts het vruchtgebruik mocht hebben zolang Maerry leefde. Verder dat hij met de pater van het convent overeengekomen is dat hij 3 personen "van onser moeder bloede" in het klooster zal opnemen, ongeacht het feit of zij veel of weinig medebrengen. Verder zal de pater elk jaar een hoet rogge onder de armen laten verdeelen. Geschreven te Dordrecht 18 Sept, 1553, na scrijven der stede van Dordrecht