34 resultaten

Cornelis Berendsz | 1505

Cartul Marienweerd no 372/Aant op fol 1v
Voornamenindex

Cornelis Berntsz ontvangt 3 morgen land te leen, gelegen op het Westhusenrevelt bij Culenborch

1554-10-08 |

R.A. Arnhem Arch Kelnarij van Putten Inv 172 regest 85
Jaartallenindex

Arnoldus, abt van Abdinckhoff, beleent Peel Berntsz met het hofhorig goed "Pilsgrims guet van Lanckeren" in het kerspel Nikerkenn [Nijkerk], in de buurschap Appell

1539-02-24 |

R.A. Arnhem Arch Kelnarij van Putten Inv 304 regest 69
Jaartallenindex

Jochim Berntsz van Nulde verklaart dat hij aan Gerrit Blomedaell c.s. een jaarlijkse rente van 4 Gelresche snaphaenen tbv kerk en pastorie te Putten, heeft overgedragen

Claes Jan Berensz | 1535-04-02

Repert Stichtse Leenprotocollen p 20
Voornamenindex

Claes Jan Berntsz beleend met het goed Randenbroek bij Amersfoort, na dode van zijn vader Jan Beerntsz

Bochoven, van | 1552

Ned Leeuw jg 1913 p 116; Kroniek Hist Gen 1865 jg 21 p 538; 1870 jg 26 p 539, 571
Achternamenindex

Anthonis Thonis Bockhoven, raad van de stad Utrecht 1552, 1553 x Cornelia; Rychardus van Bochoven, vroedschap ? van Utrecht; idem Henrick Berntsz van Bochoven 1589

Schultinck | 1410~

Leenregister Culemborg fol 20v
Achternamenindex

leenregister Culemborg: - Bernt Snoijden Berntsz de helft van 3 morgen met de helft van de huising en timmering in het Wael, belend boven: Elyaes Scultinck, beneden: Hubert Zibrantsz

Grebber, de | 1500-06-02

Repert Stichtse Leenprotocollen p 20
Achternamenindex

Johan Berensz [er staat: Berntsz] zoon van Willem Grebber, beleend met het goed Randenbroek bij Amersfoort, na opdracht door Lysbeth Willem Grebbersdochter; 1512-09-05, 1518-05-02, 1525-10-23, 1529-07-16: beleend Arent Johan Berentsz na dode van zijn broer Willem Grebber Berentsz; 1535-04-02: mr Johan Aernt Jan Berentsz, na dode van zijn vader; 1569-04-06: Claes Jan Berntsz, na dode van zijn vader Jan Beerntsz

1527-05-31 |

Bissch Oud Arch Haarlem/Cartul Klooster in den Hem Inv no 119 fol 15v
Jaartallenindex

broeder Henrick Jansz, prior, en gemeen convent der Regulieren in den Hem buiten Schoonhoven oorkonden dat zij op 1503-03-10 24 morgen in Boenrepas in erfpacht hadden gegeven aan Dirck Engelsz, mr Pieter Engelsz, priester, Claes Engelsz, ende Aechte Engelsdochter, hoire suster, waarvan 6 morgen nu weer aan het convent gekomen zijn bij de kinderen van wijlen Jan Melysz, als Jacob Jan Melysz, Cornelis Jan Melijsz en Jan Jan Melijsz. Welke 6 morgen leggen in Boenrepas an die noortzyde naest an die hofstede van Enghelenborch genaemt, ende aen die zuidzijde naest gheland Egbert Berntsz mit eygen ende mit erve. Zij geven deze 6 morgen nu in eeuwige erfpacht aan Adriaen van Hooff Berntsz, om 12 scilden sjaars en nog 5 oude leeuwen voor het St Nyclaesoutaer (vgl 1503-03-12, 1543-04-03)

medebezegeld door Ariaen Berntsz van Hooff, Jan die Rijck Jacopsz, scout van de Vlist en Bonrepas, ende Dirck Meeusz, Pieter Dircsz Doud' gheswoerenen in denselven ambacht

1561-12-30 |

mr Enschedé: Inv Arch Haarlem no 2187
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat Jacob Berntsz goutsmit opgaf ten vryen eygen aan Huych Zas blaeuverwer een huis en erf in de Batte Jorisstraat, ter ener: Herman Jansz snider, ter ander: Jan van Zanthes weduwe, achter streckende aan Margrijete Huygendochter, Jan van Necken weduwe, met een vrye poort uitgaende in de Crauwelssteeg. Met bepalingen over een gemene put. Belast met 38 sc

Jan Mathysz en Hugo Bol van Zaenen, schepenen

1450-03-06 |

Kroniek Hist Gen jg 1852 p 296/Arch Mathenesse
Jaartallenindex

Gerrit van der Wilten Berntsz leenheer, doet te weten aan Dirk van Bair, leenman, dat hij diens leen en manschap met andere mannen daartoe behorende overgedragen heeft aan Evert [van] Enghusen Gheryt Palickenzoon van Enghusen, waarbij hij hem van den leeneed ontslaat en verzoekt binnen 6 weken hulde te doen aan den nieuwen leenheer. Vrijdag na Riminiscere 1450