1503-03-31 (1502) |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput N.H. fol 141
Jaartallenindex

Philips oorkondt "alsoo Pieter Suijs in zijn leven uijt cracht van sekere onsen brieve van octroy, gegeven in onse stad van Mechelen dd 1493-05-24 bij zijn testament geordonneert onder syn getroude kinderen van den leengoederen". Zowel van zijn leengoeden gehouden van de grafelijkheid van Holland als van andere leenheren, verleent aan Cornelis Zuijs, jongere zoon van Pieter Zuijs, als hem bij makinge en dode van zijn vader Pieter Zuys angecomen zijn: 1) een woninge, 24 morgen lants groot wesende, gehieten Symonswoninge, ende 2 campen lant elk 5 morgen groot wesende, al gelegen in den ambacht van Ruijven, tot een erfleen, 2) een corentiende, gelegen in onsen ambacht van Monster, geheten Loesduynredyck, daer die grave van Nassau van ons dat wederdeel of houdende is, 3) een corentiende gelegen in onsen ambacht van Ryswijk, gehieten die Geestiende, streckende van onsen geest ende aldaar tot den Vroensloot toe, tot een erfleen, 4) een wintermolen, staande in het ambacht van Ryswyk met allen haren gevolge en toebehoren. Erfleen (vgl 1493-05-240

present: Tielman van Dullekum, Pieter Pluymion, Dirck van Boneem, Hendrik Smout, cleene Jan Bruyn