4 resultaten

1451-09-28 |

R.A.H. Coll Aanw 516 A fol 48v/Leenregister Egmond A fol 49v
Jaartallenindex

Willem heer van Egmond beleent Thomas Jacobsz als momber van Mechteld Jacob Benninszdochter Rutgersz, den wij die momberscip gegont hebben ende gonnen tot behoef der selver Megtelde, een goed geheijten Hilhorst, met synen toebehoren, soo men dat van de heerlicheijd van Ysselsteyn te houden placht. Te verheergewaden met 20 olde groten camper Tourn. Bezegeld anno 1451 op St Michielsavond des H. Evangelist

1507-02-12 (1506) |

R.A.H. Coll Aanw 516B fol 66v/Leenregister Egmond B
Jaartallenindex

Johan grave van Egmond oorkondt "alzoe wij t'anderen tijden uijt sonderlinge gonst ende vrientschap die Adriaen van der Woorde sal. ged. an ons bewezen hadde, ende oock omdat zijn leengoet heel afgevloijt was, dairomme wij in recompensatie van dien den voors. Adriaen alsdoen versegelden uijt onser heerlicheijd van Egmond alle jare ende eeuwelyk durende, seven paer conynen ende seven paer vogelen, die hij op gelegen tyden van den jare altijt van onse officier soude doen halen, ende van ons te houden tot een onversterfelijk erfleen, soo ist" dat wij na het overlijden van Adriaan voirs. diens zoon Adriaen van der Woorde met dit leen beleend hebben. Te verheergewaden met 2 capoenen en een Vlesch wijn

onse mannen: Floris van Wyngaerden, Willem van Ruyven

1472-05-04, 1472-08-28 | Wognum, Harenkarspel

R.A.H. Coll Aanw 516 B fol 129v, 136v/Leenregister Egmond B
Jaartallenindex

Johan jonge Heer tot Egmond oorkondt dat Dirck Symensen hem van zijn eigen goed heeft opgedragen een sate lants gelegen binnen den ban van Woggenom, 10 morgen groot, (1472-08-28: onderdeelt met Pieter Yfsen, Pieter Symensen van der Hoorn en Jan Florissen. Daer naeste lenden nu ter tijt af zijn oost: Pieter Symensz, west: Martijn Jan Belers [Folkertsz], alzoo als Jan Jansen die in tijden voorleden gekoft hadde van Dirck Symonsssen voors), en dat hij hem daarmee beleend heeft tot een goed onversterfelijk erfleen te verheergewaden met een rode sparwer. Hij geeft hem vervolgens ten vrijen eigen "alle alsulcke landen gelegen binnen onser heerlicheijd van Harinckarspel", die hij en zijn ouders in leen hielden (met potlood bij geschreven: te lezen 1471 !)

1434-1435~ (2) |

R.A.H. Coll Aanw no 43 fol 134v, 144-148/Reg EL 4 fol 35-36, 37-38, ingestoken papier
Jaartallenindex

(vervolg) dit geschiet was heren Aernt van Leijenbergh die doe sijn drossaet tot Gornichem was enen brief scriven dede, dair hij hem in deed bevelen van sijnre wegen aen te tasten alle die goede die der heerlicheijd van Arkel toe te behooren plagen, want hij dair niemant niet aen en bekenden soe hij die van nijes ende anderwerven gecoft hadde, ende Jan voirs. ende sijn medeplegers die stadt ende landt versuemt ende verloren hadden gelijck voirs. is, en gelijck die voirs. brief des coeps dat inhout ende claerliken bewijst, ende hier na een tijt geleden doe onse genadige Heer Hertoge Jan van Beyeren sal. ged, in der suoene tot Woudrichem bededingt wert, dat hij Gornichem mitten lande van Arkel in kreech ende hebben soude, doe taste men alle goede aen ende bruijct die in alre maten gelyck se die heeren van Arkel tevoeren te bruken plagen, overmits dat Jan van Heerler en anderen sijn medegesellen dat aen hertoge Willem voirs. gebrocht hadden als voirs. is, ende hierom heeft hertoge Jan die goeden voirs. sinen tijt beseten ende gebruijct, ende heeft onser genadiger Vrouwen van Beyeren voirs. dairaen verlijftucht, welcke lijftucht mijns heeren genade van Bourgoignen ende oec mijns heren genaden van Brabant sal. ged. haer geconfirmeert ende gevesticht hebben ende geloeft daerin te houden ende te stercken tegen enen yegelycken die haerne Genaden daerin hijnderen of deeren wilde. Ende overmits dies soe heeft mijn genadige Vrouwe van Beyeren die goeden tot deser tijt toe beseten ende gebruyct van enen yegelyken, ende hopen ende meynen dat myns Heren ged. v. Bourgoignen ende syn hoge wijse Rade ummer billic ende redeliken sal duncken dat sij die goede voers. rustelic ende vredelic ende ongehijndert van enen ygelic hebben ende gebruken sal na utwisinge haere lyftucht brieve ende confirmatien voirs, hare genade dairin niet hijnderende enige zuoenen of ander saken die men dair op ordineren mochte aengesien, want alle voirs. saken voer dieser veeden geschiet syn en in genen veden mogelyc geruert sullen wesen