4 resultaten

1429-11-03 | Akersloot

Arch Abdij Egmond Inv no 220
Jaartallenindex

Renier Doevenz oorkondt dat hij ontfangen heeft van der abt van Egmond tot een erfleen niet te versterven tot enen eerste lit toe, alzulck goed als mijn vader te leen plach te houden in den ban van Akersloot. In den eersten 3 gaerden lants op Rijp, streckende van den Westdijck totten Gerslade tusschen Giescen ende is geheten Vroenland. Item 4 gerden an den noortzyde van Vierhuusen streckende an dat grasland voirs. Item 2 geerse an die zuidzijde van Romersdyck ende is geheten dyckevenne. Ende dit voirscr goet sal altoes comen op minen oudsten ende minen naeste van miner rechter zwairtzide, ende ymmer die jongher man die voirhand te hebben voor dat ouder wyf daer sij beide even na zijn. Zegel: een achtpuntige ster, daaroverheen een barensteel van 3 hangers

1399-03-09 | Uitgeest

Arch Abdij Egmond Inv no 398
Jaartallenindex

Heynric Hughe Rodenz oorkondt dat hij den abt van Egmond Heer Jan die Weent verkocht heeft een sant dat gheworpen is ut den Wael die leghet by Doerengheest op de norderzyde in den sceyde twisken Limmen ende Wytgheest, ende ic cofte tegens Claes Gherijts bastaertssoen van Scoten

zegel van Heynric Hughe Rodenz: een vogel, daaroverheen een stok

1479-11-16 |

Inv Arch Kerkvoogdij Haarlem no 119/St Bavo Haarlem
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem oorkonden dat de kerkmeesters van de parochiekerk en de getydemeesters verkopen aan Jan van der Meer Jansz een huijs ende erve in de Coninxstraat, tussen jvr Alijt Jan Dierickzoens wijf aen die een zyde, en Claes Jansz an d'ander zyde. Streckende afterwaerts an Aechte van Hillegom

Willem Florisz (zegel: klimmende leeuw) en Dirck van Bekesteijn (kllimmende leeuw met een dwarsbalk daaroverheen), schepenen

1431-10-19 |

G.A. Haarlem I no 1380/Frans Halsmuseum: Costeriana no 11/8 (Origineel)/Joh. Enschedé en Zonen 1862 11 no 8 p 30
Haarlem Algemeen

schepenen in Haarlem oorkonden dat voor hen kwam Jan de Grebber voor hem zelf en joncfrou Lisebet heren Jans bastaertdochter van Heemsteden, zijn wijf, verkopen aan coman Dirc Andriesz een stuk land dat gelegen is op t Vlielant, oost: Lottyn Gerritsz en Jacob Claes Aerntsz.z, west: Jan van Berkenrode, Meynaert Jacobsz weduwe, zuid: Aernt Florisz, Jan Florisz gebroeders en Allyn Gherytsz, streckende metten noordende an Velser lanc. Buren en lenden: Aernt Florisz, Jan Florisz, Allyn Gerritsz, Wouter Dircsz, Jan Hughenz en Dirc Ysbrantsz. In oorconde bezegelt met onsen zegelen, ende om die meerre zekerhede wille so heb ik Jan die Grebber die brief meebezegeld

Louwerijs Jansz (los zegel: klimmende leeuw met barensteel, daaroverheen een bastaardstreep, randschrift: Lourens, [niet zeker is of dit hoort bij het genoemde stuk]) en Dirc van Saenden, schepenen