17 resultaten
1472-10/11
folio 124v CXXIV, CXXV 1470-1473
Transportregister Haarlem
Dirc Pietersz van Horen opgaf den godshuis ten Zyl een huis en erf in die Sylstraet, an d'een side: Walich van Sanen, an d'ander side: die stege die onder den huse gaet, after streckende an de erven den Godshuse toebehorende
1378 |
G.A. Haarlem Inv 915 Hs v. Alkemade v.d. Schelling dl I fol 69v; R.A.H. Coll Roeperpapieren
Haarlem Algemeen
schepenen in Haerlem oorkonden dat Pieter Hugen Roepersz ontfangen in den Godshuse St Jan te Haerlem, opgaf aan zijn moeder Machteld Hughen weduwe alle zijn goed
Aelberen Jan Mabelienz en Geryt Andriesz, schepenen
1428-09-29 | Velsen
Arch Abdij Egmond Inv no 460
Jaartallenindex
Jan van der Burch oorkondt dat heer Willem van Matenesse, abt van Egmond, hem verlient ende verliet heeft alzulke tiende als Willem van Riedwijck Ysebrantsz van Alcmaed en zijn ouders en voorvaders van den Godshuse van Egmond te leen plagen te houden, die gelegen zijn in den ban van Velsen, op die Hofgeest, welke tiende Willem uten Hage die wederhelft van den Godshuis voirscr te leen houdt
zegel van Jan van der Burch: gebogen rechterschuinbalk rechts boven beladen met ....
1376-03-26 |
R.A.H. Coll Aanw Inv no 2 regest 12/Roeperpapieren Haarlem
Haarlem Algemeen
scepene in Haerlem oorkonden dat Dirc Hughe Roepersz voir die tyt dat hij ghecliet wort in den Godshuse van St Jans, ende opgaf tot enen vrijen eyghen Jacob ende Pieter, zinen tween broeder, in alle goet dat hij heeft, hetzij roer hetsy onroer, waar ook gelegen binnen Haerlem of daarbuiten, en zich deswege voldaan verklaard heeft en vrijwaring beloofde
Foytiaen Bannenz (zegel: een kruis, in het 1e en 2e kanton vergezeld van 2 merels boven elkaar, in 3 en 4 elk van 1 merel), oude Symon van Ghervliet (3 dwarsbalken beladen met 4,3 en 2 St Andrieskruisjes, schuinstreep over alles heen), schepenen
1331-05-06 |
Arch Abdij Egmond Inv no 128/Vangassen no 11
Haarlem Algemeen
schepenen in Haarlem oorkonden dat zij daar over waren, dat Ghiertruid Aelbrecht Wouterssones wijf ende alle haere kinderen, die si bi Aelbrechte hadde, vutghenomen Willaemswijf van Scorle, quite ende vri coften omme een summe van ghelde die si betaeld hebben, van diensten ende van sulken gerechte als si den godshuse van Egmond verbonden waren, ten ware sake dat si hem namaels vertiedaen ( ? onleesbaar) in dienselven rechte
Ghysebrecht Jansz en Dirck van der Spaerne (zegel: een kruis, beladen ?), schepenen
1452-10-11 | Bergen
Arch Abdij Egmond Inv no 994 regest 1082
Jaartallenindex
Geryt Gerytsz oorkondt dal alzulke pacht als dat gasthuus van Egmonde op dat huijs ende erve staende byoesten den kerke te Bergen, te weten 23 scellingen comans gelts plach te hebben, bi wille ende consents des … abts van Egmonde ende heren Willem van Butewechs, cappellaen ende gasthuismeister des Godshuse voirs, overgeset hebbe ende oversette met desen brief op een weijde lants in de vryheijt van Bergen, geheten Heddincmijed, belend oost: Aernt Huygenz, west: Kathrijn Oeven weduwe, zuid: Bertelmeus Jansz, scout te Bergen, noord: Heddinck laen. Hij verzoekt mr Aelbrecht (zegel: een bladerloze boom), cureyt van Bergen, en Bertelmeus Jansz van Prusen (klimmende leeuw), scout van Bergen voor hem te zegelen
1416-05-28 | Steloe
