Bedoelde u soms?
begeerde | begeerte | begheerden | begheerte | beweerden

10 resultaten

1475~ |

V.R.O.A. 1909 p 119 regest 43/Arch Detmold-Brederode
Jaartallenindex

memories van de begeerten van Mevr van Brederode tegen Reiner van Broechusen over de voogdij van haar kinderen bij wijlen den heer van Brederode, en als gevolg daarvan de regering van het slot, stad en land van Vianen

1536-10-14 |

Ms Opstraeten van der Molen III fol 1124
Haarlem Algemeen

burgemeesters der stede Haerlem oorkonden alsoo Wouter van Beeckesteijn eensdeels t'onser begeerten geaccepteert ende geaenvaert heeft het schoutambacht van Haerlem, soo hebben wij borgermeesteren voirs hem wederomme in remuneratie van dien toegeseijt ende belooft etc die navolgende poincten ende articulen te onderhouden ende t'achtervolgen etc

Jan van Schagen, Gerrit van Warmont, Jan Gysberti ende Gerrit Claesz, burgemeesters

1475-11-23 | Schoorl

Arch Marquette no 1106/Cartul Assumburg no 282
Jaartallenindex

Heynrick Claesz van Thoernnenburch, schout van Schoerl, oorkondt dat Pieter Pietersz die cuper verkocht heeft aan Jan van Assendelft, rentmeester van Noorthollant etc, "500 roeden brueclants min 5 ½ roede, die roede voor een stuver". Ende noch gelyede Pieter voorn. dat hij den rentmeester verkocht heeft 9 snees brueclants ende 4½ roe staende mit elschoute, die roe 3 groot. Welke landen voorn. belent hebben mit eygen ende mit erve, oost: Jan Symon Alkenzone, west: Pieter Maertsz. De schout zegelt "ter begeerten van Pieter Cuper voirn"

schepenen en tughen: mr Dirick Claesz, Vrederick Claesz

1418-04-30 |

R.A.H. 54 fol 145/(Privilegia) fol 14/Van Riemsdijk no 46
Jaartallenindex

gravin Jacoba oorkondt dat zij "ute goeden wille ende begeerten ons liefs Heeren ende vaders Herzoge Willem van Beyeren zal. ged. ghegheven en verleent hebben Eduwaert onsen bastaertbroeder ⅓ deel van de tienden te Aerlenderveen, 18 morgen land in Lisserbroeck, 15 schell sjaers Holl. uit onsen rentmeesterschap van Kennemerland, ende om 't derde jaar 8½£", welke goeden en renten haar aanbestorven zijn van Heer Reyner Dever, die ze ten rechten leen hield. Hij ontvangt ze tot een recht leen, te verheergewaden met een zeel winden of 40 schell Holl. Gegeven in den Haghe

1441 |

R.A.H. Coll Aanw 465 fol 34v/Leenregister Brederode fol 20
Jaartallenindex

Reynalt heer tot Brederode beleent Jan van Wijck Jansz 4 morgen en 4 ½ hont die gelegen sijn in Krijmpen op die Merwede in een weer lants dat geheten is die Grave, also groot alst in den houfslach gelegen is mit sulcker timmeringe als daer nu op staet en hier naemaels op comen magh, te houden etc tot een erfleen. Ende rechtevoert op tie selve tijt om begeerten wil ende gesins Jans voirs, soo hebben wij Beerte Jans moeder hoer rechte lyftocht aen die minre helft van desen voirs. goede verleent ende verlijt duerende hoer leven lanck

manne: Hubert van Laer, Ghijsbert van Bloemendael

1542-03-14 |

R.A.H. Coll Aanw 123 Caput Zeeland fol 128v
Jaartallenindex

schepenen in Coudorpe oorkonden dat Geerlof van Wulven uytten naam van zijn broeders kinderen, wijlen Vrederick van Wulven. Ende heeft begeert van schepenen onse gerechtige kennis van den uijtslach van de thiende, dewelcke dese kinderen aenbestorven mochten wesen bij der doot van Elisabeth van Renesse. Ende achtervolgende syn begeerten uyten naam als boven, soo is ons schepenen kennelyck datter sijn uytgeslegen ende oock uijtgebleven van deze voorn. thiende omtrent 9½ gemeten, ende dat bij der inundatien ende oock daer te voren, overmits dat deselve thienden was gelegen binnen onsen voors. prochie van Coudorpe op ten zeekant. Zonder bedroch, in oorkonde bezegelt met onsen zegelen. Boven staat: Vincent van Wulven (vgl 1542-03-16 en 1542-03-22)

Jacob Jacobsz, Claes Willemsz, Heindrick Jansz, Luenis Jansz, Claes Willemsz Wintere, Jan Jansz Huys, Cors Pierz Zmit, schepenen in Coudorpe

