5 resultaten
Westerveld, van | 1626
Wapenheraut jg I p 59, 60, 108
Achternamenindex
lid van het St Jorisgilde te Harderwijk: Harbert van Westerveld, 1652, 1670: gildemeester
1571-12-15 |
R.A.H. Coll Aanw 138 Caput Kennemerland fol 80
Jaartallenindex
koning Philips beleent mr Harbert Stalpaert v.d. Wiele, rentmeester van onsen lande van Kennemerland, na dode van zijn vader Cornelis Stalpert v.d. Wiele, in zijn leven eveneens rentmeester van Kennemerland, met 2 weren lant groot 10 geersen, gelegen in het ambacht van Bergen in Kennemerland, west: t mannenhuijs te Alkmaar, oost: die Zaeckedyck [!], noord: Matheus Jansz wonende te Amsterdam, zuid: Pieter Gerritsz van Heyloo. Te houden tot een recht erfleen
Pieter van der Burch, Pieter Gerritsz, leenmannen
Ruinen, van | 1141-03-13<
Oorkbk Sticht Utrecht no 381
Achternamenindex
bisschop Harbert van Utrecht schenkt op verzoek van de ministeriaal Otto van Ruinen, die de kerk van Steenwijk in leen had, deze kerk en ander hem toebehorende goederen aan het klooster te Ruinen; getuigen o.a. Arnoldus heres et filius Ottonis [van Ruinen]predicti,
1602-06-06 (2)
R.A.H. O.R.A. 2098 fol 2v
Transportregister Egmond
compareerde voor schout en schepenen van Egmond Binnen Cornelis Meijns als willige cessie gedaen hebbende van zijne goederen, geassisteerd met de E. Huybert Symonsz en Harbert Rembrantsz, ende Loeff van Haerlaer ende Jacob Cornelisz, als geordonneerde curators van de gemeene boedel en goederen van de voorn. Cornelis Meynsz, en hebben vanwege de gemene crediteuren wettelijk verkocht aan Hendrick Florisz, poorter der stede Alckmaer, tbv Annatgen Crans de nagelaten dochter [?] van Cornelis Wollebrantsz van Egmont op Zee, in zijn leven poorter tot Alkmaer, twee partijen van landen, het ene genaempt Walichcamp, groot 900 roeden, oost: een Lijtwech, west: Aeff Meijnsdochter, zuid: de abdije van Egmond, noord: Ewout Diercksz. En t ander genaemt Schoinberch, groot 1377 roeden, gelegen tot Rinnegom, oost: Cornelis Ariaensz, west: Reijn Ysbrantsz, zuid: Pietertgen [= Pieter Gerritsz], noord: Clement Symonsz (vgl 1609-03-05)
Loeff van Harlaer, schout, Cornelis Jansz en Dierck Reijersz, schepenen
1602-05-08
R.A.H. O.R.A. 1064 fol 37v, 37
Transportregister Bloemendaal
schout en schepenen in Overveen oorkonden dat de eersame Maerten Foppensz van Hooren als man en voogd van Neeltgen Pietersdochter en Willem Reijersz Kroock tot Hooren procuratie hebbende van zijn broer Jan Reyersz Kroock, nu ter tijt wesende naer Oost Indiƫn, als man en voogd van Lucia Gerritsdochter, volgens procuratie gepasseerd voor mr Jan Goessensz van Haerlem, notaris te Hoorn dd 10 april l.l, ons vertoont, ende de voors. comparanten voor caverende de rato als kinderen van Griete Jacobsdochter, erkennen tesamen verkocht te hebben aan Willem Ruyckhaver, poorter van Haarlem, een huijs en erve met aan elke zijde een tuyn, zoals Griete Jacobsdochter dat bezeten heeft, tot Overveen, daar tegenwoordig de Prince uythangt (Boven staat: "Een opdracht van huys bij Willem Ruyckhaver gecoft van de weduwe van Jan Mathysz"), belend zuidoost: de erfgenamen van Frans de bleecker, zuid: Vrederick Ramp, west: Vrederick Ramp met zijn notwech, en mr Harbert Stalpert van der Wiel. Belast met 1 gld per jaar erfpacht. Willem Ruychaver erkent deswege aan Jan R Kroock als man van Lucia Gerritsdochter en Maerten Foppensz als man van Neeltgen Pietersdochter, kinderen van Griete Jacobsdochter weduwe van Jan Mathysz 2100 Kar gld
Balthasar Cornelisz, schout, Cornelis Jansz Argeman en Ameedt van der Kuecke (Knocke), schepenen