15 resultaten
Dorsschen, van | 1465-07-14
Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 175
Achternamenindex
leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Hughe van Dorsschen draagt over de tijnsweer van ½ hoeve veen, onderdeylt ende gemengder vore mit Meus Dircsz ende Henric van Rijn, gelegen after Zoesenge op Brandenborger wijc, strekkende van Zoes enge tot aan Heserveen, belend boven: Armgairt Jan Hilhorstdochter erfgenamen, beneden: Willem Scaij Adriaensz van der Eem, hem aangekomen bij dode van zijn nicht jvr Lysbeth van Brandenborch Gerwen Volkenzsdochter; vervolgens ontvangt Willem Adriaensz van der Eem dit tijnsgoed tegen een onversterfelijke erftijns
tijnsgenoten: Geryt van Rijn, Rutger van Broeck
Dorschen, van | 1502-04-26
Codex Dipl Neerl serie 2 dl 4 afd 2 p 72 t/m 74
Achternamenindex
Splinter van Dorsschen, abt van Oostbroek, verdraagt zich met de pastoor van Almkerk over een kapel aldaar, met goedkeuring van Wilhelmus de Mondfoerdt
Gerardo de Buren S Salvatoris, Johanne de Edeell, b Marie canoncicis, Hugone Assendelft, utriusque juris licentiato, Segers Zass decano Christiquitatis dicti de mini. de Altena
1414-10-10 |
R.A.H. Coll Aanw 72 fol 229v, 229, 231/Memoriale B.A. fol 154v, 155v
Jaartallenindex
geleide voor Tyelman Oem, Gheryt van Nesse en Jan en Tyelman Pieter Schaerts kinderen, gebroederen, mit 15 personen etc; eodem die geleide voor Volpert van Amerongen en Thyman van Dorsschen met 8 personen (fol 229v); 1414-10-08: geleide voor Jacob van Dorsschen, burger van Utrecht, tot Meydach e.k. toe, op sinen rechten tol; 1414-10-04: geleide voor Gheryt Ryswijck, Ysbrant van der Laen, Coen Symonsz en Jan Meusz, ingaande t Sonnendages e.k. durende 8 dagen lanck daerna, om te comen t'Aemsterdam op een Dynxdage ende aldaer van horen saken mit mi (de tresorier) te spreken. Verlengd met 8 dagen, noch met 14 dagen verlengd (fol 229); 1414-11-05: geleide voor Heyman Boudynsz, durende 14 dagen lanc na date des briefs, behoudelic dat hi binnen der stede van Leyden niet comen en sal; eodem die geleide voor Ysbrant van der Laen, Gheryt Rijswijck, Coen Symonsz en Jan Meeusz, dat uyt sal gaen op Sint Willebrortsdach e.k, verlengd met 14 dagen (fol 231)
1497-01
folio 50 XLV 1495-1498
Transportregister Haarlem
Geryt Jansz van Dorsschen voor hem zelf en voor Dirc Jacobsz Tuijt, zijn wijfs broeder die vuijtlandig is, verkoopt aan Claes Dircxz t Fret en Jan Gerijtsz die glaesmaker een huis en erf in die Scachestraat, an d'een zide: Dirc Jacobsz weduwe mitten erfnamen van de voirs. Dirc, an d'ander zide: Jan Willemsz cuijper en Dyewer Jan Allartsz weduwe, afterwaerts streckende tot de halve balck toe an de voirs. Geryt Jansz van Dorsschen en zijn wijfs broeder. Waarborg: zyn huis en erf op die oude Graft
1497-11
folio 87 LXVIII 1495-1498
Transportregister Haarlem
