1502-08-13 |
R.A.H. Coll Aanw 113 Caput Z.H. fol 122
Jaartallenindex
leenmannen van Holland oorkonden dat jvr Machtelt van Alckemade, heere Floris van Alkemade ridders suster, verklaarde dat haar broeder bij tijden van wijlen hertog Karel voor myn heere van Gruythuysen, stedehouder-generaal, Aerndt van Hodenpyl, Cornelis van Dorp, Aernt Heerman, leenmannen van Holland, bepaald had dat zijn lenen bij zijn kinderloos overlijden zouden komen op zijn zuster jvr Machteld voorn, brief dd 1469-10-31, die sij haar oudste zoon Willem van Coulster daeraff tot sekerheyt geleverd heeft. Vervolgens geeft zij Machteld nu over tbv haar zoon Willem van Coulster over de navolgende lenen die na de dood van haar broeder here Floris, alsdan zullen succederen op haar oudste zoon Willem van Coulster: 1) die wooninge tot Alckemade met 20 morgen land daernaaest gelegen, en een stuk land geheten den Hoogen Kamp gehouden van de heerlijkheid Putten, 2) 10£ sjaars op 100 morgen land gelegen te Benthuizen, ende dat lastgeld op denselven lande, drie groot van elke last, 3) ⅔ van Wairdenbroick [Warderbroek], leen van Holland. Zij geeft al het recht dat zij na heer Floris dood op deze lenen verkrijgen zal over aan haar zoon Willem. Zij verzoekt haar zoon hiermee te willen belenen; 1512-01-12: Willem van Coulster, schout van Leiden, wordt na dode van zijn oom heer Floris van Alkemade, met de lenen beleend (vgl 1455-03-04)
Henrick van Alckemade, Dirck Florisz, leenmannen; 1512-01-12: Pieter Dircksz, Pieter Plumion