1473-07-07 |
R.A.H. Coll Aanw 105 Caput Arkel, Putten, Strijen fol 58
Jaartallenindex
hertog Karel oorkondt dat voor zijn stadhouder van leen gecomen is Symon Vrederick Willemsz en opdroeg tbv zijn zoon Willem Symon Vredericsz het navolgende leengoed: 1) huis en erf te Leiden streckende van der groten strate in die Middelgrafte, leen van Holland, onversterfelijk erfleen, heergewade een rode sperwer of 10 schell daarvoor, 2) huis en hofstad binnen Gorinchem aen dat Marctvelt, an d'een zyde: Rutger Lodewyks erve, an d'ander zyde: Henrics van Megen erfnamen, streckende van den voirs. Marctvelt oostwaarts totter stads (?) stege toe, leen van Arkel, te houden tot een recht leen, te verheergewaden met 10£ van 40 gr t pond, 3) 6 blokken tienden gelegen in onsen lande van Putten in den ambacht van Westenryk op Drincwaerde, tussen den Oost Volgerwech en de Middeldwerswech, daer den werf van Drenckwaerde in gelegen is, leen van Putten, te houden tot een onversterfelijk erfleen, heergewade een rode sperwer, te houden volgens de brieven die hij van s hertogen vader en van Jacob van Gaesbeek hiervan heeft. Vervolgens wordt Willem Symon Vredericsz hiermede beleend
Jan van Heemstede heren Jansz, Willem van Buschuysen die oude, Gysbrecht van der Mye, Adriaen Jansz, leenmannen