1517-01-22 |
R.A.H. Coll Aanw 113 Caput Z.H. fol 93v
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat Jacob Jacobsz van Minnebeke hem opdroeg tbv heer Lodewijk van Praet en van Moerkerken, ridder, de gehe (!) coorentiende, groot en cleyn, die nu is of naemaels tot enigen tyd vallen of comen mag in den onbedycten lant leggende al nu buytensdycks in den ambachte van West Barendrecht, dat nu is of namaels land worden mach, streckende van den dyck tot den diepe toe, en het recht dat Jacob hebben mag op de tienden, groot en clein van de voors. buitendycse landen. Heer Lodewijk wordt er vervolgens mee beleend tot een onversterfelijk erfleen
Pieter Hanneman, commissaris v.d. camer van de reeckeninge, Cornelis Barthouds, mr Cornelis van Schoonhoven, Hendrik van Cessel, leenmannen