10 resultaten
1462-12-28 |
V.R.O.A. 1920 dl I p 224 regest 37/Klooster Emaus in het land van Steyn Inv no 4
Jaartallenindex
burgemeesters, schepenen en Raad van der Goude geven een handvest over de waterstaat en de schouw in het land van Steyn o.a. inhoudende dat de Regulieren aldaar, wegens hun grote bezittingen, behalve een plaats van een hoge er tevens een van lage heemraad mogen bezetten
1501-03-05 |
Kroniek Hist Gen jg 1846 p 145/Arch 5 Kapittels Utrecht
Jaartallenindex
de bisschop van Utrecht antwoordt aan de Staten van Utrecht dat hij de goederen van de voortvluchtige daders der geweldenarijen te Umgermijder bedreven, heeft doen bezetten, en dat hij zijn maarschalk Geryt Utenham heeft bevolen "nae recht ende gewoent geboirlicke te halden". Gedaen slot te Duurstede
1449-09-15 |
V.R.O.A. 1920 dl I p 221 regest 27/Arch Klooster Emaus in het land van Steyn Inv no 4
Jaartallenindex
burgemeesters, schepenen en Raad van der Goude geven onder bevestiging van de handvesten door heer Jan van Henegouwen in 1350 gegeven, nieuwe voorschriften over de waterstaat en de schouw in het land van Steyn, onder meer inhoudende dat de Regulieren aldaar, wegens hun grote bezittingen behalve een plaats voor een hoge heemraad er tevens een van een lage heemraad mogen bezetten
Lichtenberg, van | 1296-06-20
Van Mieris I bl 571
Achternamenindex
Philips van Groeneveld, maarschalk van de bisschop van Utrecht, oorkondt dat hij het huis ter Horst tbv graaf Floris II zal bezetten tot de 2000 ponden die graaf Floris aan heer Jacob van Lichtenberg heeft overhandigd tbv de bisschop, door de bisschop teruggegeven zijn
1508-09-15 |
Kroniek Hist Gen jg 1846 p 264/Arch 5 Kapittels Utrecht
Jaartallenindex
Splinter van Nyenrode en Wilhelm van Nyevelt, bastaard, verzoeken van hun belofte ontslagen te worden om het huis van Loendersloot, hetwelk zij na de inneming van Weesp ten voordele der Staten van Utrecht, en uit vriendschap en maagschap met den uitlandigen heer Dirk van Zwieten, ridder, hadden aangenomen te bezetten, onpartijdig te bewaren om merckelicke saecke voergevallen, en verlangen binnen 3 of 4 dagen de daarvan gegeven certificatie terug te bekomen
Veen, van | 1296-04-19
v.d. Bergh II no 940
Achternamenindex
Jan, bisschop van Utrecht, oorkondt dat hij zijn maarschalk Philips van Grunevelde, knape, opgedragen heeft het slot ter Horst te bezetten en te bewaren, totdat de bisschop de schuld die hij heeft aan graaf Floris V, Giselbertus de Goye, ridder, en aan Gerardus de Veno, knape, betaald heeft
Groeneveld, van | 1296-04-19
v.d. Bergh II no 940/De Raadt I p 518/Van Mieris I p 571
Achternamenindex
Jan, bisschop van Utrecht, oorkondt dat hij "dilecto marscalco nostro Philippo de Gronenevelde famulo" opgedragen heeft het slot ter Horst te bezetten en te bewaren, totdat de bisschop de schuld verschuldigd aan graaf Floris V, Giselbertus de Goye, ridder, en aan Gerardus de Veno, famulus, betaald heeft; 1296-06-20: Philips van Groenenvelde heeft het huis ter Horst genomen
1502-07-01 |
Kroniek Hist Gen jg 1846 p 164/Arch 5 Kapittels Utrecht
Jaartallenindex
de bisschop van Utrecht antwoordt aan de Staten van Utrecht op hun schrijven dat zij bij de bestaande geschillen tussen de hertogen van Cleve en van Gelder, een overrompeling van de stad Rhenen duchten, en dus verzoeken voor het behoud dezer stad en de sloten van het Stichtte zorgen. Dat hij zelf niet kan over komen wegens merckeliken en lestige zaeken, alsmede wegens een ophanden zijnde dagvaard met die van Munster over de vordering van Arnt van Heijden, niet wetende wil die dagfaert tot fruntschap offte anders geëndet zal worden. Hij is van oordeel de stad Rhenen op slands kosten met krijgsvolk te bezetten. Gedaen slot Vollenhove
1514-11-01 |
Kroniek Hist Gen jg 1847 p 174, 176/Arch 5 Kapittels Utrecht
Jaartallenindex
