10 resultaten
1565-06-24 |
Inv Arch Kapittel Den Hage regest 732
Jaartallenindex
Arent Adriaensz Storm concludeert namens de weduwe van Gillis Pietersz dat het kapittel in den Hage zal gedoogen dat zij de ene helft van een sloot tussen hun beider land zal opdelven en het kapittel de andere helft
1517-04-04 (1516) |
A.R.A. 490 no 313/Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex
Adriaen Ruychrock van der Werve in den name ende als man van jvr Marie van Roen contra Leen Ysbrants weduwe, Clais Claisz, Cornelis de Weert, Bey Elairtsz, Dirck de Castelleyn, Dirck Ossensz, Ghijs Gijsen, Jan de Roe en andere pachters van des impetrants landen gelegen in den lande van Roen, mistgaders Pieter van Roen, gedaegden. Eischer eischt betaling van pacht, en eischt dat Pieter van Roen dit zal gedoogen. Het Hof verclairt den voirs impetrant alsnoch niet ontfanckelick omme alhier te moegen obtineren zijne voors. conclusie ende compenseert de costen van deze instantie
1550-12-15 |
R.A.H. Coll Aanw 254 fol 144v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
request van Jan Pietersz en Margriete Jacobsdochter van Schoonhoven, dat zij zedert lange lange jaren zo datgheen memorie van menschen ter contrarie en ghedenct, geweest zyn in het bezit van een huis en erve genaamd "het Gulden Hooft". Dat burgemeesters hem nu, op straf van verbeurte van zijn poortrecht, willen dwingen toe te laten dat er grote hoeveelheden calc op zijn erf gestort wordt. Hij wil dit niet gedoogen en procederen. Hij verzoekt nu als curator ad lites voor zijn vrouw te mogen optreden. Het Hof staat dit toe
1517-01-28 (1516) |
A.R.A. 490 no .../Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex
joufr Katerine van Naeldwyck weduwe mr Jan Bouwensz contra mr Jasper Lievins als gehuwd met diens dochter, in den naem van zijn huisvrouw, erfgenaam bij beneficie van inventaris, en oic tussen mr Jasper als erfgenaam bij beneficie van inventaris contra jouf Kateryne. Joufr Katerine eischt de 10£ sjaars die wijlen haar man haar voor douarie gheloofd had, te zekeren op zekere landen ende erven. Verweerder zegt dat zij dan eerst afstand moet doen van alsulke duwary van t huys ende erve gelegen te Rijswijck, daer zij mede tevreden is geweest, en dat hij wel goed vindt dat zij terugneemt de juwelen die zij zelf ten huwelijk gebracht heeft, maar dat zich in de nalatenschap ook juwelen bevinden van de eerste huisvrouw van mr Jan. Het Hof ordonneert dat de weduwe binnen 6 weken moet verklaren, implicite, of zij met de quitancie van de duwarye bij wijlen mr Jan in zijl even gedaen, tevreden es dan niet. Mr Jasper moet gedoogen dat aan de weduwe geelverd wrodt bij inventaris hare clederen, cleynoden en juwelen, die tot haeren lijve behoorden bij het overlijden van mr Jan
1516-07-15 |
A.R.A. 490 no 73/Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex
Willem Billognert als man en voogd van jufrouwe Mathye van Bouschuysen Jansdochter, weduwe van Raesse van Haemstede ende van Moermont Floryszoen, eischer in conventie en verweerder in reconventie, contra Franchois van Haemstede, verweerder in conventie en eischer in reconventie. Eiser in conventie zegt dat wijlen Raese in zijn leven aan joufr. Mathye bij douarie zekere renten vermaakt had, gehypothequeert op diverse goederen, welke renten over de jaren 1510, 1511 en 1512, groot 70 Rinse gld per jaar, niet betaald waren. Voorts dat Franchois voorn in 1510 verkocht en geypotekeert hadde joncfr Mathye sijn moeder de som van 12£ 10 schell groten Vls erffelicke renten. Het Hof ordonneert Franchois te gedoogen dat Willem Billignaert de voirs douarie van 70 Rins gld sjaars ontvangt uyt die mijnre helft van de leenen dairvoir geypotekeert voor zijn portie, en doet de door Franchois verleende rente van 12£ 10 schell grooten Vls teniet. Verder veroordeelt het Hof Willem om aan Franchois rekening en bewijs te doen van alzulke goederen, leenen en eygen als him bij overlijden van zijn vader Raes van Haemstede, ende oick bij overlijden van zijnen oom Jan van Haemstede voir zijn portie aengecomen en bestorven is, mogen wesen totten jare van 1510 lestleden
