5 resultaten

1508-09-21 |

R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Zeeland, Voorne fol 12
Jaartallenindex

Karel beleent vrouwe Anna van Borsselen, vrouwe van der Vere, na dode van onse geminde wijlen vrouwe Anna van Bourgongen vrouwe van Ravesteyn met alle die huisinge ende die woninghe boven en beneden staende tot Poppenberch ende alle die erve die wijlen heer Claes van Borssele in leven heer van Brugdamme en zijn huisvrouw vrouwe Marie van Ernemuyden leggende hadden in Popenberch. Leen van Zeeland tot een onversterfelijk erfleen. Heergewade: een rode valck of een nobel daarvoor, gelijk vrouwe Anne van Bourgognen voors. en haer vorsaten ende sonderlinge die voors. heer Claes van Borsselen gehouden hebben. Ende dese huysinge sal wesen onse open huys. Jacob Hontman doet de eed als haar gemachtigde

present: Godschalk Oem van Wingaerden, Joost van Brederode, mr Bertholt van Assendelf, Dirck van Boneem, Reinier Willemsz

1505-08-08 |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput Z.H. fol 197b
Jaartallenindex

Philips oorkondt dat here Herman Ghysbrechtsz, procureur, met Jacob Willemsz, onse schout van den Hage als zijn gecoren voogd, opdroeg tbv heer Adam Woutersz, procureur, 10 ½ morgen lants gelegen in Alblasserwaard in Molenaersgrave, gemengder veur en gemengder aerde mit Trot Vasteurszoons erfgenamen, belend oost: des priesters lant van Molenaersgraver kercke, west: van outs Molenaersland. En dat hij vervolgens heer Adam hiermede heeft beleend tot een onversterfelijk erfleen, leen van Arkel. Heergewade: 1 Vrancr schilt. Joost Henricsz doet als zijn gecoren en gesette voogd de eed voor heer Adam (vgl 1503-05-11)

present: Bertholt van Assendelft, onse secretaris, Dirck van Boneem, Willem van Ruyven, Jacob Adriaensz, cleene Jan Bruyn

Breda, van | 1212-02-24 (1213)

Noordbrabantse Charters p 21; v.d. Bergh I no 231; Miraeus: Opera Dipl I p 408, 572; Butkens: Trophees de Brabant dl I boek IV p 61
Achternamenindex

Godefridus van Breda ontvangt van de hertog van Lotharingen in leen: 1) de helft van de tollen per Strynam et Scaldam; 2) inwoning van wederzijdse onderdanen; 3) onderdanen van de heer van Breda in Oisterwijk, Arendonk etc mogen daar blijven; 4) Godefridus zal de hertog dienen, met 240 ridders en ridderzonen; 1213-02-25: Godefridus ontvangt de helft van de tol tussen Striene en Scaldis, Schakerslo en Ossendrecht, dat anderen verbeurd hadden

getuigen: Walterus Bertholt, Gerardus de Grimbergen, Arnoldus de Ranst, Godefridus, castellanus Bruxellensis, Arnoldus de Wesemale, Arnoldus dapifer, Rolin de Thenis, Wilhelmus de Ekerne, Wilhelmus de Lira, Waltherus de Ruman, Arnoldus amman Antverpiensis, Wilhelmus de Halle

1508-05-20 |

R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Zeeland, Voorne fol 10
Jaartallenindex

Karel oorkondt dat aan onse lieven en getrouwe schildknape Vranck van Borsselen here van Cortgene bij dode van zijn vader heer Floris van Borsselen heere van Cortgene aangekomen die heerlijkheid, stede, slot, boomgaerden van Cortgene, leggende in onsen lande van Noort Beveland in Zeelant, met 993 gemeten 40 roeden ambacht daaronder gelegen, die steen schieten 659 gemeten met maelrije, visserye, vogelrije, veren, ommelopen, aenwassen, met den exchys aldaer en alle ambacht en ambachtsgevolge, mitsgaders alle heerlycheden, hooge, middelle ende nedere en anders allen synen toebehoren, die gehouden worden tot een onversterfelijk erfleen, doch niet binnen het jaar na dode van zijn vader verzocht waren. Vervolgens belenen zy Vranck met dit leen. Tot een onversterfelijk erfleen. Heergewade: een rode sperwer of 40 gr daarvoor. Als zijn gemachtigde doet mr Jacob Ingelrave de eed, met dien verstande dat Vranck zelf de eed moet doen zodra "dat hy by ons of onsen voors. stedehouder comen sal" (vgl 1508-04-15)

Floris van Wingaerden heer van Yselmonde, mr Jacob Goudt, rentmeester generaal van Noort Holland, Bertholt van Assendelft, Dirck van Boneem, leenmannen

1511-02-27 (1510) |

R.A.H. Coll Aanw 113 Caput Z.H. fol 32v
Jaartallenindex

Max en Karel belenen Jan van der Dussen Florisz na dode van zijn vader Floris van der Dussen, met: 1) dat slot, huys, hofstede van der Dussen, met den manschepen ende met anders zynen toebehoren, 2) aen dat ambochtsheerscip van Haerswaerde ende voort allen anderen ambochtschepen, landen, visscherijen, renten, veeren, gruiten en goeden daertoe behorende, 3) dat ambacht van Monsterkerck met winde, veeren, visscheryen, tienden, tynsen, beden, manschippen en toebehoren in onsen lande van Zuytholland, aen beide zyden van de Dussen, tot een erfleen, 4) item die halve Nesthienden, ongedeylt mit den canonicken van den Briele met ½ die smalthiende binnensdyks gelegen, ongedeelt met de papelike prove van Monsterkerck, gelegen binnen de ambachtsheerlijkheid van Monsterkerck voirz. Welke halve Nesthiende gelegen is tussen den Gravendyk ende die Voirn thiende. Tot een erfleen. Heergewade: een rode sperwer, 5) noch 28£ Holl sjaers uit de ambachten van Nederveen en cleen Waspyck met den uytlanden en aenwassen, gelegen in denselven ambachten, gelegen in Zuyt Holland. Tot een erfleen. Daar Jan onmondig is, doet Jan van Langeraeck de eed. Op 1531-05-15 doet Jan van der Dussen zelf de eed (vgl 1512-02-21)

present: Jan van Treslonghe, Tielman van Dullekem, Bertholt van Assendelft, Pieter Plumion, Jordaen van Raemsdonck; 1531-05-15: in presentie van Jan Hendriksz, ontfanger v.d. exploicten in Holland, Cornelis Barthouds, Hubrecht van Houff, leenmannen