5 resultaten
1414-03-11 (1413) |
R.A.H. 52 fol 202/Reg I (Privilegia) fol 137/Van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex
gaf mijn lieve Heer Haesgen Consul [Coensel] Paentiers wijf was dat ¼ deel van den bodeambacht van Gornichem etc durende hoir leven lang
1405-06-10 |
R.A.H. 52 fol 24v/Reg I fol 17v/van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex
hertog Willem geeft aan Cunsel [Coensel] onsen pentier, de school en het schrijfambacht van Monnikendam, zooals Jacob Hugensoen die te voren had, voor zijn leven. Cancellata
1414-04-15 |
R.A.H. 52 fol 219/Reg I (Privilegia) fol 148/Van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex
hertog Willem oorkondt: want Peter Claeszoon onser geminden Vrouwe van Egmonden camerlingh ende Margriet Consulsdochter [Coensel ?] in wittachtigen hijlic mit malcanderen vergadert sijn bi onsen wille, so hebben wij dienselven ghegonnet ende gegeven etc onse scole ende schrijfambacht tot Monnickedamme, en dat ¼ deel van onsen bodeambocht tot Gornichem, elcx met hoeren toebehoeren, na dode Haestgen Consuls [Coensel] weedwy, Margrieten moeder voirs, die si hebben en behouden sullen beyde hoor leven langh etc. Zij ontvangen het ¼ deel van het bodeambacht van Gornichem na dode Haesgen Consuls weduwe, 27 Mrt 1414 na den lope van onsen Hove
1406-06-19 |
R.A.H. 52 fol 47v/Reg I fol 33/van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex
Jan Beesten. Hertog Willem geeft om dienst wille aan Jan Beest onse camerlingh, de helft van dat bodeambacht van onsen baljuwschap van Medemblic metten dyc ende mitten scout ambocht opten dyc, als wijlen Everlijn Wenger die bezat. Ende Jonge Tynsel [Coensel ?] sijn pentier die wederhelft of heeft
1398-06-24 (3) |
A.R.A. Leenkamer 323/Reg F.H. fol 1-6, 12v, 19
Jaartallenindex
(vervolg) dit sijn die heren die mijn leve here van Oestervant van mijns heren weghen bidden sal: die coninc van Vrancrike 200 glaijen, die hertoghe van Bourgongen 100 glaijen, die hertoghe van Orlijens 100 glaijen, die grave van Namen en here Jan van Namen, syn broeder, tesamen 200 glaijen, Jan van Rodemars 50 glaijen, die Henewiers 400 glaijen, Jan van Bartangen 100 glaijen, die heer van Ghistel ende anders die Vlamingen 100 glaijen. Dit sijn die ambochtslude die geordineert sijn ter Vriescher reijsen. Eerst 2 ammirale die die scepe winnen sullen ende den goeden luden leveren, alse: here Jan van Heenvliet en here Gherijt van Egmond, onder hem Willaem v.d. Berghe. Bosmeisters en graefmeisters: here Florys van Alcmade, Gherijt van Eemskerc. Tymmermmeijsters: here Jan van Renisse van Wyninghen, Jan van Heemsteden, Clais Jans Vosz te Leijden. Tentmeisters: here Dirc van Poelgheest, Hughe Florysz mit 6 tymmerluden ende 12 knechten, ende dese sullen besorghen die turken ende vierpannen [?] en die lenten ende bi hem nemen die missagiers. Tarwe en Biercopers: Hughe Starke in den Hage, Symon van Zaenden Gherijtsz. Ossencopers: Jan Claesz, van Hurne, ende Symon Van der Scuer. Wyncopers: Pieter Heerman, Ghijsken Tolnaer, Pieter Bierenbroet, mr Colte van Leiden. Item die stede van Haerlem sullen scepinge ende bier leveren voirt gelt dat si minen here lienen sullen, des sullen zi die scepe leveren bi den ammiralen ende dat bier doen brouwen bi Hughe Starken en Symon van Zanen Gherijtsz. Die van Delf sullen bier leveren voir hoir ghelt bi Hughe en Symon voirs. Die van der Goude en die van Sciedam: scepeninge en bier. Scapecopers: Bertelmeus Willemsz en Kerstant Roelenz. Vischcopers: Clais die Muijs, Vranc Poesz, Willem uten Broeck, dese sullen bewaren dat die harinc tot Amsterdam vergadert ende in kelnaren geslegen werden. Botter en caescopers: Jan Gherytsz, scout van Hoern, Dirc van der Spec. Item so beveel men den meisterknapen te copen scottelen, azijn, eijer, mostart, turf ende zout etc. Meester Ridderen: heer Jan van Heenvliet, here Jan van Renesse, here Coen van Oesterwijc. Meester knapen: Malapiert, Henric Jansz, Herman Willemsz, Jacob Vlistman ende roedragher, dese sullen hulpers tot him nemen die him ghenogen. Penterije: Florys van Tol. Item die pentiers sullen onder hem nemen him te holpen die him ghenughe ende sullen dat broot doen backen. Item die bottelgiers desghelycs. Item die coocs desghelijcs. Item die wairderobbe etc. Dit sullen besorghen Otte van Malsen, Jan Heynricsz, Dirc mitter Gheijs en Coensel, mijns heren pentiers etc