12 resultaten
1457-04-23 |
Ms Opstraeten III fol 1255/Gaasbeekse lenen fol 24v
Jaartallenindex
Jan van Embrick: 6 morgen te Cothen, soo Gerrit van Bemmel des utgegaen is, ende sijn wijff Elsabe, haer lyftocht quyt gescouden heeft
present: Johan van Limbeeck, Steven van Seijst
1430-10-09 |
G.A. Amsterdam Inv B.W no 574b regest 275/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 28
Jaartallenindex
scepenen in der prochie van Weesp oorkonden een vidimus van een brief dd 1368-12-26. Welc lande ende brieve voirn. Jan Beduunre Albertsz quijt ende goede gescouden heeft den Carthusers tot Amsterdam
Dirc Jansz en Tyman Claes van Diemensz, schepenen
1468-08-02 |
Bissch Arch Haarlem/Cartul Klooster in den Hem Inv 119 II fol 148v
Jaartallenindex
scepenen in die Nypoert oorkonden dat Ghysbert van Langheraeck als een scout ende rechter van der Nypoert ten goede gescouden heeft heren Henric Aelbrechtsz den prior in den Hem buiten Scoenhoven alsulcke scattinge als die prior ghescat heeft na utwisinge sijns briefs an die hofstede daer Ghijsbert van Langheraeck op plach te wonen, daer die bepalinghe van den ouden voirs. brief off houdt, noord: de Poertstraet, zuid: here Goessen Claesz mit erfnisse. Ende voert an enen hoff gelegen over den Afterwech, volgens de oude brief belend noord: Ghysbrecht Thonisz kinder mit erfnisse, zuid: Willem Claesz mit een hof, denwelke voirs hofstede ende hof de prior ut scatting begeerde na utwisinge syns briefs van 1½ jaar renten. De rente bedraagt 4 Dordr gld sjaers. ende van deser scattinge voors. heeft Gysbert van Langerak, scout ende rechter voirs, sijn hant of getogen ende heeft den prior van sheren weghen te goede gescouden ende overgegeven alle rechts ende toeseggen dat hi daeran hadde, alsoe die voirs pande verloren ghebleven sijn an des scouten hant voirs.
Willem Jansz, Danckert van Wercken en Jan Jansz, schepenen
1398-05-10 |
R.A.H. Coll Aanw 66 fol 135/Memoriale B.E. fol 33v
Jaartallenindex
van den tollenhuse t'Ammers. Hertog Albrecht oorkondt, dat wij gegeven ende te goede gescouden hebben tot enen eygen Heren Jan Gherijt Dijn, deken van Gornichem, sulcke hofstad ende husinge als wij leggende ende staende hebben gehat tot deser tijt toe tot Ammers, daer men onse tol in gehouden heeft. Ende dairvoir sal hi ende dieghene die voirs. husinge ende hofstadt naemels crigen sullen, houden op horen cost sulcken dijck als dairtoe behoirt, ende wij ende onse voirvorderen tot hairtoe gehouden hebben etc
Teylingen, van | 1287-08-12
v.d. Bergh II no 616, Nal no 71
Achternamenindex
Dideric heer Simonsz van Tylinge oorkondt dat Jan van Telinge en de kinderen van de heer van Telinge "van dien commer die die here van Telinge hadde an Jans [Leders] lande, dat se dien quite hebben gescouden"; Gerrit van de Wateringe doet afstand van alle aanspraken op het land van Johan Leder, hem aangekomen van zijn zwager de heer van Teylingen
1487-11
folio 108v XCVIII 1486-1489
Transportregister Haarlem
Harcke Nanne, uyt Texel, lijt voor schepenen van Haarlem dat Barbara Harkendochter alzulke forche ende gewelt als Pieter de Bloot alias Pieter Leije an hoir gedaen mach hebben, hem niet en wijt, ende zynre dies wel tevreden is, ende heeft hem dat geheel en al quyt gescouden, mits oic consenterende in t instrument bij den Hove gesent. In presentie van Jan Bardez, hoir neve
1413-11-08 |
R.A.H. Coll Aanw 53 fol 170v/Reg Nov. Vass. F fol 108
Jaartallenindex
