10 resultaten
1524-04-25 |
R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Kennemerland fol 37v
Jaartallenindex
Karel beleent Frans Duyck Pietersz na dode van zijn vader Pieter Duijck Jansz met 5 £ per jaar sulck payment als wij gewoenlic zyn van onsen renten in Kennemerland te ontfangen, ende dat uyt onsen schote van Aelsmeer. Te houden tot een onversterfelijk erfleen
leenmannen van Holland: Cornelis Barthouds, Willem Pietersz Criep
1418-08-17 |
R.A.H. 84 fol 44v
Jaartallenindex
bevelinge van de houtvesterie van Byndelmerbroeck met al zijn toebehooren gelegen binnen den ouden Broecksloot, geheten den Raessloit, op onse gemynde knapen Evert van Ryn en Souwe van Rijn, gebroeders. Elk jaar zullen zij tot onser herberge behoef uyt onsen bosch van Bindelmerbroeck leveren sulke reijgers en anders als gewoenlic is
1484-03-27 (1483) |
R.A.H. Coll Aanw 108 Caput Arkel etc fol 12/Reg Max. Philips fol 4
Jaartallenindex
Max. en Philippus belenen Gillis van Valckesteyn Willem Symonsz.z den dienst van lantmeeter te zijn van allen den lande ende polres, die binnen den lande en heerlijkheid van Putten gelegen zijn, mit alsulcke nutschappen en profyten, emolumenten ende opcomingen en vervallen als daartoe staende ende gewoenlic is. Leen van Putten te houden tot een erfleen. Heergewade: een stoop Rynwijn. Vervolgens draagt hij deze dienst over aan Reyner Willemsz dier er tenslotte mede beleend wordt
present: Gerrit van Abbenbroek, Jan van Rietvelt, Claes van Ruyven
1522-03-22 |
R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Vriesland fol 28
Jaartallenindex
Johan grave van Egmont, heer tot Purmerende, ridder van der ordene, oorkondt dat hij volgens van den keizer verkregen octrooi dd 13 februari jl om te belasten mijn dorpe en heerlijkheden van Warmenhuysen, Harinckerspel en Oudtkerspel, die ick van de grafelijkheid van Holland in leen houd, en daarop tbv Jan Casselaire een losrente te vestigen van 400£ gr Vls, losbaar den penn. 16, en dat hij de lasten van genoemde heerlijkheden op zich neemt alsof deze belasting niet heeft plaatsgevonden. Des t oirconden heb ick mijn gewoenlic hantteycken hier onder gestelt en mynen grooten zegel hier an gehangen, op 22 maart 1521 na den loop s Hofs van Holland (vgl 1522-02-13)
1418-04-06 |
Reg H. Geest Naaldwijk fol 99/Copie v.d. Marel p 164
Jaartallenindex
testament Gherrit Heinricsz. in den naem Gods amen. Ic Gherijt Henrixz doe cond allen luden etc om salicheijt mire zielen ende Lysbetten mijns wives was, dien God ghenadich si, ende Lysbetten mijns wives die ic nu heb, gheordineert ende ghegeven hebbe den H. Gheest tot Naeldwijck 20sc tjaers Hollands, ende 8sc tsjaers Holl. payments den godshuse tot Naeldwijc, ende den capittel tot Naeldwijc 12sc tjaers. Ende des sel die H. Geest alle jairs op mijn jarichtijt ende mijnre wiven voirs. delen als gewoenlic is etc. Ende dese voirs. rente verseker ic ende sette (?) op 1½ morghen lants gheten Aelbrechts Gheest, die ic leggende hebbe in Monsterambacht bi Mourijn Phillipsz. Daer hij zelf geen zegel heeft, verzoekt hij Claes Parijs "minen neve" voor hem te zegelen
1427-03-14 (1426) |
Van Mieris IV p 881/Commissiones B.R. Bourgonje 1425-1427/Cas N fol 100v, 101
Haarlem Algemeen
hertog Philips oorkondt dat hij om bede wille van sonderlingen vrienden gegeven hebben ende gheven mit desen brieve Gheryt Louwe Wybrandszoon een swairt te draghen bi onsen scoute van Harlem, ende onse knaep aldaar te wesen gelyck Willem Bruekelsz te wesen plach, bi wie[n]s dode die voirsc dienst open geworden is. Hij beveelt de schout om Gheryt aan te nemen tot onsen knape onder hem te dienen ende t zwaard te dragen als gewoenlic is, ende him daeroff doe hebben ende bueren sulke wedden ende nutscap als dair toe staet ende Willem voorscr daerof te hebben plach sonder meer geboits van ons daerof te hebben. Dit sal geduren also lange als wi dat regiment der lande etc. In orconde gegeven te Dordrecht
1432-09-12 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 306v/Memoriale Rosa I fol 121v
Jaartallenindex
