10 resultaten

1439-03-22 (1438) |

R.A.H. Coll Aanw no 100 fol 99v
Jaartallenindex

verliede myn Heer Willem uten Hage die helft van 4 morgen lants of daeromtrent gelegen in den ambacht van Assendelft, daer die Meer leget an die westsyde. Item die thynse ghelegen tot Nuwerkercken, ende belopen omtrent 1 £ goets gelts, jaers, al ten rechten leen

1429-06-17 | Assendelft

R.A.H. Coll Aanw 56 fol 182v/Reg in Beyeren IX fol 97
Jaartallenindex

beleent gravin Jacoba Willem Uyttenhage met de helft van 4 morgen lants gelegen in den ambacht van Assendelft, daer Jan van der Beeck die ander van oic aff hout, ten rechten leen. Item een thijnse gelegen ter Nyewerkercke belopen omtrent I £ goets gelts 's jaers, recht leen. Item noch 22½ schell sjaers uyttten rentmeesterscip van Amstelland oic ten rechten leen

1533-06-26 |

R.A.H. Coll Aanw 245 fol 366/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex

mr Jan van Almonde als curator van de vier onmondige kinderen van wijlen mr Frans Dircksz, mitsgaders Dirck Fransz voor hemselven, geven den Hove te kennen dat overmits de inundatie die onlangs gebeurd is en ook overmits zekere dykage, de voors. kinderen belast zijn met 22£ gr Vls, ter losse den penning 16, terwijl te wachten staat dat nog meer renten gevestigd moeten worden, en dat het beter is om landen te verkopen. De supplianten hebben verklaard die goeden van denselven kinderen ende die ommeslage van der dyckage daerop dese somer gevallen die belopen meer dan 2400 £ gr. Het Hof vergunt hun te verkopen het 1/10 deel van t Vuyter gors van Charlois landt en met de opbrengst de renten af te lossen

Gheyle Gheryt Janszdr | 1428-1429

Thesauriersrekening Haarlem
Voornamenindex

Gheijle Gheryt Janszdochter en haar zuster Hase, Dordrecht, kopen op 1428-09-17 een lijfrente van 12 gouden Beyers gld per jaar op Haarlem voor 122 £ 8sc (fol 40v); 1429-1430: zij ontvangen van ½ jaar rent 6 Beyers gld, en nog 2 Beyers gld na den belopen van der ijd dat sij na St Lambertsdag leefden, daer dese brief mede verstorven is, facit 8£ (fol 44)

1428 | Assendelft, Nieuwerkerk

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 37v Caput Kennemerland/Novum Registrum
Jaartallenindex

Willem uten Hage, Willem Willemssoon uten Hage, Jan van der Beke: die helfte van 4 mergen landts of dairomtrent gelegen in den ambocht van Assendelf, dair onse Meer leget an die westsijde ende Willem Ocker mit eygen erve an die oestsijde, ende Jan van der Beke dat wederdeel dairof van ons hout ten rechten lien, et sunt litterae. Item die thijnse gelegen ter Nuwerkercke ende belopen omtrent I£ goet gelts 's jairs ten rechten lien. Quaere in libro III fol 99. Item 22½ schell sjairs uter rentemeesterscahp van Aemsterlandt, ten rechten lien. Wilhelmus obiit et Wilhelmus ejus filius relevavit ut patet in registro anno 1413-07-19. Idem a domina relevavit anno 1429-06-17, redditus 22½ schell expiravere. Item 't ander deel van den 4 mergen voirs ontfinck Jan van der Beke voirs opten 21e Juni. Idem Wilhelmus uten Hage relevavit partem suam a domino duce Bourgoingne 22 Maart anno 1438, secundum cursum curiae, ut patet in registro Philippus fol 99 (1439-03-22)

1407~ |

R.A.H. Coll Aanw 43 fol 118-129, 134v/Reg E.L. 4 fol 33, 34 (los papier)
Jaartallenindex

