4 resultaten
Haerlem, van | 1317-07-24
R.A.H. 42 fol 60v/Reg EL 43 fol 53
Achternamenindex
Willem van Haerlem en Jan van Bergen geven aan Ysbrand Dullaert en zijn vrouw Mabelie 2 ½ £ per jaar uit de tienden van Nieuwerkerk, die ons aanbestorven zijn van Symon van Rolland, onze neef. Bezegeld door Willem van Haarlem, "ende want ick Jan van Haerlem voirs minen zegel verloren hebbe so heb ick desen brief besegelt mit Jutten segel mire sellingne" [gezellinne = Jutte Persijn] (vgl 1354-05-06)
1494-01-23 (1493) |
R.A.H. Coll Aanw 110 Caput Kennemerland fol 3v (2v)
Jaartallenindex
Philips van Bourgongen en Anna van Borselen, heere ende vrouwe van Beveren, ende van der Vere, van Vlissingen, van Brouwershaven, oorkonden dat het hun niet mogelijk is voor den stadhouder van leenen te verschijnen, en dat zij wenschen op te dragen tbv heer Walraven heere tot Brederode tot Vianen als man van vrouwe Margueriete van Borsselen, zijn gezellinne, onse schoonbroeder ende suster, alle alsulcke leenen gehouden van der grafelijkheid van Holland en Zeelant als den heere van Brederode met onse suster, myn vrouwe van Brederode voors. voor ende over haer kindts gedeelte, haer angecomen van wijlen heer /wolphaert van Borssele grave van Granpré heere van der Vere, zal. memorie, haer vader ende onse schoonvader, bij zekere partage daarvan gemaakt, toebedeeld en bewezen. Zij machtigen vervolgens Aelbrecht van Loo, onse procureur, om al de heerlijkheden, nl Bergen in Kenemerland met zyn heerlycheden, de ambachtsheerlykheden van Sloten, van Amsterveen, ende voordt Schoten, de drie deelen van Abbenbrouck met de ½ van de Volgersdyck in den lande van Voorne leggende, en verder al de andere leenen, op te dragen tbv onse suster de Vrouwe van Brederode en haar man als voogd. Gegeven in onse huys tot Sandenborch, nae schryven t Hofs van Utrecht
1318-12-21 |
Cartul St Jan Haarlem no 364
Haarlem Algemeen
mr Gerard, scolaster te Harlem, Willaem veren Baertenzone, rentemeester des graven, schout en schepenen van Haerlem, ende Jan Dullaerd oorkonden dat Willaem Aerndsz ut der Wike ende zijn gezellinne Haseciaen met Willaem veren Baertenzoen voor hen kwamen, en opgaven den bisschop van Zuden en zijn commandeurs van St Janshuys te Haerlem, de navolgende renten, die zij echter zoolang zij leven zullen blijven genieten, om daarmede een capelrie te stichten in St Janshuys te Haerlem. Deze renten zijn: te Riedwyck op Wigghen Wijnekijnsz huse ende huusweer 10sc, op Trude Wynekijnsdochter landt op 16 gherden 10sc. Op Claes des Voghets huse ende huysweer ende op 4 gherde lants daerbij 1£. Op Jan Robbrechtszoens huys ter Liede ende op 4 maden lands daer zijn huis op staet 1£ etc. Voert heft Willaem op Reyner Bloots hofstede in die Wijc 13sc, ende dat huys dat daer op staet mach men niet afbreken etc. Voirt op Costijns halve hofstede 8sc in die Wijc. Voert op Aechte Arnouds hofstede in die Wijc 8sc, voort op Didde Wamen huys en hofstede in die Wijc 24sc. Voort in St Aghetenbroec op 3 maden lands 30sc. Voirt leggen 2 stick lants bij Willaem Florensz huse, die gelden te hure 12sc, die bisprac Willaems vader over zee wanneer datter ene miene vaerd worde, ende die set Willem mede toter capelrie totter tijt datter ene mien Vaerd word, ende so selt die cappelrie utreyken oer zee te boren (??). Voirt 3sc des gelycs in Symon Arndszoen vrintghers
Ghisebrecht Dullaerd, scoute, Jan van der Scure, Colijn veren Baerten neve, schepenen
1564-05-17 |
Staatsarch Detmold Urkunden L 3 Holland no 130
Jaartallenindex
