1519-05-30 |

Cartul Raamsdonk anno 1518 fol 11/Carthuizers te St Geerdenberg
Jaartallenindex

schepenen in Huesden tughen onder onze zegels dat Herman Adriaensz des hy mechtich was bede hem richten mitten recht voor zijn vervolgde schuld aen alle alzulk guede erfenisse, erfchynse, erfpacht, huer en jaerschaer als die erfgenamen van Adriaen die Coster in Babilonienbroec hadde liggende in de ban van Babiloninebroek in het jaar van 1519 op 14 Februari, dat is te weten een huijs als dat gelegen is in den banne voirs, oost: Joest van Gellekom, west: Jan Lambrechtsz, streckende van der Broekscher straten totten Gheerdyk toe. Noch 4½ hont lants gelegen in denselven banne gelegen over de dyk, oost: Joest Cornelisz, west: Offraen in Babilonienbroec, streckende van den dyk totten mydgrave toe, gecoft tegen de erfgenamen van Jacob Dirricx. Noch 11 hont lants gelegen in denselve banne, belent west: die Sartroysen van St Geerdenberg, oost: Offraen Jansz, streckende van den dwerssloot totter Midgrave toe. Ende vercoft deze voirs. erfnisse metten recht Jan Pouwelsz om 9 penn. als een ghericht goed ende een volboden. Hierna quam Jan Pauwelsz ende gaf desen selven coop den voirs. Herman Adriaensz weer over en verteech daarop te zijner behoef. Boven staat: een doorstoken brief van een huis met 4½ hont lants en 11 honts lants in Babiloninebroec opgewonnen, welk Ariaen die Coster in huere plach te hebben (vgl 1519-10-13)