Handvest van Gorinchem: o.a. dit syn sulke punten als Jan van Harlaer hebben soude: 1) voor zijn schade ontvangt hij 4000 Vrancr schilde; 2) hij zal hebben die hoge ende lege heerlichede van sinen huyse ende hofstadt tot Oosterwijk, wantet hem die heer van Arkel gegeven hadde; 3) hij zal hebben die dagelixe heerlichede van den dorpe tot Oesterwyc mitter giften van der kercke en mitter tienden; 4) zal die hertoge syn huyse in Lopick op doen maken alst was van dien van Utrecht of daervoir doen geven binnen sjaers also veel als redelic is. Gerrit van Herlaer: ontvangt 1000 Vrancr schilden voor zijn verlies, en voor zijn renten in Gelre die belopen 200 gld sjaers, 2000 gulden of 200 gld sjaers. Coen van Haerlaer: 1) t gelt van sinen diensten 8000 schilden, waarvan 5000 op het baljuwschap van Medemblik, 2) voor zijn schape 4000 Vrancr schilden, 3) Jan Claesz en Willem Alijsz vry van al hun breuken. Arent van Haerlaer: 1) 500 Vrancr schilden, en andere goederen in Holland voor die hij nu verliest in Gelre. Dit is dat Coen van Oesterwijck hebben sal, als dat men hem wedergeven sal alsulc goet als hem die Heer van Arkel genomen heeft. Item soe sal Jacob van Oesterwijck heer Floriszoon hebben 't schoutambacht van Leyderdamme, zooals hij de brieven heeft van den Joncker van Arckel, ende voir syn verlies sal hi hebben 100 cronen. Item myn heer en sal Jan van Werdenberch, Otto van Vueren en Otto van Gellinchem met hem niet laten soenen buten de stad Gorinchem

1406-05-28 (1) |

R.A.H. Coll Aanw 69 fol 123-125v/Memoriale B.H. fol 78
Jaartallenindex

t'ondersoeck van Alkmaar. Hertog Willem oorkondt [volgt letterlijk het stuk van 26 april met één kleine wijzinging]: "daer een deel van onser wegen of vervolgd worden ende belopen opten huyse tot Reynegom, t welc ons open slot is, ende men van ons houdt, dat sij onsen rade die wij onsen (?) lande bevolen hadden mit gewelde voir hielde doe ment van onser weghen eijschte, van welken huijse zij gingen mit eenre dadinge": Jan Bertout (75 Eng nobel), Aernt Gherytsz (75), Lyck Wybrantsz (75), Gheryt Jansz (45), Pieter Dirksz met zijn zoon Dirxkyn (40), Jan Thyman met zijn zoon Thyman (32), Pieter Gabbekijnsz (200), Kelle Dircsz (15), Gheryt Bertout Tgeddenz (32), Engel Thybautsz (60), Jan Pietersz Cannemaker (200), Huesden Claesz (125), Hughe Jansz (75 nobelen), Mathys Pietersz Cannemaker (200), Jan Gabbekynsz (60), Jan Gherytsz Saftkinne (25), Goeswijn Gerbrantsz (25), Jan Jacobsz die pelser (75), Jan Meusz (75), Pelgrim Jansz (25 nobel), Aernt Geertgensz (15), Harbrant Aerntsz (15), Heynrick Jan Cupersz (45), Meus, zyn broeder (25), Jan Reynersz (15), Dirc Clais die Stienbacker (15), Floris Ghise Claesz (25), Ludekin Lubbenz (25), Pieter Willemsz (15), Willem van Adrichem (40), zijn zoon Claes (75), Pieter Lueijs (15), Jan Lueys (15), Jan Geryt Bertoutsz en Brandekyn Ludekyns neve seggen wij quyt, omdat sij cleijn sculden hebben. Hierenboven seggen wij dat Engel Tybautsz, Jan Gherytsz die men Saftleven heijt, Goeswijn Garbrantsz en Meeus Jan Cupersz als als ons voldaen hebben van sulken gelden als hem over gezedt is, een bedevairt doen sullen ten Heyligen Grave binnen Jherusalem ende niet weder aen dese zyde sberchs comen op hoir lyf, tensij bij onsen wille, omdat sij meer ondaet bedreven hebben dan die ander. Zij moeten borgen stellen. Gegeven en geseyt in den Haghe etc

