1484-02-21 |
G.A. Amsterdam Inv. B.W. no 554 regest 554/Cartul St Lucien Amsterdam fol 353
Jaartallenindex
schout en schepenen in Abcoude oorkonden dat Oburch Claes Gherytzoensdochter met haer oem Simon Gerytsz, Joest Gerytsz, haar gerechte voogd ende mede haar oom, en met Claes Jansz, haer susterkint, aan het St Lucienconvent vermaakt tot een eeuwige memorie en in een testament voir haer vader ende moeder ende mede voir haer selven die husinge mitter beterscip van den heelre bruycweer ende mit 5 mergen lants min 1 hont daerin gelegen die zij tot Apcoude leggende heeft, in der Prostijen, daer wijlen haar vader Claes Gerytsz plach te wonen ende Jan Gebbenz nu ter tijt op woent, daer oestwert naest gelegen is dat hofstedelant ende westwaert Govert Jansz (vgl 1476-09-01, 1493-06-18)
Willem Ot Jansz, schout (zegel: een zwaan, naar rechts zwemmend, links boven vergezeld van een ster), Philips Petersz en Jan Romersz, schepenen; voor de schepenen zegelen Claes Dirck Ruyskenz (zegel: 3 strijdkolven, b) 3 spitsruiter) en Vechter Stevensz