4 resultaten
1509-05-06 |
Inv Arch Delftse Statenkloosters no 138 p 529 regest 308/Carthuizers bij Delft
Jaartallenindex
broeder Franciscus, prior van het Groote Huis in Cartusia, en diffinitores van het generaal kapittel, beloven Adrianus de Heijlwige, ontvanger van de hertog van Brabant en diens vrouw Margareta van Beringen, wonende te Leuven, wegens de vele weldaden door hen bewezen aan het klooster b. Maria Magdalena sub Cruce in Monte Calvarie te Leuven, een tricenarium na hun dood, waaraan de gehele orde zal deelnemen, terwijl hun jaardag in alle kloosterkalenders ingeschreven zal worden en jaarlijks gevierd
Rijser | 1581-09-30
Schepenrol Monnikendam 3537
Achternamenindex
Thymen Cornelisz verklaart op verzoek van Claes Ysbrantsz dat omtrent een jaar geleden Claes Ysbrandsz als schoonvader van Tryn Claesdochter, weduwe van Claes Zanen, Dirck Claesz en Jan Rijser als naaste vrienden van Claes Zanen een huwelijkscontract opgemaakt en daarna bruiloft gevierd hebben
1450-02-10 |
Inv Arch H. Geest te 's Hage dl I no 956 dl II regest 333, 334
Jaartallenindex
notaris Maarten Aernout Carnifexzoen instrumenteert dat Pieter Engelsz, baljuw van 's Gravesande, verklaart dat zijn vader Engel Pietersz, in leven schout van Haagambacht, bij diens leven een regeling heeft getroffen dat onder collatie van de H. Geestmeesters wekelijks 3 missen op het H. Geestaltaar in de St Jacobskerk in den Haghe zouden gevierd worden, zoals omschreven in de doorgestoken brief. Daar deze regeling nog niet geheel ten uitvoer gebracht is, sticht Pieter an deze goederen een eeuwige kapellanie met 14£ Holl sjaars uit genoemde 20£ per jaar te vinden, waarbij Pieter en zijn erfgenamen aan de H. Geestmeesters een geschikte priester zullen noemen. Als eerste kapelaan draagt hij voor Pieter Floris Jacobsz van Alkemade. Bezegeld door Pieter Engelsz voorn. en door Jacob van Alkemade als voogd van zijn zuster Agatha. Op 1450-03-14 goedgekeurd door de bisschop van Utrecht (vgl 1431-09-21, 1493-05-22)
getuigen: priester Bartholomeus Pietersz, kanunnik van Naaldwijk, Hendrik Zaelboger, schildknaap [!], Jan Gerritsz
Arkel, van | 1598
Ned Heraut jg 7 p 120
Achternamenindex
stierf jhr Jan van Arckel, drost van Heukelom, gehuwd met Willemina van den Oever, dochter van … en …. Steenhuis [bij Gouthoeven en Ferwerda wordt zij genaamd Tuyl, doch dit is in strijd met de stamdelen waarmede zijn zoon Roelof begraven werd. Dit wordt overigens verduidelijkt, als men het volgende aanmerkt: jhr Jans eerste vrouw Willemina, denkelijk dochter an Roelof van den oever Gerritsz, schepen van Tuijl 1539. In de ridderschap van Nymegen 1555 uit Tiel en Bommelerewaard, waardoor wsch zijn kleinzoon van Arkel Roelof genaamd werd. Jhr Johan moet een tweede vrouw gehad hebben. Althans kwam mij in het archief op het Stadhuis te Utrecht alsmede bij jhr Fabricius van Heukelom een aantekening in handen dat te Heukelom een wapenbord gehangen heeft van jhr Jans huisvrouw Maria van Hoochwoude (voerende Beyeren gevierd Holland met hartschild Poelgeest). In aanmerking nemende dat Albrecht van Hoochwoude, 1555-1586 heer van Tuyl was, kan dit 2e huwelijk aanleiding gegeven hebben dat Goudhoeven haar Tuyl noemde]