t Gevoech bij den Rade gevonden tusschen heer Bertout van Assendelft en die van Crommenie, inzake hun geschil om der visscherien van der tocht van Nyendam: 1) die van Crommenie en van Crommenyerdyck zullen niet visschen van den Stierop toter Nyendam toe, van St Jacobsdage tot St Martijnsdage toe in den winter, dan mit wyden brasem fuyken, daer geen palinc noch schaftelinc in bliven mogen, behoudelic, dat sij gheenrehande touwe in der rechter killen van der diepte setten en sullen die toten gaten dient van den Nyendam binnen den marken voirs. Ende die kille sal wesen 4 roeden wijt; 2) item so sullen sij voirtaen alle dat jaer doir mogen visschen sonder tussen den termijn voirs, mit wat touwen dat sij willen als sij gewoenlic sijn, utgescheiden dat sij tot geenen tyden die rechte kille van der diepte bevisschen noch touwe daerin setten en zullen. Alles op verbeurte van 10£; 3) eer here Bartout of die Crommenije beginnen zullen te visschen in der voirs visscherie, so sullen sij den gouverneuren geven elcx 50 sc voir sulken cost als dair gedaen is om bescheit daerof te vinden
1456-02-09 |
Reg H. Geest Naaldwijk fol 17/Copie v.d. Marel
Jaartallenindex
ic Wouter van Heemskerck oorkondt dat ic by der gratien Gods in gesonden live, machtich mijner vyf zinnen, mit goeder voersienicheyt ende ripen berade ghegheven hebbe ende gheve puijerlic om Gods wil, tot behoef der armen menschen, den H. Geest tot Naeldwijck 5 hont lants ende 24 gaerden gelegen in den ambacht van Naeldwijck, ende nu ter tijt in huyrware bruuct Heynric Henyricsz, ende leghet gemenghder aerden ende vaeren mit den capittel van Naeldwyck. Ende des sullen die H. Geestmeesters ter stede voers. jaerlixe tote ewygen daghen op onse jaerghetide in salicheijt onser zielen deelen den armen menschen als ter selver steden gewoenlic is. Ende weten dat men Otten mijns lieven zoens was van Heemskerck welcken sielen God genadich zij jaerghetide doen ende bedelen sel op St Ponciaen des martelaersavondt, alsoe lange als ic Wouter voirs. ende Katherijn van Hokelem van Akoy, myn lieve wijf, beyde in levende live zyn. Met tot wat tyden enich van ons beijden oflivich wort soe sel men onze jaerghetide houden ende bedelen op tenselven dach ons stervens. Ende ter laetster doel van ons beyden voirs sel ment overt houden ende bedelen tot ewyghe daghen op ten sterfdach des ghenen die laetste van ons oflivich wort etc. Item Katheryn van Hokelem van Akoy Wouters wijf leefde langher dan Wouter dede, ende stierf dieselve Katheryn int jaer ons Heren 1464 op St Katherinendach
1430-04-26 |
R.A.H. Coll Aanw 43 fol 41, 46v/Reg E.L. fol 8, 9 (ingestoken papier)
Jaartallenindex
hertog Philips oorkondt: want sommige poirteren van onser stede van Sevenbergen ons vervolcht en oetmoedelic te kennen gegeven hebben, hoe dat overmits die soutneringe die men dagelix binnen en omtrent onser stede van Sevenbergen voers. gewoenlic is geweest te doen, die welcke een wijl tyts cranelic gestaen heeft ende nu seer te niete gaet, omdat die bedijckte moeren seer verdolven ende geoirbaert sijn onse goede lude aldaer woenachtigh wesende, soo sij tot geenre ander neringhe dan totter souter gelegen noch gestelt en sijn, seer verderflic worden ende geschepen is, als wij verstaen, dat vele van onse ondersaten om hoir notorft te gewinnen ende hoir nederinge andersints te doen van dane sullen moeten ruymen. Soo hebben wij uijt goeder gonste ende minne die wij hebben en dragen tot onser stede voirs, ende om onsen goeden luden bij een te houden hun meer neringe te maken en goets te doen bij rade ende goetdencken van onsen gouverneur, tresorier ende Raden van Hollandt, vercoft ende vercopen mit desen brief Claes Cock Gerijtsz, onsen scout, ende Pieter van Lit, scepen in onser stede voirs, tot behoef hoers selfs ende den gemenen poirteren aldaer, die welcke dairmede deel an begeeren sullen te hebben 200 buijnre souts moers gelegen an den Sevenberchsken dyck oistwaert van den wechsloet, in sulker manieren ende voirwaerden als hiernae beschreven volgen etc. Hierover handelt ook een ingestoken papier tussen fol 9 en fol 10
1407~ |
R.A.H. Coll Aanw 43 fol 118-129, 134v/Reg E.L. 4 fol 33, 34 (los papier)
Jaartallenindex
