3 resultaten
Haeften, van | 1548-03-03
Partic Leenkamer Asperen 2 fol 3v no 13
Achternamenindex
de heer van Asperen beleent Jan van Haeften met: "de dagelixe gericht tot Hellu, richteren, heemraedt, schutter ende sweenherdt [?] te zetten, ende visscherijen, vogellijen ende mit allen sinen toebehoren, te halen ende te gewinnen""
Schenaert | 1352-12-07
A.R.A. Leenkamer 32 Copie fol 26/Reg EL 25 fol 17, 17v
Achternamenindex
hertog Willem oorkondt: "dat wi oerloven Clays Schenairt, poerter van Scyedamme te pandene op die Denen, des Coninx lude van Denemarcken, overmits scade ende verlies die hi van den Denen geleden heeft. Ende huer quetste te doene an live ende an goede, waer dat hise gevinden ende gecrigen mach ist te water of te lande, binnen lant of daer buten. Ende soe wes Clays op die Denen gewinnen of gecrigen mach, dat sal sine wesen, sinen vrijen wille mede te doene." Dezelfde brief voor "onsen getrouwen luden heeren Willem Heerman, Pieter Zillen en Dirc heren Jacobsz", "te panden op die Spangaerts", verder als voren
1430-04-26 |
R.A.H. Coll Aanw 43 fol 41, 46v/Reg E.L. fol 8, 9 (ingestoken papier)
Jaartallenindex
hertog Philips oorkondt: want sommige poirteren van onser stede van Sevenbergen ons vervolcht en oetmoedelic te kennen gegeven hebben, hoe dat overmits die soutneringe die men dagelix binnen en omtrent onser stede van Sevenbergen voers. gewoenlic is geweest te doen, die welcke een wijl tyts cranelic gestaen heeft ende nu seer te niete gaet, omdat die bedijckte moeren seer verdolven ende geoirbaert sijn onse goede lude aldaer woenachtigh wesende, soo sij tot geenre ander neringhe dan totter souter gelegen noch gestelt en sijn, seer verderflic worden ende geschepen is, als wij verstaen, dat vele van onse ondersaten om hoir notorft te gewinnen ende hoir nederinge andersints te doen van dane sullen moeten ruymen. Soo hebben wij uijt goeder gonste ende minne die wij hebben en dragen tot onser stede voirs, ende om onsen goeden luden bij een te houden hun meer neringe te maken en goets te doen bij rade ende goetdencken van onsen gouverneur, tresorier ende Raden van Hollandt, vercoft ende vercopen mit desen brief Claes Cock Gerijtsz, onsen scout, ende Pieter van Lit, scepen in onser stede voirs, tot behoef hoers selfs ende den gemenen poirteren aldaer, die welcke dairmede deel an begeeren sullen te hebben 200 buijnre souts moers gelegen an den Sevenberchsken dyck oistwaert van den wechsloet, in sulker manieren ende voirwaerden als hiernae beschreven volgen etc. Hierover handelt ook een ingestoken papier tussen fol 9 en fol 10