Frederik van Baden, bisschop van Utrecht, antwoordt aan de Staten van Utrecht, op hun mededeling dat zij door hem gewaarschuwd zijn voor een vermoedelijke aanslag op de stad Rhenen, zich tot Wynandt van Arnhem en Hendrik Erkelens hadden gewend, die hem van wege de Gelderse zijde hadden gerustgesteld, - dat hij niet van de Geldersen maar in het algemeen had gesproken, en wat de in Rhenen vergaderde huislieden betreft, dat hij deze op hun verzoek weer zal ontslaan; 1514-12-19: de bisschop verzoekt, op de van Henrick Erkelens ontvangen waarschuwing om de stad Rhenen en het slot ter Horst te bezetten, aan de Staten van Utrecht onmiddellijke beschrijving van het kapittel-generaal om hierover te beraadslagen; gedaan slot te Duurstede
1418-03-20 - 1418-08-21 (3) |
Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1852 p 392-411
Jaartallenindex
vervolg rekening: Cleyn foureyn. Item op ten lesten Maert mit Geryt die Gruter overdragen om te dienen mijn gen. Vrouwe met een reynscepe en 10 gesellen 7sc 8d. Item betaelt van 6 hoedt tarwe bij heer Jan van Heemstede van mijnre Vrouwen vyanden verkregen waren, tho vrachte van Leyden tot in den Hage te bringen. Item 19 Juni betaelt Gysbrecht van Voirscoten van costen die hij mit hun tiensten gedaen hadde, als hij mit Philips die Blote voir den Briele met een baerdse getogen was om die baerdse te helpen zinken, 11sc 6d. Item betaelt Jan Humansz die mit syn gesellen mit 8 wagens voerde 44 man ut Papendrecht jegens myn gen. here van Brabant, als hij van Gorinchem overquam tot in Papendrecht, van elcke man 4gr, comt tesamen 14sc 8d. Bodelonen: Item op 29 Maart een bode gesent tot Bredero an Willem van Brederode en Jan van Heemstede, mit brieven roerende dat men den Kenmers een wete doen soude om te wesen tot Scepelenberge om myn here van Brabant aldair te hilden. Op 2 April bode gezonden tot Hairlem, Leiden, burggraaf en baljuw van Rynland, met brieven om de Rynlanders een wete te doen des anderen dages tot Catwyc te wesen om mijn gen. here van Brabant aldair te hulden. Op 4 April gesent tot Warmonde an Jacop van den Woude en heer Jan van Heemstede en an Willem van Brederode, dat sij comen souden ter dagvaert s Manendages in de Paes Heyligen, om des oirlogswille met hen te spreken. Op 9 April bode aan Jan van Haemstede om tijdens afwezigheid van de heer van Haemstede Zierikzee te bewaren. Item bode gesent tot Beest an Otte Hacke [een spion !]; bode aan Gysegen uter Lier baljuw van Delfland, en Adriaen van Mathenesse, baljuw van Scielant. Optieselve tijt geschreven an Dirck van der Merwede, castelein tot Sint Geerdenberg. Item een bode in den lande van Gelre an Airndt Pieck [een spion]. Op 4 Mei een bode naar Gorinchem an Jan van Langerak en an Dirc van Hueclem om er op aan te dringen Woudrichem te veroveren. Op 7 Mei bode naar Zeelant naar heer Floris van Borsele en heer Floris van Haemstede. Item gesent tot Rotterdam an den gerechte een bode met brieven, roerende dat sij hun tevreden scikken willen van sulcke dreijgelicke woorden als Adriaen die bastaert gesproken soude hebben op den poirteren van Rotterdam te misdoen, so myn gen. vrouwe an denselven Adriaen gescreven hadde van de voirs. woirden af te laten. Item op 12 Mei een bode gesent ther Goude an heer Jan die bastart van Bloys ende an Costijn Gillisz mit brieven roerende den heere van Arckel overmits sijne ziekte wille ut den stock te slaen ende op een camer te laten gaen, des dieselve bode van danen voirt tooch tot Woudrichem an den here van Hoirn met brieven roerende Woudrichem te bezetten. Op 14 Mei bode gezonden aan Ector van Eelingen baljuw slants van Putten, Gerrit Willemsz van der Borch, schout tot Geervliet en Dirc Gillisz mit brieven om hun te verbieden dat zij nog langer bier in Delft kochten. Item 16 Mei een bode gesent te Dordrecht mit 4 brieve van ontsegge, die heer Jan here tho Roijc[hec], Gerijt zijn zoon, Jan van Brouckhusen here ter Leede [= Rhede] ende Jan van der Heer gescreven hadden in den Hage, meynende daermede te ontseggen mijnre gen. Vrouwe van Brabant ende Hollant. Welke brieven zij den voorn. personen weder besende, overmits mijn gen. Vrouwe hoir niet also en bekende genoemdte wesen als in den voirn. brieve verclaert staet. Bode met brieven aan Floris van Tol. Op 22 Mei bode gesent t Amersfoort an Wouter Boter om ten behouve van mire Vrouwe herberge 300 à 400 ossen te kopen, ende toich van dane voirt in de Betuwe an Jan van Wijc, ambtman van den lande van Gelre