5 resultaten
Graft, van der | 1628-04
Arch. Gecomm Raden Noorderquartier Inv no 51
Achternamenindex
losrenten kantoor Medemblik: verschijndag 05-23, Hertogh Henricksz voor mr Jan van der Graft, fl 400 - fl 16; afgelost 1768-12-28
1537-08-29 |
Coll Aanw 466 fol 16v/Leenregister Brederode fol 12v
Jaartallenindex
Reynoult heer tot Brederode oorkondt dat Aelbrecht Gerijtsz Hertogh hem opdroeg tbv zijn zoon Gerijt Aelbrechtsz 2 ½ morgen in het ambacht van Eslikerwoude, west: de Heerwegh, zuid: Jacob Alewijnsz, noord: Willem Claesz, oost: Claes Dircsz. Vervolgens wordt Gerijt voors. ermede beleend tot een recht erfleen binnen aftersusterskind niet te versterven
mannen van Brederode: Joost die bastaerdt van Brederode, Gherijt van Spaernwoude
Haer, van der | 1705-02-22
Ned Leeuw jg 1896 p 153
Achternamenindex
uit het kerkarchief van Ommeren: doop te Ysendoorn van Hertogh, zoon van Peter Jansen van de Haer en Feijtie Keij, wonende op de Pottem "gepraesenteerd ten doop van Catarijn de Wysemoeder"(te lezen: Catarijn de Wijse, moeder?)
1368-11-23 |
R.A.H. 44 fol 193/Reg Albrecht IV fol 116v
Haarlem Algemeen
dit is die maniere alse mijn heer hertogh Aelbrecht soude meynen dat die stede jof poirten van Hairlem soude vereffenen moghen op desen tijt van den eijsche die de vrouwe van Waterlant eyscht binnen der stede van Haerlem alse van den hopgelde, dat die stede aengenomen heeft. O.a. Voirt van dat die heer van Wesemale ende sijnre ghunres die om dese saken jof om eneghen dair ut rorende, belast, becommert of wedersien sijn van der stede jof Poorters van Hairlem, loesende quite wesen sullen ende al versoent, ende die stede ende poerters sellen weder vrij wesen sonder alle veede of aentale van den heer van Wesemale ende sijne ghunres etc
1405-02-07 (1404) |
Arch Marquette 1106 no 60/Cartul Assumburg
Jaartallenindex
hertog Willem oorkondt "want onsen lieve Heere ende vader Hertogh Aelbrecht etc, die vrije heerlichede van Assendelft, hoghe ende laghe met horen toebehoeren, in voertyden gegeven ende verleent heeft onsen geminden Heere Bartout van Assendelft ter hilik ende mede te gane mit Vrouwe Natalien van Assendelft, onser bastaert zuster die dair nae aflivich geworden is, ende na hoer onse nichte hoer dochter die zij afterliet, gewonnen bij Heere Bartout voirgenoempt van den lijve ter doot gecomen ende gestorven is, wair bi dat wi ons vermeten mochten, als een erfgenaemme, dair of recht ende toezeggen te hebben totter heerlickhede voergenoempt ende tot zulker erfnisse ende goede alse onse bastairtzuster ende nichte voirsz. after gelaten ende geruymt hebben metter doit. Ende want Heer Bartout voirs. dit aan ons verzocht ende vervoelcht heeft, mit zynen brieven die hem onse lieve Heere ende Vader voers. daaraf gegeven ende besegelt heeft, ende dairof mit ons overdragen is ende ghedadinct van een somme gelts daar hij ons of vernoecht, wel voldaen ende al betaelt heeft, soe hebben wij die vrihede van Assendelft, hoghe ende laghe, met al hoeren toebehoeren, weder gegeven ende verlyet ende verleent Heere Bartout van Assendelft voirs, te houden van onse ende onse nacomelingen, hij ende zijnen nacomelingen, tot eenen onversterfelyken leene, nadat sine brieven, die hij van onsen lieven Heere ende vader voirs. heeft, ende wij zelve met onsen brieve gevestigt ende geconfirmeerd hebben, dairof inhouden en begrijpen". Verder doet de hertog afstand van al zijn aanspraken op de erfenis van zijn bastaardzuster en zijn nicht voorz. Voert noch hier en boven soe heeft Heer Bartout voirsz met ons gededinckt, wel gebetert ende al voldaen van alle brueken ende misdaden, die hij voer desen tijd tot desen daghe toe tegens onsen lieven Heere en Vader, ons of onser heerlicheden, gebruekt of misdaen mocht hebben in eenige diensten, die hi in voertyde van onsen lieve Heere ende Vader voirs. of van ons gedoemt heeft etc