hertog Willem oorkondt: want Jan Zandersz van Blanckevoirde ons getoont heeft, dat hij alderhande gebrec ende afterwesen hadde aen heer Jan van Arkel, daer dienselven heer Jan him voirtyts voor bewyst ende verliet hadde den tiende tot Spyck, geliken die brieve die hij daerof hadde, ende ons overgegeven ende te goede gescouden heeft, inhielden. De hertog beleent hem vervolgens met de coerntiende ende de smaltiende te Spyck, dat is te verstaan ⅓ deel van 4 blocken geheten die overste rietwortel, ende die nederste rietwortel dat middelbloc, ende die 5 hoeven ende die helfte van den Polre. Item daartoe 4 morgen land gelegen bij Gornichem opt Hoghelant, belend Henrick Bloten erven boven, ende beneden Jan heer Lambrechtsz. De hertog zal de tienden mogen lossen met 600£
1567-08-09
folio 221
Transportregister Haarlem
(doorgehaald) mr Henrick Diricsz, priester en pastoor van Sparnwoude, met mr Quiryn Diricsz, schepen deser stede als zijn voogd, verkoopt mr Symon Pietersz een huis en erf en alle ramen daerinne wesende, gelegen in de Schachelstrate, an d'een zide: Anna Korssendochter, aen d'ander zyde: Wouter Jansz, vleyschouwer, en Liedewij Pietersdochter, achter streckende ende uytgaende met een poort in de Vranckestege. Belast met 1sc 1 penn. obolus sjaars. Koopsom 1375 Kar gld. "Geroijeert zoe die contrahenten elkanderen binnen die 6 weecken quijt gescouden hebben zonder proffyt daervan te genyeten". Actum 1567-08-21
1442-10-11 | Sandoel
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 118v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
ick Florens van Wyffliet Jansz als voogd van jvr Cathryn Willemsdochter van der Zydewijn, myns wijfs, doe cont en kenlic allen luden dat Willem van Oesterzeel, myn leenman, als voicht van zyn wyf jonffrou Gheertruyd Jans Hollandersdochter, ende zij met hem gecomen is voor my en myn leenmannen als Claes die Gheister en Jan Aertsz, gesamenderhand hebben opgedragen een stuk lands van 12 morgen gelegen in den banne van Raemsdonck, an die westzijde: Peter die Wynt aen des Lodders erve, oost: de Sartroysen mit Berys Claesz gemeenre voere, geheten die grote heyninge ende Jan Stevensz, streckende van Dirc van der kerck lande totter Sandoelse wetering toe. Die hij van mij als voocht van minen wive te leen helt en hebben. Welk voors. lant ick Floris als voicht voirg. hebbe in tegenwoordicheyt en bij consent myns wyfs voirs. verlijt en gegeven den prior en den convent der Chartroysen voor een vrij eyghen en die manscap daerof quijt gescouden en verdragen voir mij en mynen wyve. Nota: by desen brief is een quitantie beclagens ende rechts vermetinge Berys Gheritsz van Ooirle van oude schulden opten lande tesamen geboden (vgl 1447-03-26)
1404-05-02 |
R.A.H. Coll Roeperpapieren Inv 1 regest 19; G.A. Haarlem Inv 915 Hs v. Alkemade en v.d. Schelling dl I fol 67
Haarlem Algemeen
Johannes Theoderici, canonic ten Doem te Utrecht, oorkond: dat ic Jacob Hugenz, poorter te Haerlem om vervolgenisse ende bede sijns persoen ende om lieften willen mynre heren ende vrienden heren Jans van Heemstede, ridders, here van Benthusen, heren Huge Woutersz ende heren Claes Lou, priesters, tot behoef Pieter Roper, sijns soens, quijt gescouden hebbe 55 oude gouden Vrancr. scilde in mindering van de somme van 75 van deze schilden, daer mij Pieter Roper Jacobsz voers. in condempniert was rurende van den pleyte dat ic teghen Pieter ende Jacob Fredericxsoensoen ghehad hebbe om die capry daer ic nu ter tyt een besitter of bin, gelegen op Sente Andriesoutaer van St Johanskerk te Haerlem, in maniere hier na bescreven: Jacob Hughenz zal hem op Kerstavond de nog verschuldigde 20 schilden betalen, mits zij hem voortaan in het rustig bezit laten van de vicarie en de daartoe behorende goederen. Voldoen zij daaraan niet dan zal hij ongehouden zijn de kwijtschelding van de 75 scilden te handhaven. Ongedateerde akte op dezelfde blz: broeder Pieter van Schoten, commandeur van het Goshuis van St Jan te Haarlem, wegens zekere borgtocht, met zegel van Symon van Noertich (3 meerbladen met hartschildje met klimmende leeuw)