1516-10-31 |
A.R.A. 490 no 114/Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex
Jan de Brouwer in naam van zijn huisvrouw contra Geryt van Berckenroede in den name van zijn huysvrouwe jvr Katherina van Naeltwijck, wijlen weduwe van zaliger memorie mr Jan Boudinsz. De voors. impetrant allegerende dat hij bevindt bij zekere juwelen wesende in handen van mr Jan van Duvenvoirde, Raidt, gecommen vuyten sterffhuyse van den voirs. mr Jan Boudinsz, eenen rijnck van een taffel van diamant in goude gestelt, toebehoerende de huysvrouw van den voirs. impetrant, ende haer gecommen bij successie van haer moeder. Jan voirn. verkreeg van het Hof een mandament dat mr Jan van Duvenvoorde hem deze ring zonder verwijl moet teruggeven, en is tevens bij dit mandament bevolen mr Jasper Lievinsz, Raidt als vuyte name van zynder huysvrouwe effgenaem bij beneficie van inventaris van de achtergelaten goeden van den voirs. wijlen mr Jan Boudinsz, ende die voirs gedaechde tselffde te gedoegen ende te heyngen. Mr Jan van Duvenvoirde wilde de ring afstaan indien partijen zich hiermede tevreden verklaarden. Mr Jasper Lievensz stemde er in toe, gedaagde niet. Gedaagde verweert zich met te zeggen dat de ring aan zijn huisvrouw door mr Jan Boudinsz in morgengave gegeven was. Het Hof condemneert jvr Catharina te gedoogen dat de ring door mr Jan van Duvenvoorde aan den impetrant wordt overgegeven
1604-06-04
R.A.H. O.R.A. 2098 fol 33
Transportregister Egmond
schout en schepenen te Egmond oorkonden dat mr Jan Binnenblijf en Cornelis Cornelisz Veen, burgemeesteren van Hoorn, ingevolge een resolutie van de Vroedschap van Hoorn dd 1604-01-04 en 02-21, waarbij burgemeesters gemachtigd worden te transporteren aan Cornelis Pietersz van Hensbroeck, wonende te Egmond Binnen, en van zijn zoon Claes Cornelisz, wonende tot Heyloe, "de boomgaert, het voorhoff, waranden ende alle t geen binnen de muere van de abdy van Egmont begrepen is, de plaetse achter de kerke ende de plaetse daer de abdije gestaen heeft groot t gunt voors. es 7 morgen 409 roeden. Mitsgaders van t stroockgen beoosten de muer, groot wesende 480 roeden. Alzo tesamen 8 morgen 89 roeden Hondbosser maet. Actum 2 [?] Juni 1604". Vervolgens worden de genoemde percelen aan beide genoemde personen getransporteerd, "behoudelycken dat in deese coope nijet en zyn begrepen die twee toorens van des abdyen kercke, ende dat die voors. coopers ofte successeurs t allen tijden sullen moeten gehengen en gedoogen dat men opte voors. gronden sullen moegen commen, gaen keren, omme de voors. torens te repareren, de materialen tot derzelve reparatie nodich daer over brengen ende daer op brengen. Verder mogen de copers niet delven of graven omtrent de torens, daerdeur de torens beschadigs mogen worden". Gepasseerd wordt een custingbrief inhoudende 400£ tbv de stad Hoorn
Loeff van Harlaer, schout, Jan Heindriksz en Aris Pietersz [kistemaker], schepenen
1530-06-18 |
R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 133-135v, 138, 140v
Jaartallenindex
Karel etc oorkondt dat ons van wege onse lieve en getrouwe Raet in onser camer v.d. Rade in Holland mr Willem Pynssen vertoond en te kennen gegeven is, dat hij tot een onversterfelijk erfleen houdende is een stucksken lant groot min dan 2 morgen, gelegen aan de oostzyde van onze stad van Alcmaer, genoemt de hooffstadt van Hoog Torenburgh, met een thijns gelegen in den ambacht van Heyloo, jaarlijks waardig zijnde den selven tyns tussen 3 en 4£ van 40 gr Vls, dat in den jare 1528 l.l. gebeurt is die van onsen voors. stad van Alckmaer om heure stadt te stercken tegens invasie van onse vyanden, dit