477 resultaten

Groesbeek, van | 1569-05-17

Recht Arch Hoorn 4577 fol 305v
Achternamenindex

voor schepenen van Hoorn kwam Symon van Groesbeeck, coopman tot Utrecht, ende verclaerde hij comparant dat volgende zeeckere sententie interlocutoir alhier bij scepenen gewesen tusschen hem comparant ende Mary Gerrit Brallersdochter, om welcke sententie interlocatoir te volcomen verclaerde hij comparant tot Hoorn gecomen te zijn waertoe die voorn. Mary Gerets haer nyet heeft willen verstaen deur absentie van Pieter Wiggersz burgermeester deser stede, ende voor alle onnutte costen te emteren, soe heeft hy comparant mits desen geconstitueert ende machtich gemaeckt d'ersame Jan Gerretsz van Vollenhoven, notaris publiek van myn Here de deken van Westvrieslant, ende mr Ellert Warwijc, procureur deser stede, tesamen ende elc bysonder om de voornoemde sententie te volcoemen, ende dies achtervolgende van zyn t wegen met den selven Marije te veraccorderen

Bronkhorst, van | 1659-08-10

G.A. Haarlem Not Protocollen 343 fol 193v
Achternamenindex

Isaacq Amys, bakker, erkent 50 Kar gld ontvangen te hebben van de erfgenamen van Isaac van Bronchorst, overleden te Amsterdam, in zijn leven zoon van Jannetie Willems en Abraham Bronckhorst, oom en tante van de comparant

1537-01-08 (1536) |

R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 60
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat Ghysbert van der Bouchorst Jansz tot Voorhout erkende schuldig te zijn aan Adriaen van der Bouchorst tot behoef ende als oom en voogd van smoederszyde van Magdalena ende Cathryna, des voors. comparants dochteren, geprocreert bij wijlen zijn huisvrouw Cathryna van der Bouchorst Florysdochter, een jaarlijkse rente van 50 gouden enkele Kar gld, spruytende ter cause en in recompense van seecker goeden bij wijlen Cathryna van den Bouchorst als haar dote ende medegave an den voors. comparant in huwelijke gebrocht ende bij den selven comparant eensdeels vercoft ende uijtten gemeenen boedel vermindert. Ende hij beloofde de voors. Adriaen v.d. Bouchorst de 50 Kar gld per jaar te betalen. Ende dit sal voort al wesen behoudelycken van waarden ende van goeder voller effecte blyvende alsulcke bewijsinge als de voors. comparant den voirs zijnen kinderen gedaan heeft, ten bij wezen Jan van der Bouchorst, sinen vader, juffr. Janne van Schagen, Adriaen van der Bouchorst, Jan heer van Schagen, Geryt van der Laen voors, achtervolgende seecker cedullen daervan gemaeckt ende bij alle den voors. personen onderteyckend op 1536-06-03. Ende om zijn twee kinderen wel te versekeren en te betalen, heeft de comparant hiervoor ten onderpand gesteld zijn hofstede, woningen, landen, geheten Bouckenburch, in den ambacht van Voorhout, zoals hij comparant die van de grafelijkheid van Holland in leen houdt. Deze rente te lossen met 800 Kar gld (vgl 1537-12-31)

Willem van Alckemade, ridder, Jan van Schagen, heer van Schagen, Geryt van der Laen, leenmannen in Holland

1582-06-07 |

Ms Opstraeten III fol 1222
Jaartallenindex

schout en schepenen van Utrecht oorkonden dat Niclaes die Ridder van Walenborch, als man en voogd van Anna Albert van Leeuwensdochter, daer hij op deze tijd wittelyke geboerte by heeft, transporteeren aan Anthonis die Ridder, borger te Utrecht, allen alsulcke stadt ponden als hij comparant ende sijn huysvrouw sprekende hebben op de stad van Utrecht, ende dat in afcortinge van alle alsulcke penn. als de voors. Ridder als borch voor den comparant voors. heeft moeten betalen

1576-03-05

folio 158
Transportregister Haarlem

Pieter Jacobsz Croepel, stoeldrager, verkoopt aan mr Jasper Pietersz, cappellaen van de Cathedrale kerk, bezitters van den huis en erf bewoond door mr Jasper voorn, en staende naast het huis van hem comparant in de Lange Baghynstraat, de navolgende servituten etc. Koopsom 6 Kar gld

1600-01-16 | Koedijk

R.A.H. O.R.A. 6218 fol 116
Jaartallenindex

schout en schepenen in Koedijk oorkonden dat Arian Jan Nomisz heeft belooft Thonis Dircsz, Jacob Jacobsz Bos, Maerten Symonsz en Thys Jansz, allen buerluiden van Coedyck, kosteloos en schadeloos te houden van hun borgtocht t.z.b. aangegaan voor landhuur en huiscusting, namelijk: Thonis Dircksz en jonge Jacob Jacobsz voor de lanthuer bij hem comparant belooft aan Lysbeth Willemsdochter voor de tyd van 3 jaren, des jaars 154 gld, met lasten daarboven, ter zake van de huur van een stuk land in de ban van Bergen in de Noorderpolder, groot 14 geersen, genaemt het suijderstuk van Clavelle. Volgens de huercedulle dd 1599-01-12 onder denselven Lysbeth berustende. Noch jonge Jacob voor ½ van 25 Kar gld en de kosten daarboven gaande van een stuk rietland in de Egmondermeer in Monnickepolder, bij hem comparant gehuert voor een jaar lanck van de stad Haarlem als nu verstaen en onbetaelt. Noch de voorn. Jacob Jacobsz Bes en Thys Jansz tesamen voor de som van 120 gld van t huys en erve tot Coedyk, daer hij comparant tegenwoordig in woont. Ten lesten de voorn. Thys Jansz en Maerten Symonsz voor de som van 44 Kar gld, verschenen an enen Anthony Hagenoij Heusden van een rietbosch gelegen in de Egmondermeer. De comparant verbindt hiervoor het huis en erve daar hij nu ter tyt in woont, gelegen op de Molenbuurt, zuid: het huis en erf van Maerten Symonsz, noord: Willem Jansz Schotsman

