1 resultaten
1428-08-28 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 3/Memoriale Rosa I fol 1v
Jaartallenindex
Jacob Dircsz getuigt voor de Raad over het feit of Steffen, scout van de Ketel, mede veylicheyt mit synen mede gesellen geworven hadde of niet. Hij verklaart dat de vrouwe van Holland deze veiligheid beloofd had aan de buren van den Ketel met uitzondering van de schout, tenzij hij eerst aan Dammas Jansz van sijnen goede die hij gebruict had voldeed. De baljuw van Delfland wilde niet dat de schout dit zou voldoen maar belastte de buren daarmede, die het geld bijeenbrachten en ter Goude betaalden, waarna de schout van heer Jan van Wassenaer, die die veylicheijt mede gedadinct hadde, eveneens veiligheid ontving. Hetzelfde wordt verklaard door Jacob Evertsz (vgl 1428-11-07)