selve stuck lants genoemt Hoogh Toorrenburg deur gaenen ende heuren stadwal vesten ende graven daerdeur geleyt hebben, soo dat t selve lant hem thoonder heet Tongenburgh [= Toorenburg] gemaect ende totter stadtvestinge geappliceert is als vooren. Twelck den suppliant leet is ende hadde sijn lant ende leen liever in wesen gehouden gelyck te vooren was, maer hij heeft t moeten gedoogen, want het in den tyde van oorloge gebeurde ende tot sterckinge onser stadt als voirs. is. Alkmaar presenteerde hem zyn schade te gedogen. Hij repliceerde dat hij dat pas accepteren kan als het leen hem ten eygen gegeven is, waarom hij nu vraagt. Na advies van de rekenkamer e.a. wordt hem dit toegestaan indien hij hiervoor eigen goed als leen opdraagt. De Grote Raad beveelt aan iedereen deze "ruil" te accepteren. Nogmaals dezelfde akte op fol 138, waaruit nog blijkt dat de tyns te Heyloo waardig is 3 à 4£ sjaars, en dat de stad Alkmaar dit leen in 1528 tot stadveste gemaakt had. Op 1530-09-06 beleent Karel hem met de 6 morgen land te Ryswyk die hij opgedragen heeft. Nogmaals deze akte op fol 142
1530-09-06: present Cornelis Barthouts, Simon van der Does, Willem Jansz
1589-02-03
folio 81
Transportregister Haarlem
Lenaert Casteleyn van Meenen verkoopt aan Joachim Jansz van Dommelen, een huysinge mitten erve in de Kerckstrate, gecomen van de Vrouwenbroedersconvent, ter ener: Griet Lambrechtsdochter weduwe Dirick Thonisz Smith, ter ander: Jan Thoenisz, achter streckende tot enen gemeenen ganck gaende naer den bornput, daervan desen huyse heeft den vryen toeganck ende hij voor zijn portie metten gheenen daaer toe gaende moet onderhouden, ende de scheytmuren aen de Noord en Zuidzyde willen gemeen zyn. Oock met conditien dat die muyere lang wesende 19½ voet die achter desen ende Griet Lamberts huysen, streckende van de zelve huysen tot aen Joachims werckhuys geleyt is, tussen hen gemeen zal zyn. Voorts zal de houten gote die de voors. Griete ende de eygenaer deser huysinge op de voors. mure tot gemeenen costen geleyt is tot inval en loosinge van het hemelwater vallende van de daken van heure beyder nyeuwe huyskens die zy op en aen de zelve mure elcx hebben getimmert door hen beiden op gelyke costen onderhouden zal worden. Een bouwsel gemaakt volgens accoord 1587-07-19 tussen Griet Lamberts en Lenaert Casteleyn, mag by gedoogen blyven staan. Belast met 36 Kar gld sjaars, hoofdsom 600 Kar gld. Koopsom 600 Kar gld
Vrouwenbroeders convent
1636-04-02
folio 155v
Transportregister Haarlem
[Anegang] gemachtigden van Joost Warrebroeck, vader en erfgenaam van zyn zoon Jacques Warrebroeck, voor ½, en de erfgenamen van Janneken Caluwaerts in haar leven huisvrouwe van de voors. Jacques Warbroek, voor de andere helft, verkopen aan Joost de Vlaming filius Michiels voor ½ en de erfgenamen van Pauwels Eewoutsz voor de andere ½, een huis en erf in de Aneganck, ten westen: Jan Willemsz heuyckemaker of zijn erfgenamen, ten oosten: de bovengenoemde erfg. zelf, streckende achter met zyn erve aan de weduwe van Pieter Pietersz Schoucx erve, waerdeur dit huys in t achterste deel heeft de bruijckwaer ende gemeenschappe omme dat erve te comen aen de gemeene bornput, waertoe dit huis een acces heeft. En sullen deze copers met de coper van t huys no 2 de regenback gemeen hebben en op gemene costen te houdern. Gelyk de copers van desen huyse mede sullen moeten gedoogen dat de coper van no 2 uyten pudt in de kelder deser huyse staende, een pomp mogen trecken, zoals deselve alreede getrocken en geleyt is. Regeling van waterafvoer. Verwezen naar het accoord door schepenen tussen Claes Florisz en Jan Jansz heuyckemaker, gewezen dd 1590-10-06. Belast met ½ van 350 gld hoofdsom samen op desen huyse en der vercopers anders huys, no 2, staande . Het aandeel van de copers in de rente beloopt 10 gld 10st voor de stad Haarlem. Koopsom 2075 Kar gld boven de lasten