1457-03-23 (1456) |

R.A.H. Coll Aanw 102 Caput Vriesland fol 15v/Reg Principum fol 10
Jaartallenindex

hertog Philips oorkondt dat Florys Jansz van Cranenbroeck, onse schout van Hoirne, hem opgedragen heeft van zijn eigen goed: 1) 2 morgen in Wognem bij den ouden Gou, gemeenre airde mit Pieter Ruijge, streckende van den Gouwe an den Somerdyck, belegen hebben op dese tyd alomme an allen sijden Geryt Heyn Kerckers zwagers, Jan Geryt Meeusz.z, Claes Cuijper, Mathys Cuyper, Jacob Moler en Jan Upkijns erfnamen; 2) die Voircamp die Goytgen Jansz v.d. Oudendyck toe te behoeren plach, gelegen opten Oudendyck, an die oostzijde van den voirn. Goijtgen Janssoens werf, belend west: Clais Smalingh, oost: Jan Dirck Smeerszoon; 3) op ten Ouden dyck gelegen 3 ackeren lants mit hoeren uytgangh, ende dairan Aerntscamp, omtrent een deemte groot wesende, west: Pieter Jan Broecssoen, oost: Jan Dirck Smeerssoen; 4) opten Oudendyck 2 deemte lants leggende over die wateringhe gemeen ende onderdeelt mit Dirck lange Dircksz, oost: Clais Remke Heijnes, west: Jan Dirck Smeerssoon; 5) 10 sneesen lants uyt een stucke lants 3 geersen groot wesende dat Pieter Herisz tegen Clais van Adrichem gecoft heeft, gelegen bij den Overthoom in den ban van Outdorp, belend noord: wij selve, zuidoost: Jan Gerytsz. De hertog beleent Florys Jansz van Cranenbroeck hier vervolgens mee tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een heect of 10 schell Holl. Na zijn dood te versterven op sijn zoon Clais. Sterft Clais vóór hem kinderloos, dat zullen de voorn. 2 morgen erven op sijne dochter Katheryne, Jan Everdeys wijf, en al de andere percelen zullen dan komen op Katheryne die nog ongehuwd is, en op haar erven en nakomelingen. Op 1458-10-22 wordt Claes Florysz van Cranenbroeck beleend, hem aangekomen bij doode zijns vaders