11 resultaten

1456-03-17 |

Ms Opstraeten III fol 1254/Gaasbeekse lenen fol 20
Jaartallenindex

Jan van Suijlen van Amerongen: een erfrente van 4 Vrancr schilden sjaers uit het goet te Vogelpoel soo Jan van Limbeeck des utgegaen is, ende joncfr Celij des voorn. Jans van Limbeecke echte wijff heeft haer lyftocht quijt geschouden tot 4 Vrancr schilden

present: Cornelis van Suydoert, Melis utenenge

1494-06

folio 89v LXVII 1492-1495
Transportregister Haarlem

Lysbeth Rembrants weduwe met Claes Kibbe als voogd, lijt dat zy quyt geschouden heeft haer dochter Kerstyn Rembrantsdochter, bagyn op ten Groten Hof, alle de goederen die zij op de dag van huiden heeft huizen etc, ende dat voor de houdinge van de voirs Lysbet

1451-08-08 |

R.A.H. Coll Aanw 516 A fol 9/Leenregister Egmond A fol 10~
Jaartallenindex

Willem broeder tot Gelre bekent dat wij alsulcken hulde ende eede als Willem van Foreest als een voogd ende mombaer Gerrits van Cranenbroeck Claesdogter ons gedaen heeft, totten begeerte Gerits voors. hem quyt geschouden hebben, ende weder daeraff als een voogd ende momber Gerrits voors. hulde ende eede ontfangen van Huge van Tetroeden echte man Gerrits voors.

Willem van Egmond, onse neve, Claes Jacobsen, leenmannen

1516-04-12 | Worcum

Carth Raamsdonk anno 1518 II fol 104v/Carth Sint Geerdenberg
Jaartallenindex

"de brief van 10 st sj. erfchyns op een huis en hofstad buten Woudrichem op de dyk". Schepenen tot Wouderichem oorkonden dat Herman Ricoutsz opdroeg en overgaf broder Adriaen Dircsz, conventuaal van de Sartroysen buiten St Geerdenberg tbv het convent voorn. een huis en hofstad, gelegen buten Woudrichem op ten dyck, oost: Matheus Willems Grevenz huys en erve, west: Adriaen Ywantsz huis en erve, streckende voor van de dyk af tot die oude Kerkstraet toe. Broeder Adriaen Dircsz geeft vervolgens dit alles weer aan Herman Ricoutsz in erfchijns om 10 st sjaers, losbaar tegen den penning 16. In margine staat: Dit is om Goods willen quyt geschouden want daer was niet te halen dan een deel naecte huren ? De akte is doorgehaald

1428 | Zwaag, Zeevang

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 9v Caput West Vriesland/Novum Registrum
Jaartallenindex

Peelgrim Peelgrimssoon van Hoirne, Peelgrim Peelgrimssoon filius praescripti, Claes die Wilde: 31 maden lants gelegen an eenen stuck in den ambocht van Zwaech streckende langes den Rijsdam ende Boudyn Willemssoon belent heeft an die westsijde, binnen aftersusterskint niet te versterven, et sunt litterae libro 18 no 106. Etiam libro III fol 101. Idem relevavit a domina ut patet in registro 1429-10-19. Prior littera 1413-09-14. Item 3£ sjaers uter rentemeesterschap van Kermerlandt ten rechten lien. Item 3£ sjairs uter thiende van Zeevanc, ten rechten lien. Nota dese 6£ tsjairs voirs. en heeft Peelgrim voirs. op ten datum voirs. niet mede versocht an mynre genadiger Vrouwen, want hi seijde dat hise niet en hielt. Nota die helft van dese 31 maden landts heeft Pellegrim quyt geschouden tot behoef Claes die Wilden, sijns oems, ut patet retro no 20 in Vrieslant

1449-07-30 |

R.A.H. Coll Aanw 516 B fol 68v/Leenregister Egmond B fol 59v
Jaartallenindex

item was gekomen te Egmond voor myn heer Wouter Willemsen die een regt leenvolger was van dese goede nl een stuk lands geheten Sommere, biddende dat zijn heer die leenweer van dese goede oversetten woude op Hendrick van Cronenborgh, syne dogters man, ende overmits dat hij sijn brieve niet bij hem en hadde, seggende dat sijn zoon hen die outert soone hebben, die gaf hij nochtans over en schout quyt myn lieven heer als Willem van Egmond ende Dirck van Rietwijck wijsden dat regt was, dieselve goede, inder voege tot wat tyden Henrick van Kronenburg den verlijbrief brachte van Willem sijn swager voors. ende een schijn van twee myns heren mannen, daerin sij bekenden Dirck Woutersz die overgegeven ende quyt geschouden hadden, soo sal myn lieve Heer om bede wille heer Willem van Alckemade ende Godschalck Oem die goede wederomme verlyen Henrick van Kronenburg, bastaert (vgl 1347 des Donresdagh na St Gregoriusdach (1347-09-08~), 1410 Sonnedages na Willebrord (1410-11-09))