Hantvest van Gorinchem (I): item sal die stadt van Gornichem ende die stadt van Lederdamme mitten alinge landen, soo als dat die heren van Arkel te besitten plagen, scatvrij ende bedevry van allen saken then eeuwigen dagen wesen; 2) de schepenbrieven van Gornichem zullen gebruikt worden in alle die landen die die heren van Arkel plagen te besitten, die gelegen sijn tussen die landen van Gelre ende van Hollandt ende den gestichte van Utrecht. Ende die schepenbrieve van Lederdamme sullen gaen in den lande van der Lede; 3) zij ontvangen tolvrijheid ten ewigen dagen; 4) de steden voorn. otnvangen ten ewigen dagen alle excijs, klein en groot, ende die veeren voir die steden. Ende sullen die van Gornichem hebben die visscheryen ende Vronen in der Merwede ende in der Lyngen. Ende den opslagh an beyden siden tussen Woudrichem ende Scalunensloot, en hieruit ontvangen die Canoniken tot Gornichem jaerlix 100 Vrancr scilden. Tevens ontvangt de stad het gewanthuijs en het recht alle excijsen te verhogen en te verlagen; 5) niemand mag méér verbeuren dan 10£, of syn lijff; 6) geen tol of roedergeld zal er geheven worden; 7) soo en sal nyemant uten landen ende steden voirs. hoir lyf noch hair goet becommeren, besetten ofte enige hinder doen binnen al onze landen, uytgenomen binnen onsen vrien stede; 8) item sullen alle nacoipen in den steden ende landen voirn. ten ewigen dagen quijt sijn jegens den heer ende niet of te geven, ende alle hoenretijnse, wastijnse ende diergelijc penninggelt die opten huyse, hofsteden ende erven die die heer van Arkel te hebben plach, quyt sijn tot ewigen dagen; 9) geen dienres dan ingezetenen, behoudelic dat wij op onze sloten dats te weten op onsen huijse ende slote te Gorinchem ende tot Leijderdam, zetten zullen mogen goede mannen onse sloten te bewaren; 10), 11), 12) over de rechtspraak en verkiezing; 13) schepenen zullen de scolen ende costerien vergeven; 14) ieder mag vrij op zijn goed komen behalve degenen die mitten heer van Arkel ende mitten Joncker van Arkel het land geruimd hebben; 15) item dat die van Gorinchem die gemeijnten butesdykes ende binnen dijckes tusschen Arkel ende Gornichem ende mede die Quellinge hebben tusschen den huijse ende der stadt, ende die hofsteden bi der stadt goetduncken niet daerof te nemen; 16) item die van Lederdam 32 morgen lants te geven voir hor gemeynten die hun die heer van Arkel genomen heeft ende die Hage ter Lee; 17) bastaardgoed zal niet meer aan de heer komen maar aan de erfgenamen; 18) in Gorinchem ten eeuwigen dage niet meer dan één beghinhof ende dat ander susterhuys sal varen opt oude beghynhoff; 19) niemand zal meer gegijzeld worden; 20) heervaart zal beperkt blijven tot het land van Arkel; 21) de goederen en renten van de heer van Arkel zullen nimmer verkocht, verpand of vertynst mogen worden; 22) de goederen zulllen nimmermeer van de grafelijkheid vervreemd worden; 23) al degenen die niet uitgeweken zijn ontvangen vergiffenis; 24) de heer de Joncheer van Arkel c.s. zullen nimmermeer toegelaten worden in de steden en landen voirs; 25) alle handvesten, oude en nieuwe, door de heren van Arkel verleend, zullen geconfirmeerd worden; 26) alle die mannen die van der hofstadt t'Arkel verleent sijn die en sullen niet vorder hoir leen versoecken dan an den huse tot Gornichem ende ghenen onraet van den leen meer doen dan gewoenlic is geweest bi den tiden van Arkel; 27) item der Joncfrouwen van Arkel jaerlicx uyt te wisen 1000 Vrancr scilden also verre als si hilict bi minen Heer; 28) item den goeden luden binnen Gornichem te geven ende onder hun te wesen 5000 Vrancr scilden; 29) de hertog van Bourgondië en de hertog van Brabant zullen dit handvest moeten bevestigen
bezegeld door onzen lieven zoon de hertog van Thoreyne, onsen lieven broeder Jan van Beyeren Elect van Luik, Engelbrecht jong grave te Nassau heer v.d. Lec en Breda, Walraven heer tot Brederode, Aernt heer van Egmonde ende Yselsteyn, Philips heer van Wassenaer, burggrave van Leyden, Heynrick van Naeldwyk, maerscalc, Dordrecht, Haerlem, Delf, Leyden, Aemsterdam en Gouda, Floris heer van Haemstede, Aerndt heer van Moermont, Heer van Cruningen, Huge van Heenvliet, ridder, Middelburgh, Zeerixee ende Reymerswale