17 resultaten

Landman | 1347-12-08

Cartul Marienweerd no 547
Achternamenindex

Herman Lantsman, rechter te Overmalsen, Ghisebrecht Henricz, Hube Gheraetsz, kerkmeesters aldaar, verkopen land aan Marienweerd

Heynric Gheraerdsz | 1362

De Raadt I p 479
Voornamenindex

schepen van Heusden: Heynric meester Gheraetsz; 1404: Wouter Gheraet Wouterzsz

1415-01-17 | Babilonienbroec

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 10v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

scepen in Huesden tugen onder onze zegele dat Arnt van den Hovele Gheraetsz opdroeg Arnt van Gent Jansz van den Hoevel den bryeff die met desen dorsteken is ende verteech daarop ten behoeve van Arnt van Ghent voors. Boven staat: Den anderen brief van denselven lande als 16 hont doirsteken doer desen voirs. brief (vgl 1407-11-30, 1420-01-08)

Wouter Gheraet Woutersz ende Bernt van den Wyele, schepenen

Oudheusden, van | 1363

De Raadt III p 82, I p 479, III p 53, II p 214, 472, III p 106; De Raadt I p 378, II p 76, I p 500, III p 56
Achternamenindex

schepen van Heusden: Ywyn van Oudheusden Hackenz; 1362: Heynric meester Gheraetsz; 1362, 1365: Jan Noudenz; 1365: Maes Clausz en Didderic Mertensz; 1369, 1388: Didderic Pouwelsz; verder genoemd als schepenen: 1380: Ghodert Didderic Lubenz, Willem Hesselsz; 1382: Simon Ghodevaertsz; 1384: Jan ver Oedenz

1446-05-31 | Moerkerken

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 81/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

schepenen in Dordrecht oorkonden dat Jacob Aelbrechtsz erkende in eweliker hure en erfpacht genomen te hebben van Willem Gheraetsz, buerman in den Haghe, een stuk land groot 9 morgen 1 hont 75 roeden in den nieuw bedijcten land dat men heet sheren land van Moerkerken in den ambacht van Scobbe en Everocker, an die zuidzijde: het land van de Carth. te St Geerdenberg, noord: het land van de vrouwe van Moerkerken en haar kinderen, west: Jacob Aelbrechtsz, oost: de gemeene weg. Elc jaar om 20 gouden Koerv. Rynse gld [NB dezelfde brief als de voorgaande] (vgl 1456-04-28, 1464-11-13)

Pieter van Roeden, Adriaen Haeck Harmansz, Willem van der Tympel heren Gheritsz en Jan Oem heren Tielmansz, schepenen

Dirc Tieman Gerritsz | 1395-1396

R.G.P. 174 p 95, 97/Rek Baljuw Voorne fol 12v, 13v
Voornamenindex

afterstal den Briel: Tieman Gheraerdsz, 3 oude scilt en 32 gr, maakt 5 £ 16d; Dirc Tieman Geraerdsz, 10 oude scilt, maakt 13 £ 6sc 8d; afterstal: Dirc Tielman Gheraetsz broeder, 10 oude scilt, maakt 13 £ 6sc 8d

Dulsche, de | 1376, 1403, 1469

De Raadt I p 404, 405
Achternamenindex

Lambert van Duyst, Gosswin die Dulsche, Gisbert Fey, Arnould de Ghijer, curé de Haeften, Boniface Maurissensoen et Pierrre uten Werde promettent que Jean uter Maet se trouvera, le dimanche après le jour d'apôtre St Jacques, vivant au mort, à Werdenberch op ten oversten huys à la dispostion du seigneur de Waardenburg. 1403, 1421, 1427: Herman Dulsche Gheraetsz, échevin de Heusden; 1469, 1473, 1496: Adrien Duls Gherytsz, échevin de Heusden

1407-11-26 | Babilonienbroek

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 10/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

schepenen in Huesden tugen onder onsen zegele dat Jan Roelant Jansz opdroeg Arnt van den Hoevel Gheraetsz 16 hont lants gelegen in Babilonienbroec, gelegen tussen ten westen: Jan Willems Vossenz erfgenamen, ten oosten: Willem van den Hille, Thonis Artsz en Laureyns zijn moeder, streckende van Jan Berysz lande ter weteringe toe met slote ende metter weteringe die daer metten recht toe behoeren ende verteech daarop tbv Arnt voorn. Hij belooft vrijwaring tesamen met zijn broeder Bouden Cuist en Jan belooft op zyn beurt zijn broeder Bouden Kuyst schadeloos te houden van deze waring. Mede so heeft Lysbeth Jan Roelant Jansz dochter vertegen op het voorn. land tbv Aernt van den Hoevel voorn. Boven staat: "van desen 16 hont lants syn t noch twee brieven d'een doer den ander gestoken" (vgl 1415-08-24, 1407-11-30)

1420-03-23 | Babilonienbroec

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 9/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

schepenen in Huesden tugen onder onse segelen dat Willem die momber ende zijn broeder Gheraet die momber opdroegen tbv broeder Huyghen, prior van de Chartroysen bi St Geerdenberg, 4 morgen lands ende 1 hont lants en 41 scaft lants in de ban van Babilonienbroec, oost: der Chartreusen land voors, west: Willem die momber voors, Gielis Melisz met zijn kinderen en Jan van den Hille, streckende van der strate ter midgraven toe. Ende 8 hont lants en 20 schaften lants liggende in denselven banne in die slage, tussen an d'een zyde: Lysbeth Henrick Vyekensz dochter en Katerine Tilmansdochter van den Hille ende Gheraet Gheraetsz, an d'ander zyde: Lysbeth en Katheline voirs, streckende van der straten ter midgrave toe, mid slote ende wateringe. Opschrift: den bryf van 4 morgen lants 1 hont en 41 scafte, ende 8 hont 20 schaft, in welken brief zyn begrepen die 2 morgen leenguet daer de eerste bryf van deser syde of spreect (vgl 1420-09-12)

1433-09-03 | Geertruidenberg

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 125/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

Steenwech bij den Bergh, den brief van een stuk land aldaar, gecocht van Willem Poytinck. Schepenen in Dordrecht oorkonden dat heer Godscalc Jan Noyenz, priester, met zijn gecoren voogd verkocht heeft aan Willem Poytinck al alsulke land met zyn toebehoren, gelegen binnen de vrijheid van St Geerdenberghe an beyden zyden van der steenen hoel, zoals Vrederick Tack heren Vrederycsz dat lant placht toe te behoren, en Vrederic hem vercoft heeft

Thomas Pieter Kintsz, Aernt Zamencoper Gheraetsz, Claes Symonsz en Damaes Jansz, schepenen