9 resultaten

1497-10-07 | Den Briel

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 16v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

opten dach van huyden so zyn burgemrs, scepenen en raad van den Briel overeengekomen met broeder Adriaen, procurator van de Carthuisers te St Geerdenberg, roerende 68 Wilh. schilden van achterstal van twee jaren verschenen here Jacobus Jan Kuijsten onlancx overleden, daermede dieselve rente verstorven is. Desgelycx nog 3 jaar achterstal sjaars 35sc 10 penn. groet erfelijke renten die deselve Carthusers hebben op de voors. stede. Volgt de regeling van de betaling

Vink | 1352-08-01

Nibbelink no 49
Achternamenindex

hertog Willem beveelt zijn rentmeester van Zuidholland Harman Vinken, om de hand te slaan aan alle achterstal in Zwijndrecht en Riederwaard, om daarmee betalingen te doen

Willem Costynsz | 1342-1343

Rek Houtvester dl VII p 148
Voornamenindex

afterstal van 1342: "noch van heren Symons van Teylingen achterstal dat die lude segghen, dat Willaem Costynsz in hevet, ende daerup hare pande keren in Haerlem"

Heukelom, van | 1421-10-31

Oork Helmond no 90 p 118
Achternamenindex

voor schepenen van 's Hertogenbosch maant broeder Godefridus van Hoculem, gemachtigd door Jan van Berlaer heer van Helmond, om de achterstal van een erfpacht van 47 mud haver, aan de heer van Helmond verschuldigd door jonker Jan van Megen, te voldoen

Halle, van | 1352-08-01

Nibbelink no 53
Achternamenindex

hertog Willem beveelt Herman Vink, zijn rentmeester van Zuid-Holland, alle achterstal in Zwijndrecht en Riederwaard en het land van de ballingen aldaar te verkopen, ten einde met dit geld, de op die landen gevestigde renten te betalen, en wat overblijft aan de stad Dordrecht om te voldoen aan onze moeye van Baumon en Rykouts erfgenaam heer Raad Zorlosz, Janne van der Halle, Gherijt Jansz Alewijn

Noordeloos, van~ | 1352-08-01

Nibbelink no 53
Achternamenindex

hertog Willem beveelt Herman Vink, zijn rentmeester van Zuid-Holland, al de achterstal in Zwijndrecht en Riederwaard en het land van de ballingen aldaar te verkopen, ten einde met dit geld, de op die landen gevestigde renten te betalen, en wat overblijft aan de stad Dordrecht om te voldoen aan onze moeye van Baumon en Rykouts erfgenaam heer Raad Zorlosz ?, Janne van der Halle, Gherijt Jansz Alewijn

1527-09-27 |

Genealogie v.d. Does fol 134/Fam Arch Bredius
Jaartallenindex

extract van de achterstallige renten gebreeckende den erfgenamen van Willem van der Does: totalis somma 114£ 5st, beloopt ⅓ deel 38£ 1st 8d. Wij Clement Jansz, doctor in medicine, als man en voocht van jvr Mergriete Willemsdochter van der Does, weduwe van Willem Jan Kerstantsz ende Geryt Jan Kerstantsz, als enige erfgenaem van zijn broer wijlen Willem Jan Kerstantsz, kenen ende lijen dat zig van ⅓ deel van de achterstallige renten hiervoor verclaert, belopende ter somme van 38£ 1sc 8 penn gr Vls voldaen en betaelt te sijn ende scelden die goede stede van Leyden van denselven achterstal geheelicken quyt. Volgt: extract van de achterstallige renten gebreeckende Geryt Jan Kerstantsz ende de weduwe van zijn broer Willem Jansz, totalis somma LXXIV £ 18sc 15 miten groten. Op 1527-09-28 verklaren dezelfden als hiervoor van de stad Leiden 74£ 18sc 6 penn en 15 miten ontvangen te hebben

1492-09-10 |

R.A.H. Coll Aanw 110 Caput N.H. fol 6v, 9
Jaartallenindex

Max. en Philips, gezien de ootmoedige supplicatie van onsen Raad in der Camer van den Rade van Holland mr Jan van Schoonhoven, inhoudende hoet dat hij ons lange tijd gedient heeft gehad in den voors. staat, enige jaren zonder wedden en ander jaren tot half wedden. Zodat men hem nog schuldig is enige renten ter cause van zijn wedde. Nu is het waar dat een Willem Florisz van Alkemade ten quaden leen hield 6 morgen land gelegen bij s Gravensande in die hoeve van Duvenee, waardich wesende omtrent 12 of 13£ van 40 gr Vls, die onlangs overleden is zonder zoon na te laten, weshalve die 6 morgen aan de grafelijkheid vervallen zijn. Ook waar is dat Willem zijn vrouw aan de helft van dit leen verlijftocht heeft, zodat de opbrengst voor de grafelijkheid gering zal zijn. Hij vraagt nu deze 6 morgen te mogen krijgen voor zijn achterstal aan wedde tot 1489-12-31, om die in rechten leen te houden. Gezien het advies van onsen welgeminden Claes van den Essche, onlancx onsen rentmeester van Noord Holland, geeft hij deze 6 morgen nu aan de suppliant tot een recht leen en belast met de lijftocht van de weduwe van Willem van Alkemade voorn. Gegeven in onsen stede van Haerlem, 1492-06-02. Ondertekend door gecommitteerden 1492-09-10. Op 1492-10-03 wordt hij door Max. en Philips beleend

1492-10-03: present here Philips van Wassenaer, ridder, Dirck van Boneem

1517-02-21 (1516) |

A.R.A. 490 no 243/Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex

Heynrick van Heuckelom, exploictier van den Hove in naam en ten verzoeke van den heer van Montfoort, impetrant, aan d'een zijde, contra Pieter de Cock van Opijnen als voicht van den weeskint van Willem de bastert van Heenvliet ende als zulcx aengenoemen hebbende de arrementen van desen sake ende proces tegen de voirs. wijlen Willem de bastaert, gedaichde, begonnen, ter andere, allegerende de impetrant dat Anthonis van Eversdijck vercoft heeft gehadt bij acte van condempnatie van desen Hove ende voir den stadhouder ende leenmannen der graeflicheyt van Hollant de voors. Heere van Montfoort 6£ gr Vls sjaers ende die geypotekeert ende versekert op zijn goeden ende heerlicheyt van Eversdijk, te weten op 289 gemeten ambochte met vogelrye, visscherije, malerije ende alle zynen toebehoeren. Er kwam een achterstal in de betaling waarop de heer van Montfoort letteren van executie ontving, waarop verkoop van het goed plaats had. Kooper werd Pieter Jansz van Hoeykenskercke voor 26£ gr Vls (het goed bleef belast met de voorn. 6£). De heer van Montfoort beloofde de kooper "te decreteren", waarop Anthonis van Eversdyck en Willem de bastaert van Heenvliet als opposant tegen de voirs. vercopinge, gedachvaert werden. Willem voors. zegt dat hij meer dan 4 jaren geleden die voors. 89 gemeten ambochts van Anthonis gekocht had met toestemming van de leenheer en dat hiermede de hypotheek van de heer van Montfoort teniet gegaan was (de hypotheceering geschiedde in 1503, en de verkoop aan Willem in 1506). Het Hof verklaart de oppositie van waarde en weigert den impetrant het gevraagde decreet