Jacob Diricxz Hellebreker verkoopt Maritgen Jacob Willemsz weduwe 1 ½ vierendeel van den huis en erve op die oude Graft, an d'een zide: Maritgen Jacob Willemsz weduwe, an d'ander: Engbrecht Florysz, Walich Jacobsz, Pieter Jacobsz, Willem Jansz, Geryt van Dorsschen en Willem van Loo tesamen, after streckende an dezelve Maritgen. Waaarborg: zijn broeder Hughe Dircsz
1499-05
folio 40 XXXIII, XXXIV 1498-1501
Transportregister Haarlem
Steven Aerntsz aan Cornelis Jansz een huis en erf in de Grote Houtstraet, an d'een zide: Jacob Suijcker, an d'ander: Gheryt van Dorsschen en Willem Claesz Dul, after streckende an Lysbeth Martijn Willemsz weduwe met haar kinderen, mitte eygendom van eenre steghe, uytgaende op tie Oude Graft, daer Jan Lourijsz de tymmerman de medebruijckwaer in heeft
1500-06
folio 80v LXV 1498-1501
Transportregister Haarlem
Dirick Jacobsz cuijper aan Jan Huygen een huis en erf opte Oude Graft, an d'een zide: Thomas Thomasz, an d'ander: Dieuwer Jan Allaertsz weduwe, afterwaerts streckende an Gheryt Willemsz cuijper. Waarborge: Gherijt van Dorsschen. Belast met 35 sc 6 d. Borgen voor de betaling Hughe Jansz en Gheryt Jansz. Het huis zal terstond staan op naam van Jan Huyge zodat hy terstond de huur ontvangen zal. Koopsom 117 R gld
1429, 1430~ |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 152/Memoriale Rosa I fol 64
Jaartallenindex
de navolgenden hebben gezworen de vrede tussen de hertog en Utrecht te zullen nakomen: Tyman van Dorsschen, zijn zoon Willem van Dorsschen, Jan die Wit, Willem de Wit, Steven Hubrechtsz, Heinric Ram, Claijs Sloijer, Vrederic Hubrechtsz, Jan van Beesde, Clays van Heemstede, Wouter Airntsz, Jan Airntsz, Willem Boen, Heynrick die Cock, Gerijt Gerytsz, Jan die Sasse die wever, Dirc van Bunnik, Claes Jan Colsz, Jan van Brakel, scoelmeester en zijn twe zonen, Pieter Zasse, Wouter Hauwe, Herman van D., Melijs Haeck, Roelof die Craen, Jan Crabbe, Herman Stael [Scael], Bairnt Airntsz, Wouter Coernken, Willem Buer, Jan Wadde, Herman van Zulen, Wouter Scade, Gerijt Lewe, Andries Henricsz uten Weerde, Gerijt Hensbeeck, Willam die Visscher, Jan die Visscher, gebroeders, Jan Brant, Geryt Zoes, Heynric Botter, Egbert Botter, Lamsse Ramppe, Rutger Rampe, Pieter Hubrecht, Goede Geryt Goedenz, Claes Pietersz van Malssen, Jacob Haetse, Gerijt die Cuper, Yewyn van Welij, mr Geryt van Beesde, Willem Snellert van Pol, Roelof Haeck, Jacob Borre Heinricsz, Johan die Smael, Jacob Botterman, Jacob van Doirn Jacobsz, Johan Boen Willemsz, Gerijt Roericsz, Hubrecht van Beesde, Evert uten Weerde, Dirc Lubbertsz, Heinric Bont, Pilgrim die wever, Johan van den Berge, Airnt v.d. Stave Pietersz, Roelof Oge, Pieter die Veer, Jan Recke, Otto van Aemstel, Evert Claesz, Egbert Zuijdermont, Lambert Pietersz, Heinric Haeck Hubrechtsz, Jacob die Brouwer, Jan die Brouwer, Aelbrecht Soudenbalch, Vrederic van Pol, Lourens Mouwerijsz, Heinric van Manderen, Clais van Loenen, Heinric Cock, Jacob Kerstkynsz, Lambert van Ysselt, Herman Bout, Hein Ockersz, Pieter Heinricsz, Lambert van Haern, Jan Vrient, Lubbrecht