Reyer Cornelisz, schout, Jacob Symonsz en Reijer Jansz, schepenen

1581-03-09 |

R.A.H. Coll Aanw 331 (330 ?)
Jaartallenindex

schout en schepenen tot Aeckersloot oorkonden dat Barent Coppen, poorter te Alcmaer, erkende schuldig te zijn aan Louris Gerritsz, schuytmaker te Akersloot, de somma van 200 gld, ter cause van een veerschuit die hij comparant gecoft heeft

Jan Jansz, schout, Jacop Tamysz en Claes Jacobsz, schepenen

Druyvesteyn | 1601-02-06

G.A.Haarlem Inv Recht Arch 82I fol 9
Achternamenindex

Adriaen van Berckeroo, burgemeester, transporteert aan Jan Dircksz Druyvesteijn 200 gld, "hem comparant als reste van lantcustinge al verschenen op Lucasmart 1599 resterende en te ontvangen, staende van eenen Feynte Pietersz, buyrman tot Heemstede, voor de schout en schepenen in den ambacht van Brederoe verleden den 13 november 1598"

1562-01-07 (1561)

folio 166v CLV 1557-1562
Transportregister Haarlem

Jacob Bartelmeusz in de Pellicaen verkoopt Reyer Dircsz droochscheerder een huis en erf in de Batte Jorysstraat, noord: Adriaen Florisz weduwe, zuid: Guerte Michielsdochter, achter streckende an wylen Geryt van Berckenrode. Belast met 15 scell. Koopsom 800 Kar gld. Borg: Dirck Jansz in t Lam, vader van de comparant nomine fili

1564-04-24 |

R.A.H. Coll Aanw 138 Caput Zeeland, Voorne fol 2v
Jaartallenindex

schepenen der stad Brielle oorkonden dat Adriaen Colff transporteert aan Servaes Adriaensz uyten Briele, nu woonachtich binnen Gorcum, al zijn rechten op de navolgende rentebrieven: 1) ½ van een rentebrief van 3 £ 8sc 8sc groten Vls losbaar den penninck 14, daer die ander helft van voor schepenen in de ban van Cleyn Oosterlant afgelost is 1539-02-10 door Jacob Claesz op Cleijburch tbv Durff Claes Claesz weduwe, verleden 1531-01-18. De helft was comparant getransporteerd door Gerrit Melsz Coevoet, wonende tot Gorchum, als man en voogd van Catrina Claesdochter op 1562-01-15; 2) rentebrief van 20 schell gr Vls per jaar, te lossen den penning 14, verleden bij Cornelis Jansz van Zwarte Wale tbv Rutger Cornelisz de Burchgrave als man en voogd van Josina Claesdochter, gepasseerd voor schepenen in de ban van Cleyn Oosterlant op 1556-03-01, brief door Rutger getransporteerd op 1558-11-28; 3) jaarlijkse lijfrentebrief van 50 Kar gld, die hij op 1560-07-16 gekocht heeft op de stad Brielle, tbv een jongen genaamd Adriaen Adriaensz geboren van Wouterken Jansdochter van Culenborch; 4) een van 25 Kar gld, te lossen den penn. 16, verleden bij Gerard Koevoet Melsz voor schepenen van den Nieuwe Goete tbv hem comparant op 1562-01-16, welke brief hij op 1562-05-22 getransporteerd heeft tbv zyn natuerlyke sone Adriaen Adriaensz; 5) een van 9 Kar gld te lossen den penning 14, gepasseerd voor leenmannen van Holland op 1551-10-05 by Willem Jansz in den Gulden Pot in den Briele tbv Barthoudt van Cranenbroeck Adriaensz, waarop Barthout op 1551-10-07 brieven van verlij verkreeg. Deze brief werd op 1552-11-19 voor leenmannen van Voorne op hem getransporteerd en hij werd er 1553-02-11 (1552) mee beleend. Onder voorwaarde dat Servaes Adriaensz na verloop van 13 jaren na dato deses, indien hij comparant alsdan overleden is, gehouden is dese brieven of de hoofdsom daervan, wederom te transporteren tot alimentie van Adriaen Adriaensz, zyns comparants natuerlicke sone. Bovendien is het voorwaarde dat dit tegenwoordige transport eerst effect sorteren zal na de dood van de comparant, en dat hij zolang hij leeft zelf de renten ervan genieten zal. Voorts zal Servaes Adriaensz na de dood van de comparant jaarlijks uitreiken aan Wouterken Jans van Culenborch 25 Kar gld per jaar zolang zij leeft. Zodra de renten aan Adriaen Adriaensz zijn overgegeven, zal deze die 25 gld per jaar aan Wouterken moeten uitkeren. Sterft Adriaen Adriaensz kinderloos vóór dat hem de rentebrieven overgedragen zijn, dan zal Servaes de brieven moeten overdragen aan de rechte erfgenamen van de comparant (vgl 1567-03-17)

Cornelis Jacobsz en Cornelis Adriaensz, schepenen der stad Brielle