1406-04-26 (4) |

R.A.H. Coll Aanw 69 fol 121v/Memoriale B.H. fol 77
Jaartallenindex

dit syn degene die om des vechtelics wille dat tot Alkmaar was, op ten huse tot Rynegom belopen worden. Tot Haerlem: Florys Gherytsz, Lucke Wibrantsz, borge: Dirc Boves; Gheryt Jansz, borge: Wouter van Woude; Pieter Dyrcsz en zijn zoon Dyrcxkyn, borgen: Dirc Struijs en Heynric Struijs, Jacob van Utermeer en Pieter Jansz snider; Jan Thymansz en syn soon Thyman, borgen: Louwerens Willemsz, Bertout Jans en Jan Bertoutsz, sceepmakers, Dyrc Dyrcsz; Gheryt Berthoudsz, borge: Aernt Pietersz; Jan Pietersz cannemaker, borge: Gerbrant Jansz; Clais van Adrichem, borge: Symon van Bloemenvenne Willemsz; Willem van Adrichem, borge: Dirc Reynersz; Pieter Loys, borge: Jan Allynsz van Leyden; Jan Loys, borge: Evert Pietersz. Delft: Engel Tybautsz, borge: Huge Willemsz; Aernt Gherytsz, borge: Pelgrim, zyn broeder; Jan Mathijsz, borge: Gherijt Bertout, zyn vader; Pieter Gabbekynsz, borge: Reynkin v.d. Kairne en Jan Aechtenz; Huesden Claisz, borge: Jacob Jansz; Huge Jansz, borge: Lysbeth Gheryts van Haerlem weduwe met Pieter hoer voecht; Wisse Gherytsz, Mathys Pietersz, borge: oude Gheryt en jonge Gheryt die pelseren; Pieter Jansz, Jan Garbrantsz, borge: Bertout Bertoutsz; Jan Gherytsz Saftkinne, borge: Gijskin Jacobsz en Gheryt Willemsz van Delf. Leyden: Goeswijn Garbrantsz, borgen: Coen Willemsz, Herman Hermansz van Haerlem en Pieter Martynsz van Leyden; Jan Jacobsz pelser, borgen: Dirc Gherytsz en Allart Jansz van Haerlem; Jan Nannenz, borge: Bertelmeus Nannenz; Pelgrim Jansz, borge: Dirc Pelgrimsz van Graft; Aernt Geerkinsz, borge: Dirc Walichsz die smit; Garbrand Aerntsz, borge: Aernt, syn vader; Heynrick Jansz, borgen: Clais Veder Pietersz en Dirc Jansz van Outorp; Meus Jansz, borgen: Ysebrant Ubelen van Alkmaar en Dirc Reynersz van den Sandyck; Dyrc Claisz stienmaker, borge: Yve Harkenz, Pieter die Wilde; Jan Bertout, borgen: Philips van Cralingen, Hugh van Riedwijc en Ysebrant Streveland. Rotterdam: Florys Claesz, borgen: Symon Boudynsz en Jan Ysbrantsz van Heylo; Ludeken Lubbenz, borgen: Bertout Dirc Cop Vedenz.z, Jacob Jan Berweitsz en Willem Hert; Gerbrant Dirxz, Florys Gherytsz knecht; Brandekin Ludekins knecht; Jan Reynairsz; Jan Gherijt Bairtsz, borgen: Heynric Dircsz en Ysebrant Doedenz heeft geloift Heynrick scadeloes te houden van synre moeyen wegen als een voicht en oic van syns selfs wegen