v.d. Maet, Herman Pietersz, Jan Jacobsz, Aernt Tol Jansz, Dirc van Vloeten, Gherijt die Haen Ghie z, Dirc Lagevoet Dircsz, Jacob Backer Karstkynsz, Jan v.d. Maet, Volcquin Bot Evertsz van Amersfoirt, Aelbrecht Bot Evertsz van Utrecht, Heinric Blanck en die heeft geloift voor jvr Alyt uten Loen ende jvr Foysse uten Loen, Henric van Endehoven, Geryt van der Made, Mertyn Smit, Jan Reymersz, Jacob Claesz, Gijsbrecht van Beest; hier hebben voir geloift Gheryt v.d. Made ende Mertijn Smit voors: Pieter Alairtz, Heinric Doel en Ysbrant Heinricsz; Jan Taec Dircsz, Bertout Duwer, Sander van Eemlaer, Seger van Eemlaer, Gysbert Bertoutsz, Gheryt Zoes, Gheryt Zoes Gerytszoon voirs, Peter Zasse, Jan Gerytsz, Gijsbrecht Stevensz, Willem Goedertsz, Wouter Gheryt van Polle, Jan Pietersz de patijnmaker, hiervoor heeft geloofd sijn vader Pieter Jansz, Vrederic die Witte (ongedateerd)
Biggenkerke, van | 1437-05-11
Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 347v
Achternamenindex
leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Andries Bartholomeusz van Bigghenkerke wordt binnen jaar en dag na dode van zijn vader Bartholomeus, beleend met 3 stukken land van 4 ½ gemeten land in Bigghenkerke, waarvan één stuk gelegen is in het oester neder lant, het 2e op de noordzijde van Lijsoertsmaet en het 3e heet Alert Rijsenz hofstede; pacht: 1 oude bodding en 1 goede maaltijd per jaar (1437-05-08, 1454-10-04)
mannen: Huge van Dorsschen, Reyner Willamszden
1563-03-18 |
Leenregister Huis ten Bosch bij Uitermeer 138 bis afd 2 fol 13
Jaartallenindex
Geertruijt van Liere als voogdes over haar onmondige zoon Anthonis van Duvenvoerde oorkondt datvoor haar gekomen is Adrijaen Jansz ende liet vuijt zijne vouchdye Marytgen Jan Snellertszdochter sijne echte huijsfrou ende zij choer mit rijpe raide ende volcommene wille tot haeren voucht in deser saecke Johan Utenham omme daer mede stedicheyt te doen. Dat gedaen wesende rechtevoort zoe lijftochte Marygen mit handen haers vouchts Adriaen voirn. haeren echte man in vier morgen landts gelegen in Broeckeleveen in Jan Jan Baerentsz zaet, nu ter tijt Cornelis Danielsz zaet mit zyn medewerckers, streckende van de Zoedijck tot die Wiltbanck toe, belend zuid: Eelgis Pietersz met zijn medewerkers, noord: Cornelis Danielsz voors. Ende noch 2 margen lands in een becurven camp gelegen in Lubbert Gerrytsz zaet alias Sas, belend noord: die heren van St Pieter te Utrecht, zuid: Lubbert Gerrytsz voorn. Mit noch een gueden groot margen lants mede gelegen in Broeckeleveen in Jan Snellertsz zaet buyten wech, belend boven: die voors. heren, beneden: die ouder heren van den Dom te Utrecht. Welcke margentalen bij Adrijaen bezitten ende possideren zal zijn leven lang geduerende na de oflyvicheyt van Marygen voorn. nae rechter lyftocht rechte. Waerinne Marygen mit handen ut supra versoche condemnatie, dieselve haer gegost is bij leenmannen
Aernt Jansz [van Dorsschen], Cornelis Jansz, leenmannen