testament van Henrick heere tot Brederode: 1) enige universele erfgenaam is zijn broer Robbrecht van Brederode. Bij gebrek van dien Charles van Mansfelt, evt Philips van Mansfelt, met last van hetgeen hij vermaakt heeft aan zijn vrouw Amelia graeffinne van Nuenaar. Verkoop van goederen niet toegestaan. In aanschouw genomen dat hij zijn broer geheel en al voldaan heeft van het erfdeel van zijn ouders "ende dat wij ons daermede niet alleen, dan ook anderzins voor hem in schulden ende swaricheden gestelt hebben, ende dat daer well t selve hem niet helpende bij hem selven noch daer en tendens in treffelicke groote exorbitante schulden gebracht heeft", bepaalt hij omdat hij vreest dat die goederen toch vervreemd zouden worden, speciaal wat betreft de landen van Vianen en Ameide, dat die niet op Robbrecht zullen erven. De heerlijkhenden en steden van VIanen, Ameide, Helsdingen, die grachten van Outena, Bolgry, Heycop, Lexmond, Lakersveld, Achthoven, Meerkerck, Thienhoven en andere gehuchten, polders, buyrschappen etc zullen komen op zijn neef heer Wilhelm graaf tot Nassau prince van Orangien, evt te komen op diens zoon heer Philips van Nassauw grave tot Bueren, behalve de douairie van zijn gesellinne, die goederen van Vianen etc, die zullen vererven op de graven van Buren, met handhaving van de oude privileges voor de ondersaten. De erfgenaam zal gehouden zijn de rechten van zijn gezellinne te handhaven, "neffens t ghene haer van rechts weghen toebehoort. Ende daer en tenden onsen broeder te doen eenich slott ofte huys gelegen in Hooch Duytslant ofte elders buyten t ressort van dese Nederlande, bij raminge soe groot alst huys tot Cleef bij Haerlem ofte het huys ter Ameyde, omme dat t synen believen te mogen bewoont ende gebruyct worden". Daarenboven krijgt hij fl 5000 per jaar. Welcke huysinge en rente altijd gelost mogen worden met 90000 gld en die verschenen onbetaelde renten, te weten die huysinge met 10000 ende die rente de penning 16. Zijn broeder zal deze 5000 gld ontvangen van die hofstede van Vianen tot een recht leen, bij gebreke van geboorte terug te komen aan de hofstede van Vianen, behalve die 2000 gld van die 5000 gld per jaar die erven zullen op die oudste van drie kinderen van heer Peter Ernst graeff tot Mansfelt, geprocreert bij zijn lieve suster "hooger gedachten", maar tot de dood van zijn gesellinne tot haar lijftocht, evenals die andere 3000 gld. "Alle onse crychsrustinge, gereetschap ten oorloge of geweer, mitsgaders t geschut en alle die tapisserien erven aen den huyse van Vianen komen ende blyven sullen, waarbij aan zijn gesellinne zyn gereserveert drie cameren gestoffeert met tapisseryen en huysraet, mitsgaders juwelen, bagynen, gesteenten, vaissellen, goud en zilver". Hij herroept zijn uiterste wil van 1559 en verklaart hetgeen hij toen bepaald heeft t.a.v. zijn vrouw Amelia en t.a.v het gasthuis te Vianen in waarde te houden. Bovendien bepaalt hij dat wat hij gemaakt heeft aan zijn neef Wilhelm graaf van Nassau blijven zullen aan het huis van Nassau. Deze goederen mogen niet erven aan de stede en lande van Buren en op diens afstammelingen van den prince voorn. Getekend en bezegeld op 1564-10-09 (vgl 1559-03-17, 1568-02-15)
1564-10-10: verklaring van: Franck van Ruempst van Weresteyn, stadhouder en drost, Thomas van den Berch, schout, ende burgemeester Roeloff Grauwart, burgemeester Frans Aertsz van Everdingen, Hans van Limborch, Frans Beernts van Yssen, Pieter Streng Claesz, Wilhelm van Blommendal, Lambert Cornelisz Boschman en Cornelis Lamberts Vermeij, schepenen tot Vianen, dat dit de uiterste wil van de heer van Brederode is