2 resultaten

1439-03-22 (1438) | Spaarnwoude

R.A.H. Coll Aanw no 100 fol 148; R.A.H. no 97 fol 149/Lenen Margaretha van Bourgondië fol 73v
Jaartallenindex

Margaretha van Bourgondië beleent om bede wille van sommigen onsen getrouwen rade Jan van Spernerwoude met die ambachtsheerlichede ende dagelixe gerechte van Spernewoude, streckende alsoe verre als die ban van daer aff gelegen is, mitten schoutambachte ende veer, mitten thienden, thynse, windt, gruyt ende visscherye ende anders mit allen nutscippen, profyten ende vervallen daertoe behoorende. Behoudens dat Pieter Jacobssoen Camerlinge voor zyn leven behouden zal het schoutambacht en het veer. Tot een erfleen, te verheergewaden met een roode sperwer of een Holl Bourg. schild daarvoor; 1439-09-09: bevestigt door Hertog Philips

1525-05-30 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Kennemerland fol 44-49v
Jaartallenindex

huwelijkscontract tussen joncker Heynrick van Merode, here tot Peterssen en jvr Fransoyse van Brederode met haar vader heer Walraven heer tot Brederode, Vianen. Jhr Hendrik brengt mee de heerlijkheid en goeden van Petershem en alle goederen die hem ten deel vallen van wijlen zijn vader heer Richaldt van Merode en van zijn moeder wijlen vrouw Marguerite van Hoorne, dochter tot Gaesbeeck. Jvr Franchoise van Brederode brengt ten huwelijk alles wat haar toekomt uit de successie van haar moeder. De heer van Brederode geeft zijn dochter: 1) een erfelijke rente van 250£ gr Vls, te lossen den penn. 20 op zijn goeden van Brederode, het Oge etc, 2) 300 £ ineens, 3) de aartshertogin geeft haar 1000 £ in eens, en clederen. Voor haar lijftocht zal zij hebben de heerlijkheid en goeden van Petershem en het huys van Petershem als woning, behalve indien zij zou hertrouwen. Overleeft jhr Heyndrik zijn vrouw, dan ontvangt hij 500£ tot lijftocht. Zijn er kinderen dat ontvangt zij als duarie uit Petershem en Diepenkerk 600£ per jaar. Op 1525-09-21 geconfirmeerd door Karel

oorkonders: Anthuenis van Lalaing, grave van Hoochstraten, heer van Montigny, tot Culenburgh, Borsselen etc, ridder van het Gulden Vlies, Raad en Camerling en Hooft van alle domeinen en Finantien v.d. Keizerl. Maj, als stadhouder-generaal der land van Holland, Zeeland en Friesland, Floris van Egmond, grave tot Buren, heer tot Yselstein, Maximiliaen van Hoorne, heere tot Gaesbeke, ook ridder van der oordene en Raade en Camerlingen van den keizer; verder genoemd: de cardinael van Luik, myn here van Gaveren van Fienes, myn here van Berghen, van Walham, ook ridders van de ordene en Raden en camerlinge; joncker Heyndrick van Merode met consent van de Cardinael van Luik, van zijn oom Maximiliaen van Horne heer tot Gaesbeek, en zijn neef de jonker Janne van Merode here van Meroede, van Westerloe; jouffrou Fransoise van Brederode in presente en met consent van de aartshertogin Marguerite, regentes, en mynre genadigste vrouwe van haar vader heere Walraven heere tot Brederode, haar broer jonker Wolfaert van Brederode heer van Cloetinge, en haar neef Anthuenis van Lalaing