Bedoelde u soms?
hilbrant | hysbrant

1 resultaten

1406-05-28 (1) |

R.A.H. Coll Aanw 69 fol 123-125v/Memoriale B.H. fol 78
Jaartallenindex

t'ondersoeck van Alkmaar. Hertog Willem oorkondt [volgt letterlijk het stuk van 26 april met één kleine wijzinging]: "daer een deel van onser wegen of vervolgd worden ende belopen opten huyse tot Reynegom, t welc ons open slot is, ende men van ons houdt, dat sij onsen rade die wij onsen (?) lande bevolen hadden mit gewelde voir hielde doe ment van onser weghen eijschte, van welken huijse zij gingen mit eenre dadinge": Jan Bertout (75 Eng nobel), Aernt Gherytsz (75), Lyck Wybrantsz (75), Gheryt Jansz (45), Pieter Dirksz met zijn zoon Dirxkyn (40), Jan Thyman met zijn zoon Thyman (32), Pieter Gabbekijnsz (200), Kelle Dircsz (15), Gheryt Bertout Tgeddenz (32), Engel Thybautsz (60), Jan Pietersz Cannemaker (200), Huesden Claesz (125), Hughe Jansz (75 nobelen), Mathys Pietersz Cannemaker (200), Jan Gabbekynsz (60), Jan Gherytsz Saftkinne (25), Goeswijn Gerbrantsz (25), Jan Jacobsz die pelser (75), Jan Meusz (75), Pelgrim Jansz (25 nobel), Aernt Geertgensz (15), Harbrant Aerntsz (15), Heynrick Jan Cupersz (45), Meus, zyn broeder (25), Jan Reynersz (15), Dirc Clais die Stienbacker (15), Floris Ghise Claesz (25), Ludekin Lubbenz (25), Pieter Willemsz (15), Willem van Adrichem (40), zijn zoon Claes (75), Pieter Lueijs (15), Jan Lueys (15), Jan Geryt Bertoutsz en Brandekyn Ludekyns neve seggen wij quyt, omdat sij cleijn sculden hebben. Hierenboven seggen wij dat Engel Tybautsz, Jan Gherytsz die men Saftleven heijt, Goeswijn Garbrantsz en Meeus Jan Cupersz als als ons voldaen hebben van sulken gelden als hem over gezedt is, een bedevairt doen sullen ten Heyligen Grave binnen Jherusalem ende niet weder aen dese zyde sberchs comen op hoir lyf, tensij bij onsen wille, omdat sij meer ondaet bedreven hebben dan die ander. Zij moeten borgen stellen. Gegeven en geseyt in den Haghe etc