1434-09-07 |

Coll Aanw 204 fol 470v, 472, 570, 571v/Mem Rosa II fol 172v, 173, 173v
Jaartallenindex

gemachtigden van de stad Zierikzee compareren voor de Raad en hebben geantwoord op zulker beclachte als de jvr van Cleve gedaan heeft op de stad Zierixee. Zij beloven zich aan de uitspraak van de Raad te zullen houden. Aan de jvr van Cleve en Zierikzee is dag gegeven tot 4 Oct. e.k. Aldus heeft myn jvr van Cleve hoir beraden ende geantwoordt op die begeerten myns heren van Santez en den Rade. Zij stelt de uitspraak over haar geschillen ter uitspraak aan de Raad "behoudens hoir onversuymt te wesen an t geent hertoge Willem sal. ged. hoir vercoft heeft hoir lyftochte te bezitten an den alingen lande van Dreysschier, na inhout hoire brieve, oic of hier up voirtbrenginge van die van Zierikzee mit recht het gebuerte te antwoirden, of wair weder te seggen, dat zy behoirliken daertoe gelaten worde"; 1434-12-10: roerende de jvr van Cleve contra Zierixee

gemachtigden: Bartelmeus Jacobsz, burgemeester, Lievyn Waddynxz, Willem Jan Kottenz, scepenen, Jacob Pieter Lem Cleynenz, Jacob Michielsz, Boudyn Wissenz, Wouter Jansz, Hughe Lemsz, Willem Reijnsz

1408-06-01 |

R.A.H. Coll Aanw 70 fol 131v/Memoriale B.F. fol 101
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt: "want onse lieve en geminde heer Aernt van Duvenvoirde, heer Herberen van Yselsteyn, heer Jan van den Woude, heer Philips van der Spangen, heer Jacob van Rysoirde, Symon van Bruelis, Wouter van Gent, Jan van Hodenpijl, Dirc van Assendelft, Adriaen van Matenesse, Jacob van der Duijn, en Costyn Gillysz v.d. Goude, bij onsen bevelen ende begeerten voir ons geloift hebben te betalen Otte van Bueren heren Ottenz, Jan van Brakel en horen medegesellen, tot St Jacobsdage e.k. een somme gelts van 40114 Vrancr Cronen of dairvoir in te rijden leisten t'Utrecht, geliken die brief die sij daerof gegeven en besegelt hebben inhouden. So hebben wij voir onst etc hun allen weder gelooft etc op te richten volcomentlick wael te quijten en te betalen so wes cost, last, scade of teringe sij of hoire enich of horen erven hierom lyden mochten in enigerwys, sonder arch en list". In oirconde etc

1532-09-13 |

G.A. Haarlem Inv I no 1633/Cartul H. Geest Haarlem fol 132
Haarlem Algemeen

zo zijn vergaert geweest ten huijse van mr Louris Pietersz, pastoor des grooten Hof binnen Haerlem, brueder Gherrit Jansz pr[ior ?] generalis, mr Louris Pietersz voors, Thomas Lourisz, priester, en Claes van Hoessen Meynardtsz, ter instantie en hartelycke begeerten des paters en procurators des convents der Regulieren buyten Haerlem ter eener-, en de Heylige Gheestmeesters binnen Haerlem an d'andere zijde, die tsamen den voors. personen aldaar gebeden hebben om arbiters te willen zijn in een geschil tusschen de voors. partijen dat zij hadden over een making aan de H. Geest gemaakt uit een stuk land dat aan de Regulieren voorn. geschonken was, de betaling was daarom al 10 à 12 jaar niet geschied. Arbiters beslissen dat de Regulieren gehouden zijn jaarlijks aan de H. Geest te betalen de somme van 31 st. Boven staat: Uytgeest

onderteekend: Albertus, procurator Regularum, Jelis van Huessen, Gerardus Johannis, Thomas Lourentii, Jan Mathijsz, Laurentius filius Petri, Claes van Heussen, Pieter Gherritsz

1441-07-16 |

R.A.H. Coll Aanw 465 fol 95/Leenregister Brederode fol 49v
Jaartallenindex

Reynalt heer tot Brederode beleent Reynalt Walravenszoon als voogd en momber van Aechte Walravensdoghter, sijnre nichten, tbv Aechte voorn, die rechte helfte van alsulcken leengoede die Walraven Walravensz van ons te houden plach, mijn ½ deemt lants soo die gelegen sijn in Gerbrant Scoutincx weer in den ban van Purmer, te verstaen dat lege weer, half gemengder voer mit Claes den Wale ende sinen stiefzoen Jan, daer lende of is Peter Pauwelsz ende Noortwert Jan Jacobsz, Jan Aerntsz, Harman Jacob Harmansz ende Jan Comen Jansz. Ende noch half drie coeveen mit Dirck Bloemert ende Claes den Walen ende eenen camp lants daeran gelegen optie zuidzijde, van desen drien parceelen naest gelant oude Jacob Pauwelsz ende optie noordzijde Jan Aerntsz, sijn brueder Harman ende dat Godtshuys tot Purmereynde, tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een rode sperwer. Ende optie selve tijt bij opdraghte Reynalts hoirs voechts voirs mit horen magen van horen vier vierdelen die sij in onsen handen daden, om beden ende begeerten van hem sementlick soo sij een erfscheydinge tusschen Florens Walravensz ende hoer gescheijden hebben, soo beleenden wij denselven Florens voirs. die rechte wederhelft van desen leengoede voirs een half deemt lants meer na inhout ons briefs