1420-12-11 | Velsen

R.A.H. Coll Aanw 56 fol 39v/Reg in Beyeren IX fol 22~
Jaartallenindex

hertog Johan oorkondt dat Willem van Bulgerye [Bolgerye] hem heeft opgedragen tbv Boudyn van Tetrode een thiende die scheyt ter Beke tussen Darengeest ende Smalegeest, ende dat ander eijnde daerof scheijt totter beecke tussen Hogegeest, ende also voirt als die grote wech gaet van der kercken, ende Willem voirs. van onse voirvaderen in leen hield. Hij beleent vervolgens Boudijn ermede tot een erfleen, binnen aftersusterkint niet te versterven, gelyk die bueren van Jan ..... daeroff gegeven, inhouden ende begrijpen. Willem van ........ heeft gehouden gehadt van der grafelijkheid, behalve dese voors. thiende die hij quijt geschouden heeft als voorscr. staet, een smaeltiende ende een vlastiende die hij behouden ende onvercocht gelaeten heeft ende versocht gelyck hierna geschreven staet: Willem van Bolgerye heeft ontfangen van myn Heer een vlastiende ende een smaltiende tot Velsen, te houden tot een erfleen, binnen aftersusterkint niet te versterven, gelijk zijn brieven van hertog Willem dd 1412-06-15 inhouden

1408-02-21 (1407) |

R.A.H. Coll Aanw 53 fol 58v/Reg Nov. Vass. F fol 46
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt "want Dirc van Haestrecht Heer Pouwelszoon van Haestrecht, ridder, in voorleden tyden, als in onsen eersten besitte voir Gornichem, in rechter broederscheydinge, ons, in tegenwoordicheyt onser mannen als die burchgrave van Leyden ende Heer Jan van Heemstede, te goede geschouden en opgedragen heeft tot behoef Roelofs van Haestrecht, zyns broeders: 1) 12 morgen in onsen lande van Zuidholland tot Heer Arentsberge, oostwaert an den huijse ten Berge, belend door den hertog beneden, ende die gemeene wech boven, 2) 24 morgen gelegen westwaert van den huyse ten Berge belend door den hertog boven, en door Roelof beneden met pachtgoed dat hij houdt van heer Willem ....... t'Utrecht, geheten die drie viertel. Ende die Dirc voors. aengecomen en bestorven waren bij dode heer Pouwels van Haestrecht, syns vaders, die ze van zijn eigen goed had opgedragen aan onze Vrouwen moeder in voirleden tyden. De hertog beleent Roelof er mede tot een recht erfleen

Wilde, de | 1428

R.A.H. Coll Aanw 99 Caput West Vriesland fol 9v/Novum Registrum; Libro 18 no 106 en Libro III fol 101
Achternamenindex

Pelgrim Pelgrimsz van Hoorn, zijn zoon Pelgrim Pelgrimsz, Claes de Wilde: - 31 maden land in het ambacht van Zwaech, strekkende langs de Rijsdam, belend west: Boudyn Willemsz; 1429-10-19: idem relevavit a domina ut patet in registro, prior littera 1413-09-14; - 3£ per jaar uit het rentmeesterschap van Kennemerland, - 3£ uit de tiende van Zeevanc, bedie ten rechten leen; nota: deze 6£ "en heeft Pelgrim voors. op den datum voren niet mede versocht an mynre gen. vrouwe, want hij seijde dat hi se niet en hielt"; nota: "½ van deze 31 maden lands heeft Pellegrim quyt geschouden tot behoef Claes die Wilden, syns ooms, ut patet retro no 20 in Vrieslant"

219°

1428 | Hoorn, Medemblik

R.A.H. Coll Aanw 99 fol 18v Caput West Vriesland/Novum Registrum
Jaartallenindex

Dirc van Valkenburch Evartssoone van Hoirn, Martijn Dirc van Valkenburchssoon, Oveken Martijnssoon: een huys mitter hofstede gelegen binnen Hoirn, ende belegen hebben an die suijtsijde Katherijn van den Vliet, ende aen die noirtsijde die Heylighe Geest. Item aldaer een schuijr ende timmeringe die belegen heeft aen die suijtsyde: Symon Oudschuijt, ende an die noirtsyde: Geryt Meijssoonswijff, behoudelic dat hij op dese hofstede vertymmeren sal 20£ groot, te houden als men dat gehouden heeft. Quaere in libro III fol 87. Theodericus obiit et Martinus ejus filius relevavit die schuijer mitten tuyn, mer dat huys mitter hofstede voirs is Heeren Florys van Alcmade angepandt de concessu domini. Recht leen. Item noch 4£ sjaers uter bailjuscip van Medenbliec. Actum 1412-06-22. Dese voirs. schuer mitten thuyn is Oveken Martijnssoon ten eijgen gegeven omdat hij quijt geschouden heeft die 3£ sjaers, ut patet libro IX fol 42. Aldus is te weten dat hi niet blijft houdende te leen dan een huys binnen Hooren in die Pieter Cyllestraet, libro IX no praescripto, mitter hofstede dairt huys op staet. Idem Ovekijn relevavit a domina Jacoba, ut patet libro IX no 130 (ander fiche: no 30)