Bedoelde u soms?
carthuser | carthusers

22 resultaten

1447-09-09 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. 574a regest 379/Arch Carth bij Amsterdam
Jaartallenindex

schout en scepenen in Weesperkerspel oorkonden dat Ghysbert Ghijsbertsz en Lambert Ghijsbertsz, ghebroederen, verkocht hebben aan de Carthuizers bij Amsterdam, elcx ½ morghen lants gheleghen in Heyn Busen saet, daer aen die zuidzijde naest bi ghelant is Janne Mans lant, noord: Jan Claes Roelofsz.z. Ter zelver stond hebben zij aan de Carthuizers bij Amsterdam kwijtgescholden "alle sulke toesegghen als sij hebben moghen tot die morghen lants gheleghen in der voirs. saet, die Jan Ghijsbertsz, hoir broeder, een conventuaal des convents der voirs. Carthuseren den selven Carthuseren totten convents behoeff voirtijts heeft ghegheven, tot ghenen tijden hen dair vervolch off moeyenisse meer om te doen."

Reyner Jansz, (zegel zeer fraai bewaard) schout, Albert Zwanijnck Reynersz (een zwaan) en Peter Heynenz, schepenen; daar Peter Heynenz geen zegel heeft, zegelt Salomon Willemsz "mijnen stoelbroeder" voor hem (zegel verloren)

1434-02-11 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. no 574a regest 294/Cartul Carth Amsterdam fol 37
Jaartallenindex

schepenen in Amsterdam oorkonden dat Jan Bruyninczoon erkende verkocht te hebben aan de Carthuizers bij Amsterdam 11 hond lands gelegen in Weesperkerspell in Jan Goedeloffszoens lant, mitten Carthuseren voirn. ghemeyne, tusschen Salomon Willamsz lant an die zuidzijde ende noord: Wermbout Peter Lamberszoens lant

1425~ |

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 25/Reg Valor Feudorum Caput Arkel
Jaartallenindex

Otte Jansz: Een vierendeel lants gelegen an die Vlist in den kerspel van Polsbroek, daer boven naist gelant is Allairt Splintersz en beneden die Carthuseren van den Berghe, ten erfleen, gelikerwijs Catherijn Vredericsdochter ende hoer moeder Lysbeth Peter Janszdochter te houden plagen

1467-02-19 (1466) | Dordrecht

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 23v/Carthuizers Sint Geerdenberg
Jaartallenindex

burgemeesters en schepenen en raad der stad Dordrecht oorkonden dat prior en gemeen convent der Carthuseren buiten St Geerdenberg in Zuid Holland over lange jaren geweest zijn en noch zijn onse poirters, en verzoeken derhalve om ook de tolvrijheid voor dit convent te handhaven

1487-03-11 |

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 57/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

scepenen in St Geerdenberg oorkonden dat Godevaert Heinricsz overgaf in eenre vrijer ghiften broeder Dirck Henricsz totter Carthuser behoef leggende bij de voors. stede: een stuck lants gelegen opt Zandoele, tusschen den voirs. cloesters en Carthuseren landen gelegen aen beyden siden, streckende van die Zandoelsche wateringe totter ouder Donghen toe of totten ouden Haersloet

Lambrecht Jansz en Wouter Adriaensz, schepenen

1452-02-09 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. no 577b regest 401/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 58
Jaartallenindex

Vechter Arentsz oorkondt dat hij verkocht heeft aan de Carthuizers bij Amsterdam ½ deympte rietlants dat ic gemeen hebbe mitten Carthuseren voirn. gelegen in die Voelwijck buten die kae alrenaist Dirc Hilbrantsz an die oostzijde etc. Ende want ic Vechter voirs. selve ghien segel en hebbe, soe heb ic ghebeden den eerbaren Jan Berenz desen brief over mij te besegelen etc