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 II fol 97v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
"Desen brief is doorgestoken den brief voirs. ende is die 4e brief van dezen 3 sesteren rogs voors, ende daer Jacob myns heren zoen desen rogge ons mede gewonnen heeft". Schepenen in Oesterhout oorkonden dat Jacob myns herenzone als voocht en momber van het Carthuizer convent bij St Geerdenberg, voir ons ghewonnen heeft mit vonnisse en met recht 3 zesteren rogs erfelyke pacht, die welke onse lieve here heer Willem here tot Oesterhout was in voorleden tyt beset en gegeven heeft in salicheyde zyner ziele en in rechter testament, aan der Godshuse en convent voirs. te heffen jaerlyks en erflyc op huysinge hoeveninge en erve tot Steloe, daer Gheryt Gherytsz nu op woent, houdende 16 morgen, zoals de doorgestoken brief dat inhout
Zebrecht Zebrechtsz en Roelof Staesenz, schepenen
1393-12-05~ | Vraechel sub Oosterhout
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 II fol 100v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
"den brief van 12 lopen rogs begrepen in den generalen brief van 7 zesteren rogs die ons fundators gaf, staen op O 9". Schepenen in Oesterhout doen cond dat Aernt mr Aerntsz schuldig is aan de Carthuizers bij St Geerdenberg, 12 lopen erfpachts. Tot onderpand stelt hij 6 lopen saetlands gelegen tot Vraechel, daer Aernt voirs. op woont, op dien kant neven Elyas erve van der Straten, ingemeten in een stuck voer en after breet en ghelyc lant en vrij mit sheren chynse. Ende hyrmede is Aernt voorn. gheffent en verlyct metten voirs. godshuse van allen geschille tot op ten dach van huden en naer inhout der ouder brieven. Bezegeld door schepenen. Gegeven anno 1393, des Donresdages voir St Nicolaesdach (fiche zonder datum)
Henrick van Loen en Dieric Molener, schepenen
1418-04-06 |
Reg H. Geest Naaldwijk fol 99/Copie v.d. Marel p 164
Jaartallenindex
testament Gherrit Heinricsz. in den naem Gods amen. Ic Gherijt Henrixz doe cond allen luden etc om salicheijt mire zielen ende Lysbetten mijns wives was, dien God ghenadich si, ende Lysbetten mijns wives die ic nu heb, gheordineert ende ghegeven hebbe den H. Gheest tot Naeldwijck 20sc tjaers Hollands, ende 8sc tsjaers Holl. payments den godshuse tot Naeldwijc, ende den capittel tot Naeldwijc 12sc tjaers. Ende des sel die H. Geest alle jairs op mijn jarichtijt ende mijnre wiven voirs. delen als gewoenlic is etc. Ende dese voirs. rente verseker ic ende sette (?) op 1½ morghen lants gheten Aelbrechts Gheest, die ic leggende hebbe in Monsterambacht bi Mourijn Phillipsz. Daer hij zelf geen zegel heeft, verzoekt hij Claes Parijs "minen neve" voor hem te zegelen
Demerijne, van | 1422-04-18
Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 507v
Achternamenindex
leen van de abdij St Paulus te Utrecht: abt, prior en convent oorkonden "want Udelint van Demerijne, Alijt Dijsemaers ende Gheertruijd Disemaers, Jacobs kinderen, ons ende onsen godshuse kuermedige luden geweest hebben ende noch sijn. Ende sij eijn oerde ind religie approbeert van de stoel van Romen begheren aen te nemen of in een vergaderinge te gaen daer si onder gehoersaemheit onsen lieven Here God volcs melic (?) in reijnicheden dienen mogen"; zij worden te dien einde uit de kerumede ontslagen