5 resultaten
1518-11-13 |
R.A.H. Coll Aanw 242 fol 508/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
alzoe daer twee plaetsen van heemraed in Rynland gevacceert zijn, te weten d'een bij dode van Dirick van Bekesteyn ende t ander in de stede van Gheryt Jan Kerstantsz die dezelve gerenuncieert heeft, heeft zyne Maj. in hun plaatsen gesteld Vranck van Alkemade en Lodewijk van Treslonge, die op huiden de eed gedaan hebben
1460-04-28 | Sandoel
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 119/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
Jan van Gesel, richter in den ambacht van Raemsdonk, heemraders in denselven ambacht, oorkonden dat Boyen Schaert Pouwelsz overgaf aan broeder Jan Steenken, prior van de Cahrtroysen bij St Geerdenberg, een stuk erfs gelegen int ambacht voors. opt Sandoel, an die oostzijde: derselver Sartroysen lant, west: Jan Noyenlant, streckende van der weteringe tot Wouter Gayen lant toe. Belofte van vrijwaring, behalve t.a.v. de chyns die daarop staat. Omdat richter en heemraed geen gemeenen zegel hebben, zegelt de richter Jan van Gesel voor hen (vgl 1456-06-05)
Mathys Vastraitsz, Meeus die Bont Jansz, Wouter Willemsz, Wouter Schaertszoen, Jan Gheerbrantsz en Willem Maes Mommersz, heemraders
1577-05-25 |
P.N. van Doorninck: Inv Charters van der Does regest 88, 95/Mathenesse
Jaartallenindex
op verzoek van jvr Adriana van der Does Jacobsdochter benoemt het Hof van Holland tot voogden over de 5 onmondige kinderen van Jacob van der Does, in leven Raedt v.d. Leenhove van Holland en Hoog Heemraed van Rijnland, omtrent 2 maanden geleden gestorven, haar broeders en zusters, joncheeren Anthonis van der Burch, Cornelis van Dorp en Johan van der Does heer van Noortwijck, als naaste bloedverwanten; 1581-07-18: op haar verzoek tot medevoogd over haar vijf onmondige broers en zusters in plaats van Anthonis van der Burch en Cornelis van Dorp, die overleden zijn, benoemd Cornelis van Mierop, wonende nu ter tijd in Leiden
1527-11-20 |
R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Sticht fol 6
Jaartallenindex
Karel oorkondt dat hij na gedane opdrachte door de voogden van Thonis Gerritsz [te lezen: Gerrit Thonisz] van een hofstad, berch, schuyre ende al dat binnen synre graften begrepen is, gelegen binnen den Stichte van Utrecht, in den kerspel van Lopick ende daertoe 7 morgen lants daer t huys voorscr. op staet, boven: Jan Heyndricsz, beneden: wijlen Claes Pietersz dochter, streckende zuydwaerts van Jaersvelt tot Benschop toe noordwaerts. Ende dat tbv Neelken Thonisdochter, huisvrouw van Pieter Aertsz, die vervolgens beleend wordt tot een onversterfelijk erfleen. Haar man en voogd Pieter Aertsz doet de eed voor haar (vgl 1527-11-15)
Jacob Coppier, heemraed van Rynland, Jan Hendriksz, ontvanger v.d. exploiten v.h. Hof van Holland, Cornelis Barthouts, Adriaen van Hoef Barentsz, Willem Pietersz Criep
1419-02-13 (1418) |
R.A.H. 54 fol 72-81v/(Privilegia) fol 25-28v/v.d. Bergh: Gedenkstukken p 248-264/Van Mieris IV p 521 e.v.
Jaartallenindex
hertog Johan van Brabant etc en gravin Jacoba etc begeren hun twisten bij te leggen, zij hebben dit gedaan door raetsluden ons liefs heren oems en bruders, der hertogen van Bourgondiƫ, en hebben gebeden onse lieve en geminde neve den grave van Charolois deze overeenkomst als sententie uit te spreken: 1) die vrouwe van Brabant en myn here van Beyeren en al hun landen en stede nzijn verzoend; 2) myn here van Beyeren zal hebben en behouden de stad Dordrecht mitter bailuscap ende dyckgraefschap in Zuid Holland, om die in leen te houden van myn here van Brabant; 3) myn heer van Brijenne zal hebben die stat van Gorichem mitten lande van Arkel, Lederdamme mitten lande van der Lede mit horen tolrechten en vrijheden in Hollant, ende t land van Scoenrewoerde, tussen de Merwede, de Linge en de Leck, mitten mannen en giften van kerken die van der hofstat van Arkel van outs verleend zijn, gelijkerwijs wijlen hertog Willem. Voirt Spyck mit allen den renten over de Linge gelegen, en zulk recht als mijn here en vrouwe van Brabant hebben an den lande van Hagestein, erfelijk te houden van myn here ende vrouwe van Brabant (verkort). Item zal hij hebben die stede van Rotterdam. Item als van dat die heemraed van Schieland begeert heeft, dat zij behouden hoir schouwe van den slusen die tot Rotterdamme liggen, ende dyck ende wateringen in den lande van Schielant , gelijk zij dat van hertoge Willem en zijn voorouders gehouden hebben; 4) alle gevangenen zullen vrij gelaten worden. De heer van Egmond en zijn broeder mogen niet in Holland komen; 5) heer Gerard van Heemskerk sal blyven aan den bisdom van Beyeren [Jan elect van Luik] en an heren Florys van Borssele, van sulken schade als hem ghesciet mag wesen an synen dienste van Aemstellant, syne dunen tot Heemskerck ende syne huse ende slote aldair, dat hem te mael nedergeworpen is. Deze zullen hierover uitspraak doen binnen acht dagen; 6) ballingen mogen terugkeren, behalve doodslagers; 7) indien de vrouw van Brabant sterft zal de heer van Brabant de landen, sloten en steden van Henegouwen, Holland, Vrieslant en Zeeland overgeven aan myn heer van Beyeren; 8) Jan van Broechusen zal zyne zaken blijven an mynen heren van Brabant en Beyeren. Elk van hen zal twee Raden aanwijzen die uitspraak zullen doen, als overman zal heer Willem van Gent zo nodig fungeren; 9) die van Utrecht en Amersfoert zullen verzoend zijn met die heer van Culemborch en heer Gheryt van Heemskerk; 10) die here van Beyeren [Jan] zal vijf jaar lang het regiment over de landen van Henegouwen, Holland en Zeeland gemeen hebben met de heer van Brabant. Tal van punten worden geregeld: benoeming casteleins, schouten etc; 11) Jan Heynenz ende Ruysch zal men verrechten van dat hem boven vrede genomen is; 12) myn here van Beyeren ontvangt 100.000 Eng nobels die sij geloven hem te betalen in enich van den drien sloten, te weten Rotterdamme, Briele of Gorichem. Dat was gedaan tot Woudrichem
gecomitteerd: Lodewyk van Lutcemborgh, bisschop tot Therrenborch, heren Peter van Lutzemborgh greve van Conversant en van Brienne, here van Edingen, onsen neven, Jan van Scoenvorst, burggrave tot Monjoye, heer van Craendonck en Diepenbeec, Gielis van Arnemuiden, here tot Enchiez, en Jan van den Kethulle, Raidsluden van de hertog van Bourgondiƫ