1439-11-13 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. 574 regest 337/Cartul Carth bij Amsterdam fol 43
Jaartallenindex

scout en scepene tot Abcoude oorkonden dat Clemens Gheriit Willamszoonsdochter, Ghissbert Claeszoons wedue mit Roemer Jacobsz, horen neve ende ghecoren mombair, aan mr Wouter, procurator van de Carthuizers bij Amsterdam, heeft overgedragen den eigendom van de helft van 9 morgen lands ¼ deel van een morgen min, die si leggende heeft in Doirreweerde in den gherechte voirsz in der zate lants dair Beer Emontsz nu ter tijt op wonet, dair op die zuidzijde naest ghelant zijn Jan Claesz ende Peter Claesz, ghebroders, ende op die noordzijde: Heyn Nesse ende Beer voorn. tot behoef der Carthuizers voorn. etc. Item op dieselve tijt quam voir ons Jan Ghysbertsz ende gaf over mr Wouter voors. den vrijen eyghendoem van der helfte van dat rechte ⅓ deel van 4½ morgen lands ½ vierendeel morgens min, gheleghen in den rechte ende in den zate lants voirs. tot behoef der Carthuseren voirn. etc. Ende mr Wouter voirsz. ghelovede van der Carthuseren weghen voorn. scot ende scoude te ghelden van alle den lande ende erve voirsz. gheliken ander buerlant dairbij gheleghen

Jan Willamsz, schout, Willam Claesz en Clais Willamz, schepenen

1436-03-27 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. no 572c regest 308/Cartul Carth Amsterdam fol 41, 58
Jaartallenindex

Jan Wouter Galenz, scout van Sloten en Ostorp, oorkondt dat Aliit Lutgen Willamszoonsdochter met hair vader Lutgen als momber, den Carthuizers bij Amsterdam overgaf den eigendom van ⅔ deel van 6 made lants alsoe groet ende alsoe cleyne als sij die ghemeen leggende heeft in den ban van Ostrop mit ten Carthuseren voirsz, ende belent hebben mit erve, zuid: Gheriit Symonsz, noord: Bartout Gheriitsz, oost: Vrank Jansz, west: Jan Posk Gheriitsz. Waarborg voor haar is Wyer Teetenzoon

Albert Kerstinenzoen, Jan Claes Louwenzone, schepenen van Ostrop

1439-04-09 |

G.A. Amsterdam Inv B.W. 569a regest 331/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 46v
Jaartallenindex

schepenen in Amsterdam oorkonden dat Meelis Moenenzoen van Monikendam kwijtschold aan Jan Dirc Avensoen "alsulk recht ende toeseggen als hij hebben mochte van zijnre ende zijns wijfs weghen tot desen daghen toe of noch hiernamels crighen mochten opten Carthuseren ende horen gueden wonende bij Aemstelredam, roerende van alsulken gueden als sij hebben van jonge Pieter van Broeck zal. ged." Jan Dirc Avenz draagt vervolgens deze aanspraken en goed over aan de Carthuizers voorn. (vgl 1410-05-30)

1482-05-08 | Tuyl

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 130/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

ick Johan van Haeften doe kond. Soe in voirledenjaren Aernt Pyeck Bartholomeusz als een dyckgrave in Tyelreweert mitten dyck recht gecomen is geweest in al zulke erfnisse en gueden als die gheestelyken heren van de Carthuizers buiten St Gheerdenberg hebben liggen in Tielrewert ende onder der bancken van Tuyl, ende dieselve goeden opgewonnen had na vonnisse der heemraders, ende zoe Aert Pyeck voirs. mij alzulke rechtfordinge en coop overgegeven had voir denselven heemraden die op die zelve tijt zyn gheweest, ende want daar gheen brieff aff ghemaect en zyn. Nochtans doer frundelyke begeren des dekens ende capittels van Haeften, mynen lieven heeren ende frunden dat an mij versocht hebben, ende oick ter eeren Goids ende om gusnte die ik heb tot den geestelyken Godshuis ende Carthuseren voirs. soe schelde ick die zelve heren en Carthuseren voirs. van alsulcke recht furderinge voirs daer af alinghe ende all quyt, ende denselven godshuis om deser zaken en rechtforderingen will aen hoeren gueden tot gheenre tijt hijnderlyck wesen zal. Ende ick of myn erven nu of naemaels tot gheenre tijt huer gueden hyrmede beclagen of belasten zullen. Bezegeld met mijn zegel anno 1482, des Woensdages na den Sonnendags Cantate