1567-08-23 |

R.A.H. Coll Aanw 138 Caput Zeeland, Voorne fol 33, 32
Jaartallenindex

request aan de luyden van de rekeninge in den Hage, gepresenteerd door Jan van Duvenvoorde, rentmeester van het land van Voorne, en Carel Gans, voogden over de achtergelaten kinderen van Willem Heerman en Adriaen Heerman, hoe dat hemluyder beijder vader behoorlyck verly, hulde, eed en manschap gedaan had van zekere percelen van lenen gelegen in het land van Voorne, welke lenen alsnu in successie gedevolveerd zijn op heure beyder kinderen, eerst op Adriaen Heerman, zoon van Adriaen, die percelen van lenen daeraf die heergewaden en heerlijke rechten belopen ter somme van 41£ 10sc tot 40 gr. Ende op Cornelis Heerman, zoon van Willem Heerman, zijn gecomen bij zijns vaders makingen en testament 3 andere percelen van leenen, nl ⅙ deel van Pancras gors, ¼ deel van Roxnisse en die tienden aldaar. Gelegen in den lande van Voorne. Daar Willem van zijn ouders geen ander goed geerfd heeft dan de 3 leentjes die maar van zeer cleyne incomsten zijn, terwijl zij toch voor heerlijke goederen gehouden worden en de heerlijke rechten meer betreffen dan de inkomsten, waren deze leentjes niet binnen de behoorlijke tijd verheven. Voogden verzoeken nu alsnog belening. Voogden ontvangen remissie van het gepleegde verzuim mits betalende de heerlijke rechten en heergewaden in handen van de ontvanger van de espargne, de heer van Cabau, ten bedrage van 4£ (vgl 1560-04-10). Koning Philips beleent Cornelis Heerman met: 1) ¼ deel van de ambachtsheerlijkheid van Roxenisse, met aanstelling van schout, schepenen, dijkgraaf en heemraden, gift van de kerke, etc; 2) ¼ deel van alle coren- en smaltienden van Roxnisse, bedijct en onbedyct. Behouden die erfpacht van 378£ van 40 gr per jaar eeuwig durende op geheel Roxnisse ende den Ruygenhille, dat bedyct is of zal worden. Na besterfte of coop zal dit leen met een gelijk ¼ deel, voormaals verlyt Heynryck Butkin, één leen wesen, 3) 1/16e deel van de ambachtsheerlijkheid etc en de thiende van Pancraesgors, leggende en bedyct oostwaert aen t landekyn genaamd Nieuwe Natiars, gelegen in het land van Voorne. Alles onversterfelijke erflenen van Voorne. Daar Cornelis Heerman onmondig is, doet zijn oom Carel Gans de eed

get. G Wallerandt

1407~ |

R.A.H. Coll Aanw 43 fol 118-129, 134v/Reg E.L. 4 fol 33, 34 (los papier)
Jaartallenindex

Hantvest van Gorinchem (III): 41) dit syn sulke punten als Jan van Harlaer hebben soude: a) voir zijn schade ontvangt hij 4000 Vrancr schilde; b) hij zal hebben die hoge ende lege heerlichede van sinen huyse ende hofstadt tot Oosterwijk, wantet hem die heer van Arkel gegeven hadde; c) hij zal hebben die dagelixe heerlichede van den dorpe tot Oesterwyc mitter giften van der kercke en mitter tienden; d) zal die hertoge syn huyse in Lopick op doen maken alst was van dien van Utrecht of daervoir doen geven binnen sjaers also veel als redelic is; 42) item dit sal Gerijt van Herlaer hebben voir sijn verlies: 1000 Vrancr schilden, en voor zijn renten in Gelre die belopen 200 gld sjaers, 2000 gulden of 200 gld sjaers; 43) dit syn die punten die Coen van Haerlaer hebben soude: a) t gelt van sinen diensten 8000 schilden, waarvan 5000 op het baljuwschap van Medemblik, b) voir alle scade als hi geleden heeft om sheren ende joncheren wille van Arkel in den lande van Arkel, in den Gestichte ende in Hollant 4000 Vrancr schilden, c) item sal myn heer Coenen helpen dat hi ende sijn borgen mit simpelen hoeftgelde betalen mogen sonder enigen scade daerof te geven alsulck gelt als hem opten dienst geleent is, want hi sinen dienst niet en heeft mogen voeren, d) soo sal hi Coenen redeliken doen beteren, dat sij hem in Vrieslandt om sheren saken alsoo Vreesden e) soo sullen Jan Claesz en Willem Alijsz quyt wesen van alsulken broken, ende wes van haren goeden in myns heren orbair gecomen is, sal men hem wedergeven; 44) soo sal Aernt van Haerlaer hebben voor sijn verlies 500 Vrancr schilden, ende alsulke goede ende renten als hi in den lande van Gelre verliest, die sal men hem in Hollandt weder beleggen an goeden goeden, dair hijs seecker is alsoo dats hem genuecht; 45) voor het geld dat mijn heer zal moeten betalen ontvangt hij uitstel; 46)dit is dat Coen van Oesterwijck hebben sal, als dat men hem wedergeven sal alsulc goet als hem die Heer van Arkel genomen heeft; 47) item soe sal Jacob van Oesterwijck heer Floriszoon hebben 't schoutambacht van Leyderdamme, zooals hij de brieven heeft van den Joncker van Arckel, ende voir syn verlies sal hi hebben 100 cronen, ende dit sal wesen gelijc den anderen gelde dat men verborgen sal; 48) item myn heer en sal Jan van Werdenberch, Otto van Vueren en Otto van Gellinchem met hem niet laten soenen buten de stad Gorinchem