5 resultaten
1436-05-08 |
Coll Aanw no 205 fol 198/Mem Rosa II (I ?) fol 98
Jaartallenindex
roerende Symon Theding van den scaden die hem van den Engelsen gedaen is. In derselver wegen dat Meeus Jan Vettenz myns genadichs heren brieven gegeven is van synen scade als van 6 nobelen, gelyc die in desen selven boeck bescreven staen, so is Symon Theding myns genadigs heren brieve gegeven van sinen scade, die hem van den Engelsen gedaen is, alse an eenre hulke die hem toebehoorde, mits wynen die daerin geladen waren, daer hem an te scade gedaen is 1400 Eng nobelen
1411-04-28 |
Nederl. Heraut jg 1885 p 223
Jaartallenindex
Jan van Zandwijc en Willem Heinricsz oorkonden dat heer Willem van Egmonde, ridder, Kerstant van den Berghe die op die tijd baljuw van Delflant en Schieland aensprac want hij ende syn pachtenaren van sinen moer gelegen aen den ambocht van Zevenhusen hem verwilcoert hadden aen sijn hant voir myns genadigs heeren Raet van Hollant, die t hoir begheren mede was voor hem te recht te comen ter Ouderscye voor die vierschaer op ten eersten Sonnendach na Meydach naistocmende, als van sulc recht als voor hem begonnen ende ghesproken was, ruerende van sulke pandingen als die pachtenaren van den voirs. moer van heren Jans wegen van Hodenpijl ende der jvr van Acoeijen ghepandt wairen, dair die pachtenaren pantweringe of gedaen hebben. Heer Willem noodigde de voirs. baljuw uit voor hem recht te doen, doch deze toonde een akte van 20 april 1411 van hertog Willem. Toen dit plackaert gelezen was, antwoerde die bailiu heer Willem, overmits dat hem alsulken brief ghecomen waer, so en dorste hi noch en woude dair gheen recht verder off doen. De beide oorkonders bevestigen dit alles. Dit ghesciede in den Hage in heren Gheryts herberge van Egmonde, ridder
1467-04-01 |
R.A.H. Coll Aanw 222 fol (!) 5-549v/Mem Poes dl II fol 143, 144
Jaartallenindex
soe compareerde voor den Hove van Holland Jan van Egmonde, Dirck van Pruyssen en Jacob Symonsz ende namen aan zulk proces als die Proc. Gen. van Holland onlancx voor den Hove begonnen heeft tegen Willem van Rijeck, Claes van Veen, Jacob Vernou, Willem Gerritsz e.a. hoeren medegesellen, leenmannen van der vierschaer van Egmonde, ende dat gedaen zoe maecte die voirs. procureur den voirs. Jan van Egmond, Dirc van Pruyssen en Jacob Symonsz myns genadigs heren gevangen, die welck geloofden uter Hage niet te scheyden voir den tyt dat zij bij eede ende by monde geinterrogiert ende dair anders by den Hove daerop geordineert zoude zyn, ende dat up vervallen te syn in die conclusie en aensprake van de voors. Procureur. Up ten voirs. dach soe compareerden voor den Hove van Holland Jan van Egmond, Willem van Ryeck, Claes van Veen, Jacob van der Nouwe [Opschrift: Vernouwe], Dirck van Pruyssen, Jacob Steffensz, Jacob Symonsz, Joost Ysbrantsz, en Jan Symonsz en Willem Gerytsz en renuncieerden ende gingen af van alle sulke exceptie declinatoire als zij onlancx voor den Hove voors. geproponeert ende voorgestelt hebben op die aensprake en conclusie van de voirs. Proc. Gen. Zij beloven zich hiermede niet te zullen behelpen in deze zaak ende tsamen dag te antwoorden op eremptoirlic te antwoorden op die conclusie van den voirs. procureur den anderen Vrydach na Quasi mo..to naestcomende, goets tyts voor den middag. Des soe heeft die Proc. Gen. hunluyden geslaict van de voors. vangenisse. Zij beloven te zynder tijd weer voor het Hof te verschijnen
1471-1472 (3) |
Rek Rentmeester Kennemerland 903
Jaartallenindex
(vervolg) (fol 14v) inkomsten: van de waag te Oestzanen gepacht door Jacob Claesz voor 5 jaar, ingaande 1470-11-11 om 15 £ 10sc sjaars. Certificatie van Hillebrant Dircsz, schout van Oostzanen. Die wage te Westzanen gepacht door Heynric Jan Outgersz [=Engelsz] 5 jaar lang, ingaande 1470-11-11 om 8£ sjaars. Die wage te Crommeniedijk, gepacht door Alart Martynsz 5 jaar, ingaande idem, om 10£ sjaars. certificatie van Henric Simonsz en Gerbrant Dircsz als schepenen van Westzanen. Die wage en t veer te Wormer, gepacht door Jacob Martynsz, 5 jaar lang, ingaande St Agnietendach 1470, 16£ 7sc 6d; (fol 39v) de weduwe en erfgenamen van Jan Hugez in zijn leven bewaarder van mijns genadigs heren hertoge legge in den Cattenhorst bij Haerlem, 12£ voor geleverde valken; Willem van den Esch, bewaarder van myns heren valcken legge in beslooten Duenscoten voor idem 4£; (fol 42) de voors rentmeester ende die hij verleyt ende betaelt heeft als van dat ⅓ van den sculden die Jan Vruechden sculdich was tot zinen overlijden alsoe hier voeren fol 22 ontfanck gemaect is van t ⅓ van denselven Jan Vruechdenzoensgoeden. Te weten eerst her Willem de capellaen van Oestzanen van zielmissen bij him gedaen in lavenisse van denselven Jan 23sc 3d. Item Lysbeth en Lysbeth Jacobsdochteren 3 R gld die hen deselve Jan sculdich was van huer moeder erve die hij noch onder him hadde. Item Jan Remboutsz van bier dat de voirs. Jan dair hadde gedaen halen 6sc 4d ob. Item Jacob Vechtersz van timmeringe die hij him getimmert hadde 2sc 7d ob. Item Geertruyt Jan Vruechdenzoens joncwijf 2sc 6 miten van geleenden gelde facit tesamen de somme van 4£ 14sc 4d ob.
Dalem, van | 1466-12-29
A.R.A. Leenkamer Holland 117B/Reg Charolais fol 61/A.R.A. Leenkamer 39 Copie fol 124v/Ons Voorgeslacht 02-1985 p 52
Achternamenindex
Anthonis Michielsz beleent Adrijaen van Dalem, na dode van zijn oom Gerijts van Beesde, als leen van Arkel, met: 1) 10 hont land op Westeringen tussen Herbaren van der Doncke erve wylnaer en Alijdt van Megen met haar kinderen erve wileneer; 2) 4 ½ morgen in Dalem in het oudeland, samen met Alijd die Henricswijf was ut er Kuecken, tussen Jans erve van Dalem en Gheryt Claesz erve; 3) 4 ½ hond gelegen mit wijlen Alijt voirs onderdeelt, tussen Gheryt Claesz erve en Aernts erve van Goch; 4) nog 10 ½ hont gemeen met wijlen Alijt, tussen Gherijt Claesz en Dirck Segersz erve te wesen placht
hierover waren: Otte die bastairt van Arkell, Rutgher van Muylwyck, Govert Vinck Aerndsz, myns genadigs heren leenmannen