36 resultaten

Gheertruid Claesdr | 1463

Kerkelijke Rek Haarlem fol 5v
Voornamenindex

Gheertruid Claesdochter, Claes Heynrics zuster en jonge Claes zuster, tot Sparendam, testament 10 st

Geertruid | 1343

Rek Rentmeester Kennemerland dl II p 230
Voornamenindex

Heemstede, van huur: Meus Matthenz en zijn vrouw Gheertruid, 5sc

1410-12-08 |

Bronnen Gesch Abdij Rijnsburg regest 617
Jaartallenindex

Jan Voet, priester, cureit der kerk van Rynsburg, getuigt dat zijn broeder Dirc Voet verkocht heeft aan Gheertruid van Minen, vrouw in het klooster van Rynsburch, 1 hond land in het ambacht van Oestgheest. "Dese renten gaf juffer Steven van Nyevelt" (vgl 1429-03-15)

1514-04-08 |

A.R.A. 488 no 178/Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex

Gheertruid Lourijs Diericxz van Ancxsten weduwe, impetrante in cas van reformatie, contra Lijsbeth en Katheryna Diericx dochteren, porterssen der stede van der Goude, roerende zeker vonnesse bij die gerechte van der Goude gewesen ten achterdeel van de voors. impetranten. Het Hof bevestigt echter dit vonnis, en condemneert de impetrante in de kosten

1440-10-01 | Heemstede

G.A. Haarlem N 184 fol 88/Cartul Leprooshuis Haarlem
Jaartallenindex

Jan Boudijnsz, scout in den ban van Heemstede, oorkondt dat Gheertruidt Allert Pieterszoons weduwe geliede dat zij verkocht heeft den Lazarussen zieckenmeesters ¼ deel van een sticke lants, ende is gheheten den Haerst, onderdeel ende ghemeen ligghende in den ban van Heemstede, ende hebben belent met erve zuid: Jan Boudijnsz, oost: Symon Pietersz, west: Huijch Jacobsz, noord: Gheertruid Timan Egbertszoonsdochter [origineel in G.A. Haarlem onleesbaar]

Persijn | 1338-10-02

Reg Hann p 256
Achternamenindex

Jan Persyn, ridder, heer van Waterland, en twee schepenen van Haarlem oorkonden dat jvr Gheertruid volgens verklaring van haar broer Florens den monnik, de helft van de van ver Pelle en van Lambrecht van Buren ontvangen tienden, zal hebben haar leven lang

Hoeve, van der | 1317-01-09

A.R.A. Leenkamer 23 copie fol 4; Reg EL 2 fol1v/Bijdr Vad Gesch reeks 4 dll 10, p 253/Reg Hann p 68/Leenkamer Holland no 1 fol 1v
Achternamenindex

Gheertruid vrouwe van Alkemade heeft een geschil met Dideric van den Hove over Bloemenvenne. Graaf Willem doet uitspraak: Dieric van den Hove krijgt 25 morgen, zonder daarvoor aan vrouwe Geertruid pacht te moeten betalen; als zijn erven het land willen behouden dan zullen zij aan haar pacht moeten betalen

Alkemade, van | 1469-02-18

Arch Kloosters Leiden Regest 1423/Lopsen Inv no 110 fol 74
Achternamenindex

prior en convent der Regulieren in St Jheronimusdal erkennen als erfgenamen van Gheertruid, weduw van Jacob van Alcmade, aan het gasthuis van St Katrynen te Leyden een rente van 1 £ Holl comans en aan het St Lysbettengasthuis aldaar een rente van ½ poort bewezen te hebben op 8 hond land in Wateringen

1461-06-06 | Nieuwerkerk

G.A. Haarlem Inv I no 1531 Lade R/Arch Leprooshuis Haarlem
Jaartallenindex

Willem Dircxz die snijder als man en voogd van Gheertruid Symonsdochter oorkondt dat hij verkocht heeft aan de Lazarusmeesters buiten Haarlem, de helft van 3 maden lands een hont min, gelegen in den banne van der Nieuwerkerck in 16 maden onderdeelt, ende belent hebben noord: Dirck Roeck, zuid: Egbrecht Dircxz, streckende van der Spaerne afterwaerts over die Zomerwech an Rembrant Aelbrechtsz. Daar hij zelf geen zegel heeft, verzoekt hij Jan van der Meer en Claes Gheryt voor hem te zegelen

1410-10-02 |

G.A. Monnikendam Inv 154 fol 19v/Diversorium Galileaconvent
Jaartallenindex

scepenen in Oesthuusen oorkonden dat Jacop Claesz van Monikendam, mit Florijs Baerntsz, syn voecht, mit consent van die wesevoechden van Monikendam, quytscoude voer hem ende syn drie susteren den broeders ende convent van Galileen van St Bernardusoerde gheleghen bi Monikendam, dat 1/16 deel van 5 stucke lants, daer vier of ghenoemt sijn die Hoornen, ende dat vyfte is ghenoemt Jaep Albertsz lant op die Beemster gheleghen. Belend noord: Katheryn Symons wedue, oost: Pieter Jansz Boemtgen, west: Gheertruid Pieter Tymis wedue van Purmerend. Opschrift: littera fratris Reyneri in Oesthusen ban

Claes Jansz ende Jan Pietersz, schepenen; bezegeld door de schout Dirc Jansz