4 resultaten

1429-03-20 (1428) |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 65v/Memoriale Rosa I fol 26v
Jaartallenindex

hertog Philips schrijft aan de schout, burgemeesters, schepenen, Raad en alinge gemeynte van onser stad van Gornichem, dat sommige personen aanspraak maken op onse Twijscilt en andere goederen, die altijd tot de heerlijkheid van Arkel behoord hebben, en die zijn ooms hertog Willem en hertog Johan en daarna de Vrouwe van Beyeren in tocht gehad hebben. Hij beveelt nu aan de stad om zijn rentmeester behulpzaan te zijn in het handhaven van de rechten der grafelijkheid op deze goederen

Lynden, van | 1475~

Quellen Stift Xanten p 583, 584
Achternamenindex

bezit van land van het kapittel Xanten in die pensie to Nyfftrick: "die overste Huerst mitten weert groot 8 morgen 2 hont, als dat tsamen gelegen is van der gemeynte bis up die Mase toe", belend: Gerrit van Eck en Hubert van Lyenen; de Nederste Huerst mitten wert, ± 3 morgen, gelegen naast Geret van Ecke

2e helft 15e eeuw

1423-05-04< |

Van Riemsdijk: Rechtspraak Graaf van Holland no 167/Memoriale XIII fol 93
Haarlem Algemeen

wij Huge Woutersz [en] Reyner Jansz, cooperslager, poorters tot Alkmaar, en Claes Jacobsz, Jan Jansz en Claes Jansz, poorters tot Hairlem, beloven dat wanneer hun neef mr Jan van Alcmaer tot eniger tijt den goeden luden in Hollandt off in Zeelant ende sonderlinge den bailiu, scout, scepenen ende gemeynte uuter Hage, enige ansprake, moijnisse off hinder dede off yemant die hij bedencken off betichtigen mach in den saken dair hij om in den Hage gevangen ende getoevet was, roerende van den vonnisse te wederroepen, dat uutgewijst is tusschen mr Jan voors. ende een Vrouken geheten Sille, die wij poirters voirs. van Alcmaer ende van Hairlem alsdan schuldig waren uyt te reyken ende te betalen den bailiu, scout, scepenen en de gemeynte in den Hage 1000 gouden Wilh. Holl scilde lest geslagen, ende versekeren mit scepenen brieve van Hairlem ende van Alcmair etc. Verder beloven zij an handen des edelen heren Willems van Egmonde in tegenwoirde ons genadicht heren Rade van Beyeren, dat wij off onse recht erfnamen ende een yegelyc van ons daerentenden incomen sullen in den Hage in eenre herbergen tot vermaninge des baljuws die dan in der tyt wesen sal ende van danen niet te scheyden vóir die tyt dat die goede luyde voors. gevryet syn van den oncoste die mr Jan voirs. off yemant anders van zynre wegen om deser sake wille himluden an doen mach, om dien oncoste te verhalen an allen onsen goede. Sonder argelist

Zoelen, van | 1402

Leenakten Gelre Nijmegen 7e stuk p 299
Achternamenindex

het huis te Avesaet, een kamp van 12 à 15 morgen daarbij gelegen, de tienden op Lutkenvelde en Nywelinck, die gemeynte werden, de roden tiende op de Uterdijck, het veerschap en geleyde te Zoelen en Hamm: 1402: Johan van Zoene heer Ottenz; 1424: Willem van Soelen bij transport van zijn vader Johan, lijftocht voor zijn vader; 1437: Seger van Soelen, bij transport van Johan van Soelen; 1452: Gerrit van Soelen, erve van zijn broer Seger; 1453: Walraven van Soelen Jansz erve van zijn moeder Bartruyt en zijn broer Seger ontvangt de veerstat op de Ham en 6 morgen geheten het Bredestuck; 1459: Gerit van Soelen krijgt vrij de huising en hofstede met 12 morgen land te Kerckavesaet en draagt ander goed in leen op, dat hij in 1469 overdraagt aan Rutger van Randwijk; 1476-07-10: Johan van Zoelen bij resignatie van Rutger; 1481-12-12: eed verneiuwd; 1492: idem als erve van zijn vader Gerrit; 1538-09-19: Adrian van Rossem, het veer te Ham met hofsteden en molenwerf te Zoelen, bij transport van Johan en Gerrit van Zoelen (in akte staat Zuijlen)

1326: Otto van Avesaet