46 resultaten
Abbenbroek, van | 1394
Rek Rentmeester Noordholland 1394 fol 9v/p 48 c Coenencoop
Achternamenindex
de tiende op de Haec aangekomen van Adriaen van Abbenbroec, gegeven aan heer Symon Speijaert; 1383: idem de tiende op de Haec, aangekomen van Adriaen van Abbenbroec
Abbenbroek, van | 1304~
R.G.P. Grote Serie 171 Rek Dom van Putten dl II p 265
Achternamenindex
lenen van Putten in Seeland: Jan van Abbenbroec Claesz, 3 ½ £ Camerleens
Abbenbroek, van | 1490
Bortet: Beschrijving van Delft p 380
Achternamenindex
ver Heilwig van Abbenbroec, non in het St Agnietenklooster te Delft
Hart | 1466
Bortet: Delft p 112
Achternamenindex
Bouwe Gerritsz van der Woert heer van Abbenbroec, schout van Delft; overleden 1487
Abbenbroek, van | 1394-1395
Rek Rentmeester Voorne fol 43/223, fol 26v/p 280; R.G.P. 174 p 93
Achternamenindex
lenen van de hofstede Voorne: gegeven Jan en Gerrit Jansz van Abbenbroec, 4 £, maakt 5 £ 18sc 6d; 1395-1396: idem, 5 £ 18sc 6d; rekening baljuw van Voorne (fol 11v): Jan Gerrit Jansz.z. van Abbenbroec, 10 £ gedadingd van een messe, zijn vader is borg
Diemen, van | 1519-1520
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl III dossier 279, 279 sub B
Achternamenindex
jvr Machteld van Diemen, weduwe van heer Bouwen van Abbenbroec: Jan Evertsz, poorter van Delft, had de heerlijkheden van Abbenbroec en 's Gravenambacht geeerfd, belast met een aan haar uit te betalen douairie, hetgeen hij gedurende 2 jaar niet deed; het Hof veroordeelde hem tot betaling; 1522-11-14: sententie; 1502-01- 22 (1501): huwelijksvoorwaarden tussen Boudyn Hart van Abbenbroek en jvr Machtelt Vranck van Diemensdochter
1482-05-02 |
Inv Arch Delftse Statenkloosters no 62 p 511 regest 225/Carthuizers bij Delft
Jaartallenindex
schepenen van Geervliet oorkonden dat Geeryt van Abambroec [lees: Abbenbroec], ruwaard en baljuw van het land van Putten, heeft geschonken aan de Carthuizers buiten Delft, 3 gemeten land in het ambacht van heer Simonshaven
1419-05-21 |
R.A.H. Coll Aanw 74 fol 31/Memoriale B.K. fol 8
Jaartallenindex
wordt bij den Rade overdragen dat Gheryt Willemsz vervallen was in eenre pene jegens Hillegont van Abbenbroec van Croonenburg na inhouden des seggens, ende dat hi dat wijff van den leen weder soude geven alsulck gelt als hi daerof ontfaen hadde