1492-02

folio 143 CXL, CXLI 1489-1492
Transportregister Haarlem

Allart Florysz voor hem zelf, Henric Claesz als man en voogd van Alijt Florijsdochter en Cornelis Pietersz als man en voogd Jacob Florysdochter, dragen op aan Adriaen Jansz ketelboeter ¼ deel van het huis en erve dat hoir drier moeder geruijmt heeft mitter dood, staende op die oude Graft. Ende dat om te lossen den brief die coman Dirck Gerytsz op hun sprekende heeft van 20 £ gr Vls, daer de voirs Adriaen in den name van hoer drier moeder voeren geseijt heeft. Welken brief zij luyden onder hun drien oick geloeven, elck ¼ deel, mit de voirs Adriaen te lossen mitten penningen comende van desen huyse, ende dit soe geringe alst eenichsins doenlich is, ende t meerdeel van hun daertoe te Raede worden. Hiervoren scelt Adriaen hunluyden quyt ende draecht hun op ¾ deel van de rechtsvorderinge ende brieven die hij op Barber Florijsdochter, hoir drier zuster, sprekende heeft, zoe hij noch t ¼ deel an him hout